Posts tonen met het label Symposia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Symposia. Alle posts tonen

woensdag 26 oktober 2011

Pril en tegelijk concreet bouwwerk Academie en netwerk Hoger Onderwijs


Verslag werkconferentie Opleidingen in verbinding op 17 juni 2011

‘Verder bouwen aan de Academie en het netwerk Hoger Onderwijs’ was de titel van de werkconferentie die op vrijdagmiddag 17 juni werd gehouden op de bovenste verdieping van gebouw Lenteleven in Zeist, vlak boven de burelen van de NVAZ, die tekende voor de organisatie. Een belangrijk moment, halverwege het afgemeten jaar waarin het project ‘Opleidingen in verbinding’ gestalte moest krijgen. Meer tijd en geld zou er niet voor beschikbaar zijn; dus lukken of mislukken van het project hing boven deze conferentie. Lees ook ‘Start project Opleidingen in verbinding’ in De Digitale Verbreding nr. 18 van 11 februari 2011.

Als doel werd daar gesteld, ten eerste:

– Het versterken van de verbinding tussen de opleidings- en nascholingstrajecten in het veld van de antroposofische gezondheidszorg. Oprichten van een samenwerkingsverband in de vorm van een Academie Antroposofische Gezondheidszorg (Academie AG) voor hoger onderwijs.

En ten tweede:

– Het tot ontwikkeling brengen en onderhouden van een netwerk met reguliere instellingen voor hoger onderwijs vanuit het veld van de antroposofische gezondheidszorg.

Hoofdmoot

De hoofdmoot van de conferentiemiddag bestond uit het bespreken van drie voorbereide thema’s, namelijk de opzet van de basismodule, de organisatorische vormgeving van de academie en het ontwikkelen van een werkplan voor de academie. Dat gebeurde in drie verschillende groepen, met vrijwel gelijke vragen: wat is je opgevallen, welke suggesties en vragen heb je, zie je raakvlakken met meer instellingen in het netwerk hoger onderwijs? Een echte werkconferentie dus. Dat bleek ook uit de vervolgvragen, die gingen over de informatie die de deelnemer of de organisatie van de deelnemer te bieden had en welke inhoud de desbetreffende opleiding of organisatie kon leveren. Suggesties voor de samenstelling van de werkgroep en of men daar ook zelf deel van wilde uitmaken, complementeerden de algemene vragen.

Hierbij kwamen specifieke vragen over de drie thema’s. Bij de basismodule waren dat: wat belangrijk werd gevonden voor de basismodule voor hoger opgeleiden, welke delen van de eigen applicatiecursus dan nog moesten worden uitgevoerd en wat samen met andere beroepsgroepen zou kunnen worden gedaan.

Bij de vormgeving van de academie werd gevraagd naar suggesties voor de relatie met de beroepsverenigingen alsook met de instellingen in hun rol als werkgever en zorgaanbieder, en naar gezichtspunten bij de rechtsvorm en het businessplan van de academie.

Bij het werkplan van de academie richtten de vragen zich op specifieke eisen van de eigen opleiding die niet samenvallen met andere beroepsgroepen, en de gewenste nascholing die de academie zou moeten bieden, dan wel andere activiteiten die zouden moeten worden uitgevoerd.

Een hele waslijst aan vragen en vraagstellingen.

Zo droog als het nu klinkt, zo levendig bleken de uitwisselingen in de drie groepen naar aanleiding van deze vragen. Dat had ook te maken met de opdracht om de bevindingen op post-it papiertjes te noteren, te groeperen en na afloop op een geordende manier op een flap-over te plakken. Hierdoor konden de resultaten worden gedeeld met alle deelnemers en ontstond er zicht op wat elders had plaatsgevonden.

De stand van zaken

Maar een conferentie is geen conferentie als er niet ook een stevig fundament wordt gelegd door middel van een degelijke inleiding. Truida de Raaf als voorzitter van de stuurgroep gaf een informatief resumé van wat tot dan toe had plaatsgevonden, compleet met Powerpoint Presentatie. Zij verklaarde dat de beeldvorming van de academie en haar netwerk is ontstaan naar aanleiding van gesprekken met leden en besturen van beroepsverenigingen, met scholingsfunctionarissen van instellingen, door middel van een enquête, alsmede door gesprekken in het sectoroverleg van de NVAZ en in het opleidingenoverleg van de Medische Sectie. En natuurlijk met vele nachtjes erover slapen...

Ter verduidelijking vertelde zij dat hier onder ‘Hoger onderwijs’ (post) HBO en academisch onderwijs wordt verstaan. En waarom nu alleen het hoger onderwijs? Omdat het antroposofisch geïnspireerd MBO goed is georganiseerd door het Edith Maryon College (EMC) en stichting Plegan voor verplegenden en verzorgenden. De opleidingen van het EMC voor groepsleiders (de oude SPW, nu MZ – maatschappelijke zorg – genoemd) van de instellingen zijn goed ingebed in de ROC’s, volledig geïntegreerd en maatschappelijk erkend.

Je kunt je afvragen waarom de academie nu nodig is. Dat maakte Truida de Raaf duidelijk aan de hand van één beeld, waarbij als overheersende indruk een soort lappendeken overbleef van opleidingen en nascholingen.

Ga maar na: in de eerste plaats applicatieopleidingen (aanvullende antroposofische opleidingen na een regulier erkende opleiding) voor artsen (NVAA), fysiotherapeuten (NVAF), psychologen, orthopedagogen, psychotherapeute (NVAP) en verpleegkundigen (vanaf niveau 5 Plegan). Daarnaast zijn er beroepsgroepen die op dit moment geen applicatieopleiding hebben, of nog niet hebben. De relaties met hogere onderwijsinstellingen vanuit applicatieopleidingen, instellingen en beroepsverenigingen zijn nu niet op elkaar afgestemd. Hoewel het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden een sterke verbindende schakel vormt met betrekking tot onderzoek in het veld.

De huidige situatie levert problemen op, zo vervolgde Truida de Raaf, wat zij expliciet maakte door die met de beamer op het scherm te tonen. Ze voegde eraan toe dat we niet moeten vergeten dat voor een aantal beroepsgroepen nog geen goed applicatietraject voorhanden is: diëtisten, psychosociale hulpverleners (maatschappelijk werkers), verloskundigen, ergotherapeuten, therapeutische begeleiders (post SPH).

Toekomstige academie

Ook hierin kan de toekomstige academie voorzien. Deze start namelijk met een basismodule voor alle beroepsgroepen. Daarna volgen de vakgerichte applicaties waarbij ook nog gezamenlijke modules voor enkele beroepsgroepen mogelijk zijn. Evenals een gezamenlijk onderzoekstraject, al dan niet erkend als Master; die kan erbij horen. De coördinatie en ontwikkeling van het geheel zorgt voor de samenhang. In beeld verscheen hiertoe een prachtige samenhang, in de vorm van een stevig gebouw.

Wat daarvoor nodig zou zijn, was in de eerste plaats een samenhangende coördinatie en ontwikkeling. Dit alles leidend tot de academie en haar netwerk in de toekomst: een omvangrijk beeld. Waarin de opbouw van duurzame relaties met het hoger onderwijs in Nederland zichtbaar wordt, als ook internationaal; keuze voor Hogeschool Leiden, VU (Lievegoed leerstoel), Herdecke, en andere. Zodat daadwerkelijk iets kan worden opgebouwd, ook wat betreft onderzoek en niet te vergeten onderzoeksinstellingen zoals het Louis Bolk Instituut en natuurlijk de internationale Medische Sectie als deel van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschappen. Hierbij hoort ook een goede samenwerking met andere opleidingsinstellingen (ook op MBO-niveau), zoals het EMC, het Instituut voor Biografiek, de Stichting Emerald, de opleiding Chirofonetiek en andere. En natuurlijk het onderhouden van een nauwe samenwerking met de beroepsverenigingen en instellingen binnen de NVAZ.

Op het scherm werd dit toekomstbeeld ook in woorden uitgedrukt: de mogelijkheden die deze academie en haar netwerk te bieden hebben. Om tot slot uit te komen bij de prangende en zeer pragmatische vraag, waar deze academie dan gerealiseerd zal moeten worden. Truida de Raaf onthulde dat hierover nog nauwelijks gedachten waren gevormd. Aanvankelijk werd gedacht aan een puur virtuele academie, maar inmiddels wordt ook een plek overwogen waar deze academie een anker heeft liggen. Om te besluiten met: ‘Of misschien beter gezegd een thuis, een voet aan de grond. En dan van daaruit misschien rondwandelend door het land?’

Basismodule

Dit alles als basis om met elkaar in gesprek te komen naar aanleiding van de vragen waarover de aanwezigen zich in drie groepen dienden te buigen. Bij de basismodule vroeg men zich af wat tot de inhoud zou moeten gaan behoren: mogelijk ontwikkelingspsychologie, algemene en antroposofische ziekteleer, organen, psychiatrische beelden. Onder te verdelen in verschillende modules, zodat er ook een differentiatie in ziekteleer voor artsen en paramedici en met aanvullende inhoud mogelijk wordt. Waarbij fenomenologische waarneming en praktijkervaring van groot belang zijn, naast het twee-, drie-, vier-, zeven- en twaalfledige mensbeeld. Meegenomen zou in ieder geval moeten worden: onderzoek, meditatieve scholing, ontwikkelingsprocessen en autonomie van het ik. Legio aanvullende vragen en opmerkingen kwamen boven water, een greep:

Schep helderheid in het aanbod van zoveel mogelijkheden
Biedt samenhang en overzicht
Formuleer helder waartoe je opleidt
Stel vanuit ieder beroepsprofiel een competentieprofiel samen
Betrek er in een vroeg stadium een onderwijskundige bij
Laat de basismodule qua tijd samenlopen met de betreffende opleiding
Verbreed de basiskennis naar je beroepsinhoud (of mis je dan veel in het eerste jaar of is dit juist winst voor de volgende jaren?)
Kennen de verschillende opleidingen of applicaties ook verschillende snelheden?
En dus ook verschillende opleidingseisen?
Hoe behoudt elke beroepsgroep haar eigen, individuele karakter?
Wie is verantwoordelijk voor het behoeden van de esoterische verbinding en de vrijheid daartoe?

Academievorming

Bij het gesprek over de vormgeving van de academie waren de vragen en opmerkingen niet minder prangend. Van heel praktisch tot weidse perspectieven: bekostiging coördinator, ondersteuning en docenten, wel of niet geheel geprofessionaliseerd, dan wel met vrijwilligers, meest gunstige cursustijden, locaties voor theorie- en praktijkonderwijs, tegenover bestuurlijke vraagstukken over een bestuur op afstand, toezichthoudend, bestaande uit deskundigen, helder en capabel, verbonden met de antroposofie, niet via coöptatie tot het bestuur toetredend, maar via stakeholders op basis van herkenning van de persoon en diens kwaliteiten.

De academie is het aanspreekpunt dat naar buiten als een geheel optreedt, en niet langer meer de afzonderlijke opleidingen, want die zijn hierin opgegaan. De beroepsverenigingen en instellingen blijven wel de directe partners die belang hebben bij deze academie. De rol van de beroepsverenigingen nader uitwerken, evenals het leggen van relaties met relevante organisaties en instituties in binnen- en buitenland. De coördinator als eigenlijke initiatiefnemer, met daarnaast een voor iedereen goed toegankelijke contactpersoon. Het waarborgen van de bestaande kwaliteit en deze nog vergroten.

De aanleiding voor academievorming ligt intern in de al langer levende wens te komen tot een samenhangende professionalisering, evenals bij externe druk van bijvoorbeeld ziektekostenverzekeraars. Er bestaat een grote wens om in de voortzetting van het voorbereidingsproces het procesmatig karakter tot nu toe te behouden, met ruimte voor inbreng. Het zal er vooral om gaan de academie samen te maken en ieder te vragen het beste daarvoor te leveren.

Meerjarenplan en werkplan

De groep die zich boog over de vraag naar het ontwikkelen van een werkplan voor de academie had geen kennis van de inhoud van het gesprek van de vorige groep, terwijl die ook van belang was voor de vraagstelling ten aanzien van een concreet werkplan en een meerjarenplan.

Belang werd gehecht aan de expertise van de toekomstige coördinator van de academie en aan het samenbrengen van een team van professionele opleiders met een continue coördinator. Die continuïteit kwam ook terug bij de plek, liefst centraal in het land.
Genoemd werd het maken van een inventarisatie van wat er is en het beoordelen hiervan op kwaliteit. Niet de hele tuin omspitten, maar zorgvuldig kijken wat ontwikkeld is en bruikbaar in het geheel. Misschien moet er wat verplant worden, om in het beeld van de tuin te blijven.

De wens bestaat nadrukkelijk om de eigenheid en vrijheid te respecteren. Maar hoe verhoudt zich dit tot kwaliteitsbeoordeling?
Aanbrengen van samenhang, ontwikkelen van een werkelijke integratieve geneeskunst, opbouwen van het curriculum. Helaas spreken de verschillende beroepsgroepen elkaars taal onvoldoende. Behulpzaam hierbij kan ervaringsgericht onderwijs zijn.

Goed in beeld krijgen van de vraag van studenten, ook via de instellingen, zodat het aanbod meer vraaggericht kan zijn. Een vraag die van twee kanten komt: van de student én van de opleiders.
Bevestigen en verder uitbouwen van de relatie met hogescholen en universiteiten die er al ligt, in afstemming met de NVAZ en onderzoeksinstellingen.
Commitment is nodig voor de hele academie. De relatie met beroepsverenigingen, zeker die nu een eigen applicatieopleiding hebben en dit als hun opgave zien, vraagt visie en zorgvuldige aandacht.
Communiceren en goede Public Relations verzorgen, bekendheid in het veld opbouwen, ook bij instellingen (antroposofisch en regulier) en reguliere opleidingsinstituten.

Prille concreetheid

Verder bouwen aan de Academie en het netwerk Hoger Onderwijs, deze titel van de werkconferentie werd op deze manier wel eer aangedaan. Dat bleek eens te meer toen na de drie gespreksgroepen de kansen en zorgen die tevoorschijn waren gekomen plenair werden gebundeld. De betrokkenheid was groot en aanstekelijk. Het uitwisselen en delen bleek een meerwaarde te hebben waardoor de academie in al zijn prilheid, maar niettemin concreetheid al een begin van leven begon te vertonen bij de deelnemers. Dat was de winst die deze middag, halverwege het traject, werd geboekt en die de stuurgroep ongetwijfeld de moed zal hebben gegeven de tweede helft van het jaar met nog grotere kracht voort te gaan op de ingeslagen weg. Kortom, een zeer geslaagde werkconferentie die volledig aan zijn doel beantwoordde.

Michel Gastkemper

NVAZ Herfstconferentie ‘Michaël als Tijdgeest’ op 17 november 2011


De NVAZ organiseert voor medewerkers in de antroposofische zorg een dag met antroposofische inspiratie, ontmoeting en verdieping.

Michaël en de huidige tijd

Volgens Rudolf Steiner is de aartsengel Michaël sinds 1879 onze tijdgeest. Hij zag de ontwikkeling van een ‘michaëlisch geestesleven’ als wezenlijke stap in de ontwikkeling van de hele mensheid. Het laatste jaar voor zijn dood schreef Steiner bijna wekelijks teksten over de werking van Michaël.

Wanneer de impuls van Michaël voor onze tijd zo belangrijk is als Steiner zegt, dan is het zinvol dieper op dit thema in te gaan. Hoe moeten wij ons de werking van Michaël voorstellen? Heeft iets dergelijks nog wel betekenis voor ‘moderne mensen’ anno 2011? Zijn wij in staat die werking te beleven en zinvol te benutten in ons dagelijkse leven en werken?

De uitdaging van Michaël

Michael is niet geïnteresseerd in het verleden, hij is op de toekomst gericht en wordt werkzaam zodra wij in actie komen. Wie kent niet het moment, waarop hij voor de beslissing staat om een sprong in het diepe te nemen? Het moment waarop hij moet handelen, zonder precies te kunnen weten wat de uitkomst zal zijn?

Onze huidige tijd wordt steeds turbulenter, we kunnen steeds minder vertrouwen op een planning en er wordt meer en meer van ons gevraagd om wakker in het moment te staan en eenvoudigweg te doen wat de situatie van ons vraagt.

Het vraagt moed op deze manier in actie te komen. Michael spreekt tot onze wil en daagt uit om stappen te ondernemen, zelfs als we nog niet precies weten waar die toe leiden.

Michaël in perspectief

Tijdens de herfstconferentie worden de deelnemers uitgenodigd het thema vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken. De ochtend wordt geopend door de voorzitter van de NVAZ, A. Vroon en de organisator van de dag, R. Grouls. Hierna volgt een kunstzinnige opening en een lezing die een toegankelijke inleiding rondom het thema geeft. Na de lezing zijn er workshops vanuit diverse perspectieven, die allemaal het thema van de dag verder verkennen vanuit hun eigen perspectief.

In de middag zal er een interactief programma zijn, waarbij de deelnemers met elkaar zullen verkennen hoe zij de inzichten uit de ochtend kunnen benutten in hun dagelijkse leven en werken. J.S. Reinders zal afsluitend een reflectie geven op de dag zelf, waarna de dag wordt afgerond met een gezamenlijke maaltijd.

De doelstelling is dat de deelnemers aan het einde van de dag naar huis gaan met inzicht, gevoel en handvaten rondom het thema. Of, met de woorden van Steiner: denken dat tot imaginatie, voelen dat tot inspiratie en willen dat tot intuïtie is omgevormd.

Aansluitend wordt u uitgenodigd voor de ALV van de NVAZ, aanvang 19.00 uur.

Programma 17 november 2011
9.00 kunstzinnige opening, lezing over het thema
10.00 workshops
12.30 lunch
14.00 interactief ‘world cafe’
16.00 reflectie door J.S. Reinders
17.00 gezamenlijke maaltijd en afsluiting dag

Workshops 10.00-12.30 uur
1 P. Blomaard, bestuurder
2 F. Kamps, arts
3 M. Driesens, priester Christengemeenschap
4 S. van Beuzekom, dramatherapeut
5 M. ter Horst, voorzitter Iona Stichting
6 A. van Vliet, muziektherapeut
7 J. Pylyser, spraaktherapeut
8 GZ-psycholoog

Adres

Stichting Zonnehuizen
Locatie Stenia, Rafaëlzaal
Utrechtseweg 86
Zeist

Informatie, bijdrage, aanmelding

Voor informatie kunt u emailen of bellen met de NVAZ: info@nvaz.nl of 030-6945544. Voor aanmelding kunt u een aanmeldingsformulier downloaden op www.nvaz.nl.

De bijdrage voor leden van de instellingen, beroepsverenigingen en therapeutica van de NVAZ bedraagt € 50,- p.p., inclusief koffie, thee, lunch en avondmaaltijd. Voor overige aanmeldingen bedraagt de bijdrage € 80,- p.p.

Accreditatie

Accreditatie wordt aangevraagd.


In het tijdperk dat nu aanbreekt is het nodig dat de mensheid zich op een wereld richt, die als geestelijke wereld direct aan de als fysiek beleefde wereld grenst en waarin te vinden is wat hier beschreven is als Michaëls wezen en Michaëls opdracht.

R. Steiner, Kerngedachten van de antroposofie


Het is Michaëls taak de mens op de weg van de wil weer daarheen te leiden waar hij vandaan is gekomen, toen hij met zijn aardse bewustzijn van het beleven van het bovenzinnelijke naar het beleven van het zintuiglijke afdaalde.

R. Steiner, Kerngedachten van de antroposofie

Symposium ‘Bewustzijn in je handelen’


essentie van goede zorg
Woensdag 9 november 2011, 13.30-17.00 uur
Beauforthuis te Austerlitz (bij Zeist)

Bewustzijn voor zorg – zorg voor bewustzijn

Goede zorg betekent aansluiten bij wat de situatie in het hier en nu van ons vraagt. Deze situatie omvat zowel de cliënt, jezelf als ook de context van je werkomgeving. Op deze middag verkennen opleiders en medewerkers uit de praktijk aan de hand van ervaringen hoe bewustzijn in het handelen bijdraagt aan goede zorg. Welke handvatten vinden we om het werken met bewustzijn te verzorgen?

Doelgroep: medewerkers en opleiders in de maatschappelijke zorg.

Programma

13.00 Ontvangst met drankje
13.30 Welkom
Bewustzijn in je handelen – essentie van goede zorg, inleiding door Bernard Heldt, directeur Edith Maryon College
Bewustzijn voor elkaars leervragen in de dagelijkse praktijk, inleiding door Rob de Breij, locatiemanager Overkempe
Presentatie van de werkgroepleiders
Ervarend bewegen met Gert Siebes, fysiotherapeut
Pauze

Werkgroepen:
1. Ervarend leren in een team, Erna Trouw, projectleider ‘leren op de werkplek’ en Edmund Schulze, teamleider Overkempe
2. Bewustzijn in je handelen bij moeilijk verstaanbaar gedrag, Niels Greeve, trainer en Christoph Rosenkranz, opleidingscoördinator
3. Jouw werkplek als leerplek, Marian Graus, ROC Midden Nederland, projectleider ‘doorbraakproject werkplekleren’ in o.a. verpleeghuiszorg en Albert de Vries, Academie voor Ervaringsleren
4. Een inspirerend leer-/werkklimaat, Hetty Houtenbos en Manfred Flessner, opleidingscoördinatoren

Lerend werken en werkend leren, uitleiding door Thijs Schiphorst, consultant ervaringsleren
17.00 Afsluiting, hapje & drankje

Waar
Beauforthuis, Austerlitz
Woudenbergseweg 70
3711 AB Austerlitz (bij Zeist)

Kosten
€ 25 per persoon
studenten mbo/hbo in de zorg gratis

Aanmelding
Opgave voor 1 november via www.maryoncollege.nl of 030-6945540

Bekijk het programma

Inschrijven

Herfstcongres 25-26 november 2011: Overbeweeglijke & apathische kinderen


Visie en behandeling in de verschillende therapieën op antroposofische grondslag en in de pedagogiek

Geert Groote College, Amsterdam

Centraal staat de problematiek van overbeweeglijke en apathische kinderen. Beweging in innerlijke en uiterlijke zin vormt het natuurlijk levenselement van kinderen. Er kunnen zich twee polaire vormen van verstoring voordoen: enerzijds een overmaat aan beweging die de ontwikkeling in de weg staat, anderzijds juist een gebrek aan beweging, waardoor de ontwikkeling op een andere wijze stagneert. In de huidige tijd komt overbeweeglijkheid onder kinderen frequent voor, getuige de alom aanwezige ADHD-diagnostiek, maar ook het aandeel van apathische kinderen moet niet worden onderschat, getuige de vele kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum.

Dit congres wil ingaan op de achtergronden van de polariteit tussen overbeweeglijkheid en onbeweeglijkheid in de ontwikkeling van kinderen vanuit antroposofisch perspectief. Allereerst geven twee sprekers hun visie op deze problematiek. Vervolgens wordt een grote diversiteit aan therapieÎn die binnen de antroposofische gezondheidszorg beschikbaar zijn via werkgroepen aangeboden, naast een aantal pedagogisch georiënteerde werkgroepen. Tenslotte volgt er nog lezing over het gebit als spiegel van de mens in zijn (gestoorde) ontwikkeling.

Doelgroep

Artsen, verpleegkundigen, therapeuten werkzaam in de antroposofische gezondheidszorg; leraren in het (vrijeschool)-onderwijs en medewerkers in pedagogische instellingen en instituten. Ook studenten zijn van harte welkom: zij betalen een gereduceerd tarief.

Accreditatie

Er is accreditatie aangevraagd bij de verschillende betrokken beroepsverenigingen.

Sponsors

Dit congres is mede mogelijk gemaakt door financiële steun van de volgende instanties: Iona Stichting, Nederlandse Vereniging voor Antroposofische Artsen, Nederlandse Vereniging voor Kunstzinnige Therapie op antroposofische grondslag en Weleda Nederland NV

Stichting Herfstcongres

De Stichting Herfstcongres heeft ten doel de antroposofische geneeskunde en haar therapieën te bevorderen. Zij tracht dit doel onder meer te bereiken door het organiseren van congressen die zich richten op de antroposofische gezondheidszorg.

Het bestuur van de stichting wordt gevormd door de volgende personen:
Jelle van der Schuit (penningmeester, muziektherapeut)
Xandor Koesen-York (voorzitter, therapeutisch spraakvormer)
Jeannette van der Schuit-Janssen (secretaris, antroposofisch huisarts)

Zie verder http://www.herfstcongres.nl/

‘Eigen regie versterken’


Praktijkonderzoek in de Antroposofische Gezondheidszorg 2011
Symposium lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg
Hogeschool Leiden, 9 december 2011, 12.45-18.00 uur

Op 9 december organiseert het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg het jaarlijkse symposium voor relaties, studenten, docenten en overige geïnteresseerden.

Praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg

In de eerste helft van dit symposium presenteert het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg haar werkzaamheden van de afgelopen periode (2010-2011) en krijgt u een vooruitblik op de komende periode (2012 en verder). Naast deze presentaties zijn er ook enkele presentaties van gasten. De tweede helft van het symposium staat in het teken van de ‘eigen regie’ in de zorg, en heeft de vorm van een werkconferentie.

Op weg naar eigen regie van patiënten en zorgverleners

De gezondheidszorg verandert in rap tempo, de positie van de cliënt/patiënt t.o.v. de zorgprofessional verandert. We zien een inhoudelijke verschuiving naar zorgvernieuwing gericht op versterken van de eigen regie van patiënten. Eigen voorkeuren van cliënten/patiënten worden steeds belangrijker. Ook om de kosten beheersbaar te houden, wordt een steeds groter appel gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt/patiënt.

Dit wordt versterkt door de voorgenomen bezuinigingen van het kabinet waardoor er in de komende jaren veel in de gezondheidszorg zal veranderen. PGB’s verdwijnen, basispakketten verschralen en de verantwoordelijkheid voor de zorg verschuift richting gemeenten en zorgverzekeraars. Gemeenten en zorgverzekeraars hebben een grote kennisachterstand om de vraag naar het professioneel ondersteunen van eigen regie in te vullen. Zorgverleners zullen door de komende ontwikkelen hun zorgpraktijk en rol moeten veranderen. Zij moeten steeds meer vraaggestuurde zorg op maat leveren, terwijl zij hier veelal niet op voorbereid zijn. Wat is die nieuwe rol precies? En hoe kunnen zorgverleners daar het beste voor geschoold worden? Welke kennis is nodig? Welke competenties hebben zij nodig? Welke instrumenten zijn nodig?

Wat is de bijdrage van de AG aan deze ontwikkelingen? Hoe kan de AG kansen creëren en benutten? Hoe kunnen AG veld en lectoraat AG (samen met andere stakeholders) optimaal samenwerken om aan te sluiten bij deze ontwikkelingen en bijdragen en kansen mogelijk te maken? Hoe kunnen we bv. binnen het Cluster Zorg van Hogeschool Leiden en/of met reguliere partners samenwerken? Uw actieve bijdrage wordt gevraagd tijdens de verkenningen van dit gebied!

Aanmelden

Informatie over de sprekers en het programma kunt u vinden op de website. Daar vindt u ook het aanmeldformulier.

Erik Baars
Lector Antroposofische Gezondheidszorg
Hogeschool Leiden

Vervolgbijeenkomst ‘Project Opleidingen in verbinding’ op 23 november


In dit nummer van De Digitale Verbreding is een uitvoerig verslag opgenomen van de werkconferentie ‘Project Opleidingen in verbinding’ op 17 juni. Het vervolg van die conferentie zal plaatsvinden op op woensdag 23 november van 16.00 tot 20.30 uur, in hetzelfde gebouw Lenteleven te Zeist. In de middag zal de opzet van de basismodule worden besproken en vanaf 18.30 de vormgeving van de academie. Iedere betrokkene wordt hierbij van harte uitgenodigd.

Truida de Raaf, voorzitter van de stuurgroep voor het project Opleidingen in verbinding, schreef op 20 augustus een voortgangsbericht, naar aanleiding van hetgeen tijdens de succesvolle werkconferentie door de deelnemers is bijgedragen en dat bruikbaar is om de tweede helft van de looptijd van dit project in te gaan.

Zij meldde dat Guus van der Bie als projectfunctionaris is aangesteld tot eind januari 2012. Hij zal in nauwe samenwerking met Dick Keijzer als expert en de stuurgroep werken aan de totstandkoming van de Academie en het netwerk.

In het werkplan staat dat direct na de zomervakantie twee werkgroepen van start gaan:
1. Vormgeving Basismodule Academie en van daaruit verzamelen van inhoudelijke aandachtspunten voor het werkplan/meerjarenplan van de academie.
2. Vormgeving Organisatie Academie met rechtsvorm en financieringsplan en van daaruit aandachtspunten voor een meerjarenplan.

Er wordt vooral gewerkt aan deze twee onderwerpen die noodzakelijk uitgewerkt moeten zijn voor de start van de Academie. In het werken aan deze twee thema’s worden de elementen verzameld voor het meerjarenplan/werkplan van de Academie. De relatie met een te ontwikkelen netwerk Hoger Onderwijs wordt meegenomen bij beide werkgroepen.

Ad 1. Leiding werkgroep vormgeving basismodule en schrijver: projectfunctionaris Guus van der Bie.

Alle beroepsgroepen worden betrokken bij de vormgeving van de basismodule. Guus van der Bie stuurt een uitnodiging naar alle beroepsgroepen om input te leveren. Een kerngroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de bestaande applicatieopleidingen van artsen, fysiotherapeuten, psychotherapeuten, verpleegkundigen, gaan met deze input aan de slag onder leiding van Guus van der Bie.

Op woensdag 23 november zal een eerste concept van de basismodule worden gepresenteerd aan alle beroepsgroepen en opleidingsfunctionarissen van de instellingen. Voor de bestaande applicatieopleidingen betekent de komst van de interdisciplinaire basismodule een ingrijpende aanpassing van het eigen beroepsgerichte traject.

Planning: start basismodule september 2012, dat betekent dat januari 2012 de basismodule klaar moet zijn.

Ad 2: Leiding werkgroep Organisatie academie en schrijver: Dick Keijzer

Dick Keijzer vraagt enkele mensen met specifieke expertise op deelgebieden vanuit instellingen en beroepsverenigingen van de NVAZ.

Planning: eind januari 2012 ligt er een plan voor de rechtsvorm, relatie met NVAZ en AViN en een financieringsplan en kan de Academie worden opgericht. We hopen met dit plan de expertise die in het veld aanwezig is goed te benutten.

In beeldspraak: we willen graag alle feeën uitnodigen voor de geboorte van de Academie zodat er geen dertiende fee overgeslagen wordt. Mochten we een fee vergeten, wilt u ons daar dan op attenderen? We hebben genoeg gouden borden en bestek.

De werking van gebouwen op het welzijn van mensen


Op 30 september 2011 is er in OlmenEs een symposium gehouden naar aanleiding van de afronding van de bouwfases met als thema: ‘De werking van gebouwen op het welzijn van mensen’. Een centraal element in onze antroposofische zorg is de ontwikkeling van bewoner en medewerker. Hierbij is voor ons, naast de kwaliteit van de relatie tussen begeleider en bewoner, ook de kwaliteit van de fysieke omgeving belangrijk. Dat is terug te zien in de vormgeving van onze gebouwen en in de inrichting en het onderhoud van ons terrein.

Op het symposium waren zo’n 150 belangstellenden. Het symposium werd ingeleid door Pieter van der Ree, buitengewoon hoogleraar voor organische architectuur en voorzitter van de Stichting Mens & Architectuur.

Na de inleiding werden de gasten meegenomen voor een rondleiding. Er zijn gebouwen bezichtigd en aan hand van opdrachten werd er beeld (foto’s) en tekst verzameld die vervolgens werden vertoond. Zowel forumleden als gasten werden uitgenodigd iets te vertellen over de foto’s en met elkaar hierover in gesprek te gaan. Daarbij ging het om typische kenmerken van architectuur van de gebouwen van OlmenEs. Maar ook welk gevoel het bij de mensen opriep.

Enkele oneliners:
Een gemeenschap waar binnen en buiten samenkomen.
Ruimte om te zijn.
Ieder gebouw is anders, maar toch is het één geheel.
Goede zorg verzorgt zichzelf.

Het forum bestond uit: Hilde Hegeman en Tjalling van der Heide (bewoners van OlmenEs), Piet Ruijssenaars (architect OlmenEs), Grietzen Kunnen en Pieter van de Ree.

Na afloop van het symposium was er gelegenheid om afscheid te nemen van Grietzen Kunnen. Met het gereedkomen van alle nieuwe gebouwen, is er een eind gekomen aan de lange periode waarin Grietzen Kunnen zich heeft ingezet. Als mede-initiatiefnemer van de organisatie, ‘bouwheer’ en verantwoordelijke voor alle beheerszaken, heeft Grietzen Kunnen in de afgelopen 25 jaar een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van OlmenEs.

Bron: http://www.olmenes.nl/nieuws.html

woensdag 25 mei 2011

Aankondigingen


Werkconferentie ‘Verder bouwen aan de Academie en het netwerk Hoger Onderwijs’

Op vrijdag 17 juni van 14.00 tot 17.00 uur (de locatie zal nog worden bekendgemaakt) zal de werkconferentie ‘Verder bouwen aan de Academie en het netwerk Hoger Onderwijs’ worden gehouden.

Doel van deze conferentie:
– bespreken van een voorstel om over te gaan tot het oprichten van een Academie voor (aanvullend) onderwijs t.b.v. de antroposofische gezondheidszorg op niveau 5 en hoger;
– lijnen vast te stellen waarlangs verder gewerkt wordt aan een netwerk hoger onderwijs met enkele erkende instellingen voor HBO en universitair onderwijs en de toekomstige Academie;
– concreet begin te maken met de inhoudelijke uitwerking van een gezamenlijke interdisciplinaire basismodule;
– aandragen van bouwstenen voor het werkplan van de op te richten Academie.

Degenen die beroepshalve geïnteresseerd zijn in deze werkconferentie, worden verzocht zich per e-mail aan te melden bij Marga Prent, secretariaat NVAZ, m.prent@nvaz.nl.

De werkconferentie wordt georganiseerd door de stuurgroep van het project ‘Opleidingen In Verbinding’: Mieke van den Goorbergh (vertegenwoordiging NVAZ-bestuur), Marinus van der Meulen (NVAZ sector Instellingen) en Truida de Raaf (opleidingenoverleg Medische Sectie AViN).

Projectleider: Maarten Michiel Mahler (tot 1 mei 2011).
Externe adviseur: Dick Keijzer.

Overige activiteiten

Hieronder treft u een overzicht aan van de activiteiten bij de NVAZ of bij één van de lidinstellingen van de NVAZ. Kijkt u in de agenda op de NVAZ-website voor aanvullende informatie.

17 juni 2011, 10.00-13.00 uur: Symposium ‘Beelden van Kwaliteit’
17 juni 2011, 14.00-17.00 uur: Conferentie ‘Opleidingen in verbinding’
3-6 augustus 2011: Congres ‘Living in the Encounter’


Bron afbeelding 13 mei 2010: http://oogwandeling.blogspot.com/2010_05_01_archive.html
Jong groen: http://oogwandeling.blogspot.com/2010/05/jong-groen.html

vrijdag 11 februari 2011

Symposium dat staat als een huis


Symposium ‘Gezondheid bevorderen’ in Leiden – 12 november 2010

Een bijzonder rijke dag was het derde symposium van het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden op vrijdag 12 november 2010 over ‘Gezondheid bevorderen’ (zie ook ‘Een terugblik’). Nu zijn we niets anders gewend – we worden in Leiden elke keer echt verwend – maar deze keer had het symposium echt een meerwaarde. Niet zozeer doordat het in de nieuwe aula, niet meer bij de ingang, maar aan de achterzijde van het gebouw, werd gehouden, of doordat er tussendoor steeds een verrassende opmaat gezamenlijk door vader Adriaan Bekman op bassaxofoon en dochter Michaela Bekman met euritmie werd verzorgd. Hoewel dat ook al kleine pareltjes waren! Misschien waren het de internationale sprekers: Bengt Lindström uit Finland, Max Moser uit Oostenrijk en Annette Weisskircher uit Duitsland. Maar ook de inbreng van Peter Kooreman en Erik Baars zelf mocht er zijn. De eerste vier genoemden zijn allemaal professor, Erik Baars doctorandus (het complete programma vindt u hier). Hoe het ook zij, dit symposium stond als een huis.

Bengt Lindström, die je bijna wel een hoogleraar Salutogenese kunt noemen, gaf een overzicht van al zijn weten op dit gebied. En dat was veel. Zo ging het over de capaciteit om hulpbronnen van gezondheid aan te boren en te gebruiken. Daar zijn we niet op gericht, alleen op het wegwerken van ziekte. Hij noemde het een levenshouding: vind je eigen bronnen, op verschillende niveaus, beginnend met je eigen gevoel. Ook schetste hij de vijf hoofdproblemen: roken, gebrek aan beweging, ongezond eten, alcohol en mentale problemen. Hij is mede-auteur van het nog te verschijnen boek The Hitchhiker’s Guide to Salutogenesis.

Max Moser, van de Universiteit van Graz, bestudeert de ritmen in de biologie: chronobiologie. Hij had een buitengewoon interessant verhaal. Anders dan Lindström, die vooral achter zijn laptop zat om zijn Powerpointpresentatie maar goed over het voetlicht te krijgen, maakte hij direct contact met de zaal. Probleem hier was weer de verstaanbaarheid: als een Duitstalige in het Engels begint te spreken, moet je dubbel je oren spitsen. Het mooie was dat Moser met zulke concrete voorbeelden kwam. Na een algemeen verhaal over ritmen en het belang van slaap, kwam hij op onderzoek waaruit bleek dat vrouwen die in ploegendienst werken een grotere kans op borstkanker hebben. En nog sterker was zijn onderzoek naar euritmietraining, compleet met koperstaven, voor bouwvakkers om ongelukken te verminderen. Dat werkte bijzonder goed, wat vooral na twee maanden bleek uit de kwaliteit van hun slaap. De ongevallen namen evenredig af: van vijf tot zelfs nul procent. Het onderzoek werd uitgebreid naar 85 bouwbedrijven: 50% minder ziektes, 25% minder ongevallen. De conclusie van Moser: chronobiologie is net zo belangrijk als fysieke en psychische gezondheid. Het tijdsorganisme van de mens is van grote (en misschien wel beslissende) invloed.

Erik Baars ging in zijn bijdrage op dit thema door: je moet veel dynamischer gaan denken, niet alleen in termen van óf ziek óf gezond, maar in ritmen, in de tijd. Je lichaam is een organisme dat zich constant volledig vernieuwt. Hij kwam uit op het stimuleren van de zelfregulering, op drie niveaus: fysiek, psychosociaal, betekenisgevend. En ook hij kon hierbij concrete voorbeelden leveren. De behandeling van ontsteking en koorts bijvoorbeeld; bij ziektebestrijding worden gewoonlijk koortswerende en andere antimiddelen gebruikt. Maar onderzoek naar koorts en kanker en koorts en allergie leert dat koorts een vorm van zelfregulatie is. De antroposofische bijdrage is dan weinig koortswerende middelen te gebruiken, maar wel goede begeleiding te bieden. Ook haalde hij het voorbeeld van hooikoorts aan, en misteltherapie. Dus de focus op zelfregulatie, maar dit zal nog wel verder moeten worden uitgewerkt.

Vervolgens was de beurt aan gezondheidseconoom Peter Kooreman, die samen met Erik Baars in juni 2010 een verkennend onderzoek publiceerde naar antroposofische behandelingen (zie ‘Antroposofische zorg goedkoper’). Hij voelde zich als econoom een beetje een vreemde eend in de bijt, tussen al deze gezondheidszorgmensen. Maar met zijn vraag ‘is antroposofische gezondheidszorg kosteneffectief?’ leek hij mij hier juist perfect op zijn plaats. Hij stelde dat hierbij goed regulier wetenschappelijk onderzoek hard nodig is. Maar dan moeten de kosten en baten wel in samenhang worden bezien, met een brede biografische blik daarop. Hiervoor zijn adequate gegevens nodig, en de grootste zorgvuldigheid bij de statistische analyse. Een voorbeeld van hoe het niet moet, was voor hem het nieuws in dagblad Trouw van 14 februari 1992, waarbij uit gegevens van ziekenfonds Spaarneland werd geconcludeerd: de kosten van antroposofische gezondheidszorg liggen lager. Die conclusie had op basis van de beschikbare gegevens nooit getrokken mogen worden.

Kooreman gaf een illustratief voorbeeld van met welke gegevens je idealiter allemaal rekening zou moeten houden bij de samenhang tussen kosten en baten. Maar in de praktijk zijn die heel lastig te verkrijgen, toonde hij aan bij zijn eigen onderzoek en bij een recente Zwitserse studie (zie ook ‘Zwitserse studie kosteneffectiviteit complementaire behandelwijzen’).

Een bijzonder probleem stipte Kooreman hierbij nog even aan: wat behelst antroposofie eigenlijk? Hij is verbonden aan de Universiteit van Tilburg, die bij bovengenoemd onderzoek grote welwillendheid toonde. Maar als je verder wilt, moet wel duidelijk zijn waarover het gaat. Iedereen weet wat acupunctuur en homeopathie is, heeft daar een idee bij. Maar dat is niet zo bij wat antroposofie is. Die horde moet nog worden genomen en zou het in gang zetten van groot onderzoek zeer vergemakkelijken.

De laatste lezing was voor rekening van professor Annette Weisskircher, zij sprak over ‘Gesundheitsförderung in der Eurythmietherapie’. Zij is verbonden aan de Alanus Hochschule für Kunst und Gesellschaft, waar sinds 2003 erkenning voor deze studierichting bestaat. Sinds 2007 is er zelfs een Master euritmie. Er bestaan bij de euritmiestudie vier richtingen: Bühneneurythmie, Eurythmie in sozialen Arbeitsfeldern, Eurythmiepädagogik en Eurythmietherapie.

Weisskircher vertelde over haar onderzoek naar hooikoortsbehandeling met euritmietherapie. Ik kon me echter niet aan de indruk onttrekken dat deze studierichting, in ieder het geval het onderzoek ernaar, nog in de kinderschoenen staat. Dan hebben we in Nederland in de afgelopen jaren toch al heel wat stappen meer gemaakt! Waarbij concreet gezocht wordt naar een optimale uitwisseling tussen theorie en praktijk. Nu is euritmie wel een moeilijk onderzoeksgebied, lastig om concreet te maken. Hier werd bovendien nog zo uitgegaan van de bewijsvoering voor wat Steiner bijna honderd jaar geleden bij een bepaalde gelegenheid te berde heeft gebracht. Niet verkeerd, maar daarmee begeef je je wel in een moeilijke positie. Maar zoals Duitsers eigen is, wordt er heel grondig en intensief aan gewerkt, dus wie weet wat er nog uitkomt!

Michel Gastkemper

dinsdag 2 november 2010

Bouwstenen voor een toekomstige gezondheidszorg - 10 september


Werken aan een toekomstige gezondheidszorg gebeurt op veel plekken in Nederland. Maar bouwstenen daarvoor aandragen vanuit een duurzaamheidsgedachte is veel minder gangbaar. Vooral ook wanneer dat vanuit antroposofische optiek gebeurt. Een werkconferentie met dit doel werd op 10 september gehouden in het gebouw van Triodos Bank in Zeist. Het initiatief lag bij de Netwerkuniversiteit van het Bernard Lievegoed Fonds, de Iona Stichting en Weleda Nederland. Een ‘invitational conference’ in een strakke organisatie: elf sprekers die elk tien minuten kregen om hun op schrift gestelde stellingen toe te lichten, waarbij zij kwistig gebruik maakten van Powerpoint Presentaties. En tussendoor was er een paar keer gelegenheid tot een plenaire discussie met drie van de sprekers tegelijkertijd. De laatste spreker (spreekster) beloofde vanuit het oogpunt van de zorgverzekeraar commentaar te geven op alle voorgaande bijdragen.

Beloofd werd ook dat de inhoud van deze dag zal worden uitgewerkt in een publicatie, die medio 2011 moet verschijnen.

Integriteit

Wat leverde deze werkconferentie nu voor beeld op? Om te beginnen: bijzonder sterke inhoudelijke en relevante bijdragen. Wat wil je, met sprekers als Pim Blomaard, Erik Baars, Peter Kooreman, Jaap Sijmons en Arie Bos, om de meest bekende namen te noemen. Welke bouwstenen droegen zij aan? Ik kan er slechts een paar elementen uitpikken. Na de inleiding van Bert Vroon, die niet alleen NVAZ-voorzitter is, maar ook voorzitter van het Bernard Lievegoed Fonds, en de inleiding van dagvoorzitter Bert van Barneveld, was de eerste spreker Pim Blomaard. Die zette meteen sterk en herkenbaar in.

Hij noemde integriteit een voorwaarde voor duurzame gezondheidszorg, in die zin dat je moet kunnen rekenen op integere personen en integere instanties. Hoe bewerkstellig je integriteit? Door een uiterlijke en een innerlijke maatstaf te hebben die elkaar dekken. Een uiterlijke kan de beroepscode zijn, terwijl een innerlijke maatstaf de waarde kan zijn die voor jezelf belangrijk is. Wanneer die twee overeenkomen, kun je spreken over een geweten.

Pim Blomaard ging door op dit thema van de waardenoriëntatie in zijn stellingen. Bijvoorbeeld de stelling dat de relatie het allerbelangrijkste is in de zorg. Maar in relaties spelen machtsverhoudingen altijd een rol. Die zijn er gewoon, juist ook in de zorg. Op relaties kun je wel codes en richtlijnen loslaten, maar daarmee bestrijk je niet het hele terrein. Ieder zorgberoep draagt intrinsiek ook een hoger doel in zich. Het waardenbesef en het geweten van de professional kunnen daar eerder bij komen dan alleen een uiterlijke code.

En dan is er nog het raamwerk, de ‘institutionele relatie’. Ook die is van invloed op de duurzaamheid. Hier spelen de verhoudingen eveneens een rol en kun je te maken krijgen met de ‘arrogantie van de macht’. Een tegenwicht kan zijn om het beroepsbeeld van die instanties van dezelfde waarden en hetzelfde waardenbesef uit te laten gaan, als welke in het primaire proces gelden. Dan blijven zij dienstbaar aan het primaire proces en lopen minder gevaar te ontsporen. Dit kan bovendien gestimuleerd worden door een sterke vereenvoudiging van het systeem na te streven. Het optreden van ‘systeemdwang’ is dan makkelijker te voorkomen.

Finesses

De volgende sprekers, eerst Erik Baars en later Peter Kooreman, hadden thema’s gekozen die we van hen al kennen: respectievelijk ‘individu georiënteerde zorg’ en ‘bewuste keuzes maken in de zorg door baten en kosten te kwantificeren’. Later kwam hier ook Arie Bos bij, inmiddels bijna een Bekende Nederlander als Eureka boekenprijswinnaar (nu al derde druk!), die een bloedserieus maar evenzeer vermakelijk verhaal hield over medicijnen die niet genezen, maar een mens ziek maken of erger. En welke weerzin die bij hem oproepen.

Jaap Sijmons is nog een bekende in zorgland. Hij is naast advocaat en filosoof een hooggeleerde jurist op het gebied van gezondheidsrecht en als zodanig aan de Universiteit van Utrecht ook als hoogleraar werkzaam. Hij hield een onnavolgbaar betoog over duurzaamheid in de zorg, langs machten in evenwicht, juridische voetangels en klemmen, en financiële marktmechanismen. Kern van zijn stellingen: humanisering in plaats van medicalisering. Maar ik vrees dat we op de gedrukte versie moeten wachten om zijn pleidooi echt tot in de finesses tot ons te kunnen nemen.

Longaandoeningen

Van de antroposofisch geïnspireerde sprekers kwam Jan Huisman voor mij als een van de meest verrassende uit de hoek. Hij vertegenwoordigde in feite de net in mei overleden longarts Albert Peters. Voor ernstige aandoeningen aan de luchtwegen had deze een methode ontwikkeld die de patiënt volledig inschakelt bij zijn herstelproces, en met veel succes. Het gebroederlijk samenwerken van verschillende zorgdisciplines hoorde hier intergaal bij. Peters had het bovendien klaargespeeld dat deze methode op grote schaal door beroepsgenoten wordt overgenomen. Waarmee een ziekte met een van oudsher bijzonder slechte prognose een kansrijke behandeling ervoer. Het is nog net geen staande praktijk, maar het scheelt niet veel, als ik Jan Huisman mag geloven. Petje af hoe hij deze boodschap overbracht, indrukwekkend.

Een andere bekende op antroposofische symposia is de systeembioloog Jan van der Greef van TNO. Op zijn eigen innemende wijze was hij ook hier present met zijn altijd overtuigende verhaal over een nieuw systeemdenken, dat hij prachtig weet te illustreren.

Volslagen nieuw voor mij was Louis Overgoor, huisarts uit de Bijlmer. Op een zeer frisse manier zette hij bepaalde zorgbegrippen op zijn kop, zoals promotie en preventie bij het inschakelen van de eigen activiteit van patiënten. Het mooie was dat ook dit verhaal helemaal in de praktijk was geboren en al werd gepraktiseerd. En dat je je eigen denksysteem even moest verlaten om hem goed te kunnen volgen. Heel verfrissend.

Zorgverzekeraar

Als laatste was de beurt aan Diane Monissen, een bijdrage waar reikhalzend naar werd uitgekeken. Ga maar na, zij is bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar De Friesland. Haar commentaar op de bijdragen zou zeker niet alleen gewicht in de schaal leggen, maar ook concrete consequenties kunnen hebben. Met haar verleden als Directeur-Generaal van VWS mocht verwacht worden dat zij die in een breed perspectief zou zetten. Wat inderdaad gebeurde. Zij loofde en kapittelde waar het op zijn plaats was. Maar zij omarmde volledig de gedachte aan duurzaamheid als een essentiële bouwsteen voor onze toekomstige gezondheidszorg en kon zich in grote lijnen vinden in het te berde gebrachte.

Nu op naar een concrete uitwerking van deze inhoud, en het liefst een stevige stem bij het maatschappelijk debat en de discussie in de publieke opinie!

Michel Gastkemper

.

Ruimte voor ontwikkeling - 17 juni


Over de betekenis van verbinding in de zorg

Verslag symposium 17 juni 2010, 16.00-21.00 uur

De middag wordt ingeleid door Hans Reinders (Bijzonder Hoogleraar Bernard Lievegoed Leerstoel, VU Amsterdam) die een sleutelrol heeft gespeeld in de organisatie en coördinatie van dit symposium. Hij verduidelijkt als introductie de relatie tussen de ruimte voor ontwikkeling en de inzet van verbinding (een veelvoorkomend thema binnen de antroposofie). Om deze dag een diverse inhoud te geven heeft hij enkele sprekers gevraagd om de volgende stelling leidraad te laten zijn voorhun bijdrage:

‘Als je je als hulpverlener / medewerker verbindt met iemand / de cliënt, kom je dingen te weten die je anders niet te weten komt.’

De sprekers:
– Astrid van Zon, directeur Rozemarijn
– Erik Beemster, directeur Queeste
– Marjanke de Jong, biografie-therapeute
– Karen Wuertz, cultureel antropoloog / onderzoekster
– Lydia Helwig Nazarova, bestuurder


Astrid van Zon, directeur Rozemarijn (Raphaëlstichting)

Vertelt over haar ervaringen als leidinggevende

Het werken met kinderen die verstandelijke beperkingen hebben maakt duidelijk dat dit van invloed is op de mate van verbinding. Met enkele voorbeelden en anekdotes wordt duidelijk hoe lastig het is om met deze kinderen in verbinding te komen. Het vraagt een vergroten van het inzicht in wat iemand nodig heeft. Hoe kun je iets aanreiken dat een ander tot activiteit aanzet, tot betrokkenheid? Het gaat hierbij om het hoe, en niet om het wat. Astrid van Zon draagt twee thema’s aan: het zelf tevoorschijn komen en het inlevend waarnemen.

Het eerste gaat uit van een actieve, stemmingsvolle interesse bij de ander. Verbinding betekent dan in het moment van de zorgpraktijk in interactie komen zodat ontmoeting plaats vindt; een wisselwerking, gestoeld op een actieve aanwezigheid. Hierdoor kan zowel de ander als jijzelf tot verschijning komen en komt er een proces van herkennen en erkennen op gang.

Het tweede beschrijft de moed en het vermogen om op onderzoek uit te gaan, ook bij jezelf. Een ware wisselwerking komt in de eerste plaats tot stand door de wil om je te verbinden met het kind. Dit lukt niet zonder ook naar jezelf kijken. Daarvoor is het inlevend waarnemen een middel, de grote oefening in werkelijk kijken. Wat gebeurt er in jezelf en wat betekent de werk- of zorgrelatie voor jou en de ander?

Dit samen leren brengt een nieuw soort verbinding tot stand; voor alle medewerkers een kunst op zich, ook voor een leidinggevende, aldus Van Zon. Als afsluiter wordt Joseph Beuys aangehaald die spreekt over actieve verbinding als voorwaarde voor het kunstenaarschap waarbij het credo geldt: ‘In ieder mens schuilt een kunstenaar!’


Erik Beemster, directeur Queeste (ambulante psychiatrie, Raphaëlstichting)

Vertelt over het belang van heelheidsontwikkeling en hoe dit vorm kan krijgen.

Voor zijn werk noemt Erik Beemster het beoordelen wat een cliënt nodig heeft een van de essenties. Vaak ligt volgens hem het antwoord op iedere zorgvraag in de queeste besloten. Om te weten welke bestaande kwaliteit er is, gaat hij per definitie uit van mensen en niet van nummers. Zorg is immers nuttig en nodig. Het bewijs hiervoor is volgens hem de hele mens met geest, ziel en lichaam.

Zo ontpopt zich het begrip heelheidsontwikkeling. Hoe kan een mens weer heel worden als er geen sprake is van verbinding? In het werkproces is het hoofddoel om de ander tot innerlijke volkomenheid te laten komen. De invulling en richting van zijn werkproces heeft Erik Beemster o.a. gevonden in verschillende werken van zowel religieus-filosofische als praktisch georiënteerde aard. Hij licht in het bijzonder het begrip ‘Precensing’ toe als mogelijke uitleg of methode voor het (mogen) uitgaan van de geestelijke wereld in het werk. Het uitgangspunt hierbij is dat je met een open geest (imaginatie), een open hart (inspiratie) en een open wil (intuïtie) mogelijk iets af kunt lezen en zo meer te weten kunt komen.

Hij sluit af met een voorbeeld van het inzetten van meditatie voorafgaand aan een werkgesprek waarbij ‘Precensing’ het doel is, zoals in feite bij ieder gesprek. Beemster ervaart dat, als je deze methode werkelijk toepast, het minder noodzakelijk blijkt om van tevoren te bedenken hoe je het gaat doen of wat je gaat zeggen. Je kunt op een andere manier een gesprek ingaan, omdat je uitgaat van de liefde in ieder mens. De kunst is daar dan bij te blijven.


Marjanke de Jong, biografie-therapeute

Vertelt over de vraag van een cliënt met slaapstoornis en stressproblematiek

Een man komt op een therapiebespreking om een behandeltraject te bespreken. Aanleiding is het hebben van slaapproblemen. Het gesprek met de therapeuten verloopt niet makkelijk en op de vraag of hij iets over zijn biografie wil vertellen, gooit hij zijn boekwerk op tafel. Een handeling waarbij iemand in feite zijn leven weggeeft, zonder de vraag te stellen of iemand het wil lezen.

Ondanks dat er bij Marjanke de Jong in de dagen daarna een beeld ontstaat (in haar geval een huis op een zandvlakte zonder ramen en deuren met kleine hond die daar snuffelde), blijft het onduidelijk wat te doen, mede omdat de man ook al heel veel geprobeerd had. Voor haar komt het antwoord op de hulpvraag eigenlijk via een andere patiënt die haar teruggaf: ‘Sinds ik met jou aan de levensloop werk, slaap ik zo goed.’ Het structureel met elkaar werken en per levensfase naar de ontwikkeling kijken, had blijkbaar een effect op de slaap. Hier legt ze een verbinding naar de man en de mogelijkheid dat biografie-therapie een sleutel voor hem zou kunnen zijn.

Kort daarop belt de man uit eigen beweging om een afspraak te maken en ze gaan enthousiast aan het werk. Hij kan tijdens deze sessies niet goed in gesprek komen, maar vertelt wel het hele uur en geeft gemakkelijk antwoord op de vragen. Ook maakt hij schema’s van zijn slaapritmes die telkens met enige schrik worden ontvangen.

Na een half jaar consequent samenwerken vraagt hij of Marjanke deze schema’s nog wil ontvangen. Zij antwoordt dat zij eigenlijk niet begrijpt waarom de man niet slaapt. Hierop geeft hij aan dat het inderdaad al iets beter gaat. Uiteindelijk volgt een moment waarop hij zegt het te weten. Het ontbreekt hem aan eigenwaarde; hij dacht altijd dat hij iets niet goed doet. Nu is er naar hem geluisterd waarbij geen kritiek is gegeven. Hij beseft dat hij het wel goed gedaan heeft en ervaart zichzelf als heel. Als hij nu onrustig in bed ligt, maakt het idee dat er elders een vorm van rust bestaat hem weer rustig. Zo is hij zelf een sociale verbinding aangegaan, na een traject waarin het begrip verbinding hem in alle volheid is aangereikt.


Karen Wuertz, cultureel antropoloog / onderzoekster

Vertelt over haar ervaringen op zowel een reguliere instelling als een antroposofische instelling waar zij onderzoek heeft gedaan.

Dat je ook heel veel kunt leren over verbindingen als dingen niet goed gaan, blijkt op een van de onderzoekslocaties. Waar de eerste plek, een antroposofische instelling, vooral mooie ervaringen oplevert om te noteren, is de tweede plek, een huis waar jong volwassenen wonen met autisme, gevuld met personeel dat aangeeft moeite te hebben met het aangaan van verbindingen. Wel leeft de overtuiging dat fouten er zijn om te herstellen, en daarmee ook verbroken relaties. Het bijzondere is dat de twee plekken werken als elkaars tegenbeeld en daarmee een heel nieuw beeld opleveren.

Voorbeeld 1

We zien Marijke. Ze zit in een rolstoel. Haar begeleidster vraagt haar of ze een stukje wil lopen. Nee, ze heeft geen zin, maakt geen aanstalten. Uiteindelijk gaan ze toch op pad en ze lopen een ronde langs de keuken. Ze heeft de smaak te pakken, mede door de geluiden en de geuren. Onderweg maken ze van alles mee en op de drempel van de keuken hebben ze samen veel plezier. De begeleidster moet behoorlijk tegengewicht geven, een flinke fysieke inspanning. Ook volgt een stap over de drempel. Vanuit het onderweg zijn wordt Marijke geholpen om telkens de volgende stap te zetten.

Voorbeeld 2

Daar staat Ernst, een van de allermoeilijkste cliënten. Hij heeft veel behoefte aan voorspelbaarheid en veiligheid. Soms verliest hij dit totaal en rent hij in zijn kamertje heen en weer, doodsbang. Hij eist van twee begeleidsters om op een stoel te gaan zitten. Driftig gebaart hij dat ze plaats moeten nemen. Ook de begeleidsters zijn bang, waardoor er geen verbinding tot stand komt. Ze gaan uiteindelijk weg, want Ernst moet eerst maar even kalmeren. Hij gaat helemaal uit zijn dak, zet zijn handen tegen de deurpost en zwiepte keihard heen en weer op de drempel, in totale machteloosheid.

Deze twee drempelbeelden introduceren het concept ‘tussenwereld’, een plek van ontmoeting en onderzoek. Voorbeeld 1 schetst een situatie waarin de tussenwereld een zone is om te zoeken naar hoe te ondersteunen. Voorbeeld 2 maakt duidelijk dat Ernst hier in een niemandsland verkeert, alleen in zijn autisme, waarbij hij geen link heeft naar de tussenwereld.

De opdracht op de tweede plek was om verbinding tussen de autistische wereld (cliënten) en de gewone wereld (begeleiders) tot stand te brengen. In het voorbeeld is sprake van separatie, waarbij de tijd ervoor en erna bekeken wordt. De separatie zelf is in het werkproces echter geen onderzoeksonderwerp meer. Niemand heeft oog voor de mens die daar alleen zit, maar ook niet voor de begeleidsters en hun emoties.

Beide situaties maken de functie van de tussenwereld zichtbaar: ruimte creëren voor ontmoeting vanuit ieders eigenheid. Een wederkerig proces waarin zowel de zorgverlener als de cliënt iets komt brengen. Je nodigt de ander uit en gaat tegelijkertijd bij jezelf op zoek waarmee vrijheid in het hele proces gewaarborgd blijft.


Lydia Helwig Nazarova, bestuurder

Vertelt over ontwikkelend besturen en over de betekenis van het faciliteren van verbinden in de zorg.

Taal is in feite het voertuig van de betekenis. Als je nauwkeurig let op woorden als cliënt, product, very intensive care, zorg, flippen, opstarten en dergelijke, dan worden deze met het grootste gemak gebruikt. Vaak is angst hierbij geen onbekende motivator en vanuit angst is het hoe dan ook lastig verbinden. Je verbinden lukt als je innerlijk verbonden bent met jezelf, je eigen geschiedenis, je principes en waarden en je drijfveren. Vanuit dit proces ga je je eigen waarden onderzoeken.

Een bestuurder die zich met de core business van zijn/haar organisatie verbindt, krijgt meer te zien en is daardoor beter in staat de verborgen kwaliteiten en mogelijkheden van de primaire processen te faciliteren en in te schatten welke beweging het geheel in samenhang dient te maken. Stel daarom je organisatie voor als een menselijk lichaam: Waar voel je vitaliteit? Waar voel je pijn?

Vaak is er sprake van veel en onaffe pijn, veel negeren, enzovoort. Gaandeweg ontstonden er voor Lydia Helwig Nazarova tien verbindende principes van een bestuurder:

– Beschouwt het lichaam als organisch geheel
– Luistert en heeft gevoel voor de taal als voertuig van betekenissen
– Registreert en maakt scans
– Gaat op zoek naar gedeelde ervaringen
– Weet gemaakte en ervaren werkelijkheid te verbinden
– Voelt, denkt, wil en deelt (communiceert)
– Weet zich wederkerig afhankelijk
– Heeft het lef om niet te weten, te onderzoeken en vragen te stellen
– Is zich bewust van de rol ten dienste van de core business
– Gaat een relationele en geestelijke verbinding aan met alle stakeholders
– Is voorbeeld en navigator

Met deze principes is er heel wat te bereiken op gebied van het organisatieprincipe, het ontmoeten en een optimale samenwerking.

***

De presentaties leveren steeds dankbare bijdragen uit het publiek, die ook vervolg krijgen aan de verschillende tafels waar onderling ideeën en ervaringen uitgewisseld worden. Hans Reinders kijkt terug op een geslaagde dag en spreekt zijn dankbaarheid uit naar alle aanwezigen. Er is genoeg waardevols om mee te nemen op de zoektocht naar wat verbinding in de zorg nu eigenlijk is en hoe je hiermee omgaat. Hij hoopt dat de deelnemers verbinding zo gaan ervaren dat zij de kracht ervan verder tot ontwikkeling brengen. Tot slot ontvangen de sprekers een persoonlijke attentie van Bert Vroon, voorzitter NVAZ, die de dag besluit met eveneens een hartelijk dankwoord.

Linda te Wierike

.

Rode draad in de biografie - 18 september


Verslag symposium ‘Biografie en Identiteit’ op 18 september, bij het 21-jarig jubileum van Therapeuticum Mercuur, Eindhoven.

De zon scheen op het allereerste symposium van Therapeuticum Mercuur ‘Op zoek naar de rode draad in de Biografie’, in het Novaliscollege. Om één uur gingen de deuren open en betraden meer dan tweehonderd gasten de hal, het kloppend hart van deze dag. Hier stonden ook stands van de therapeuten van Mercuur, Instituut Blokdijk, Gezondheidskring Aorta, Patiëntenvereniging Antroposana, Duo Onyx, het Biografisch Instituut en de tafel met toepasselijke boeken van de Toermalijn.

De dag begon met een meeting met instructies voor alle vrijwilligers onder leiding van de jubileumcommissie bestaande uit Josée Kruip, Nand van der Pluijm en Henk Verboom. Zij werden ‘niet gehinderd door enige ervaring met het organiseren van een symposium’ zoals Henk later zou verklappen. Hier werden de eerste rode draden ontrold door de prikkelende presentatrice van het symposium, Annemoon Langenhoff. Het thema van de rode draden werd prachtig doorgevoerd door de hele aula, tot in de boeketten toe en verweven aan het eind van de dag. Bij het verlaten van het pand kreeg eenieder het uitgesproken gedicht van Christian Morgenstern, versierd met een rode draad, mee naar huis.

Dagvoorzitter Henk Verboom opende de middag inhoudsvol, waarna de eerste spreekster, schrijfster en beeldend therapeute Jeanne Meijs, stilstond bij het belang van het bereiken van de 21-jarige leeftijd. Hoe kunnen de kansen en de uitdagingen van deze levensperiode begrepen en benut worden? Harry Scholberg verbond de drie fasen van zeven jaar (geboorte van etherlichaam, astraallichaam en Ik-organisatie) met de gaven van Drie Koningen en voerde de Vierde Koning ten tonele (sprookje verteld door Annemoon Langenhoff), met wie op weg een aanzet ontstaat voor de identiteit. De eerste zeven jaar was het thema van de voordracht van Edmond Schoorel, kinderarts kindertherapeuticum in Utrecht. Welke innerlijke houding past het beste bij de opvoeding van het kind-als-mens, het kind-als-medemens en het kind-als-zichzelf.

Zoveel inspiratie al vóór de pauze. Annemoon zorgde voor de intermezzo’s en er was een sfeervolle muzikale bijdrage van Onyx.

Vervolgens sprak Jacques Meulman, psycholoog, over levende, waarachtige beelden die de wilskracht van de mens wekken waardoor de biografie zijn weg en richting kan vinden. De innerlijke vraag tot 21 jaar: ‘Krijg ik een beeld van mezelf?’, de volgende 21 jaar: ‘Krijg ik mezelf in beeld?’ en na het 42e levensjaar: ‘Kunnen deze beelden mijn initiatieven voeden en dragen?’ Myriam Driesens, priester van de Christengemeenschap, hield ons voor dat de opgroeiende mens zich min of meer vanzelf ontwikkelt tot aan de fase van 28 tot 35 jaar. Voor wie daarna niet stil wil blijven staan, zijn er heel wat groeiwegen. De meeste sluiten aan bij de beleving van een religieusspirituele dimensie en benadrukken het belang van een innerlijke scholing.

Daarna volgde het slotwoord van Nand van der Pluijm en de afsluiting door Henk Verboom.

De rode draden brachten ons samen en versierden ook het afsluitende glas dat de laatste gasten hieven – wat later dan gedacht. Volgens mij, en velen met mij: Mercuur staat op de kaart! Een betekenisvolle dag voor de antroposofie, voor Eindhoven.

Wij danken iedereen die bij deze dag betrokken was, als gast, als spreker, presentatrice, als zeer gewaardeerde vrijwilliger – onder wie ook fotograaf Emile Kruip en vormgeefster Elise Vogels. De verzorging bij en door Novalis was een toegevoegde waarde. Op de website www.mercuur.praktijkinfo.nl vindt u foto’s van deze dag. De teksten van de voordrachten zullen als/zodra ze beschikbaar komen, te vinden zijn via de link ‘activiteiten Mercuur’.

Tot slot: Josée, Nand en Henk, de Jubileumcommissie – als bestuurslid van Mercuur denk ik

namens alle aanwezigen te spreken als ik diep respect uitspreek voor jullie inzet en veel waardering voor het resultaat. Dank voor deze inspirerende dag!

Esther Stafleu, bestuurslid

.

Aankondiging symposium, congres en minor

.

Op de website van de NVAZ zijn op de pagina met de Agenda de volgende twee aankondigingen te vinden.

– vrijdag 12 november: Symposium ‘Preventief en curatief gezondheid bevorderen’. Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg, Hogeschool Leiden

– vrijdag en zaterdag 26 en 27 november: Herfstcongres 2010 ‘Slapen & Waken – Harmonie & Verstoring’. Visie en behandeling in de verschillende therapieën op antroposofische grondslag


Minor antroposofische gezondheidszorg voor studenten in het HBO (3e en 4e jaars) en WO in hun bachelorfase (3e jaars)

Voor meer informatie over overige opleidingen op gebied van antroposofische gezondheidszorg kunt u terecht op de overzichtspagina op de website van de NVAZ.


donderdag 17 juni 2010

Verslag Themadag kwaliteit op 3 juni


Hoe kunnen we de antroposofie in het kwaliteitssysteem meer een plek geven en daardoor een bijdrage leveren aan goede zorg? Het kwaliteitsmanagementsysteem wordt vaak als knellend ervaren om goede zorg te kunnen leveren. Waar is het van nut zijn en waar is het knellend?

Dat waren de vragen die centraal stonden op de NVAZ-themadag ‘De kunst van het zorgen en een kwaliteitsmanagementsysteem – Hoe gaat dat samen?’ Deze werd gehouden op donderdag 3 juni in Christophorus te Bosch en Duin en was bedoeld voor kwaliteitsmedewerkers en leidinggevenden die werkzaam zijn in antroposofische zorginstellingen.

Als sprekers traden Karen Wuertz en Erik Baars op. De eerste met een voordracht over ‘Stilzwijgende evidenties: de papieren werkelijkheid van de zorg. De tweede presenteerde een onderzoek binnen Camphill: ‘Meten en antroposofische kwaliteit: (hoe) gaat dat samen?’ Beiden verzorgden ook workshops, Karin over ‘Kwaliteit funderen in de zorgrelatie: waarom en hoe?’ en Erik over het door hem gepresenteerde onderzoek.

Van deze themadag is een uitvoerig inhoudelijk verslag gemaakt, dat u hier kunt downloaden.


Op donderdagmiddag en -avond 17 juni werd het NVAZ-symposium ‘Ruimte voor ontwikkeling – Over de betekenis van verbinding in de zorg’ georganiseerd voor mensen die werkzaam zijn in de antroposofische gezondheidszorg.

Het verlenen van zorg aan mensen is een kunst. Het aangaan van verbinding speelt daarbij een wezenlijke rol, zowel in de eerste als in de tweede lijn. Door zich te verbinden komen mogelijkheden van mensen tot ontwikkeling die anders verborgen blijven.

Zorg draagt daaraan bij wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding aan te gaan. Kwaliteit van zorg is in belangrijke mate kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt. In de verschillende sectoren van de zorg krijgt verbinding een andere inkleuring. Wat verbindt ons in de antroposofische gezondheidszorg? Wat betekent verbinding als organisatieprincipe?

Medewerkenden aan dit symposium waren Hans Reinders, Lydia Helwig Nazarova, Astrid van Zon, Marjanke de Jong, Karen Wuertz en Erik Beemster. Het programma bestond onder meer uit plenaire interviews en interactieve werkvormen in groepen. De avond werd afgesloten met een inhoudelijke bijdrage van Lydia Helwig Nazarova over verbinding als organisatieprincipe.

In de volgende De Digitale Verbreding zal ook hiervan een verslag worden opgenomen.

BewustZijn creëren


De internationale conferentie voor heilpedagogen en sociaaltherapeuten zal dit jaar van 4 tot en met 8 oktober in het Goetheanum, Zwitserland, worden gehouden. De titel luidt zowel (in het Duits) ‘BewusstSeinsBildung’ als (in het Engels) ‘Creating Consciousness’.

De uitnodiging vermeldt onder meer het volgende:

Lectures by Dr. Michaela Glöckler, Andreas Fischer, Prof. Dr. Thomas Fuchs, Dr. Roland Halfen, Penelope Roberts-Baring, Prof. Dr. Peter Selg and others.

Workgroups on the Study of the human being and consciousness, Curative Education in kindergarten, school and home, inclusion, Social Therapy in life, work and culture, questions of self-management, spirituality and the arts.

There will be simultaneous translation into English, Spanish, Russian, German, Swedish, French and possibly Italian.

The conference theme will be explored and developed in lectures and workshops. The workshops in particular aim to cover diverse aspects and themes relating to curative education and social therapy.

The workshops each morning will focus on developing the spiritual-scientific foundations of curative education, and on interdisciplinary dialog. The afternoon workshops will offer themed specialist further training in various fields such as curative education, schooling, therapy, social therapy, work, training, and social forms and organization.

Announcement
Programm als pdf herunterladen

Medizinische Sektion, Freie Hochschule Goetheanum
Konferenz für Heilpädagogik und Sozialtherapie
 
Site Meter