Posts tonen met het label Lievegoed Zorggroep. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lievegoed Zorggroep. Alle posts tonen

donderdag 28 maart 2013

De NVAZ in perspectief

De ledenvergadering op 11 december 2012

Na al hetgeen zich in de voorafgaande twaalf maanden had afgespeeld (zie ook ‘Recapitulatie en bezinning bij de NVAZ. De ledenvergaderingen in november 2011 en mei 2012’), vond eind 2012 een Algemene Ledenvergadering plaats waarin een nieuw perspectief voor de NVAZ gevonden moest zien te worden. Voorzichtig werden stappen gezet in een grotendeels nieuwe situatie, en, naar het zich liet aanzien, niet zonder dat er terechte hoop mocht worden gekoesterd. Toch was er nog een behoorlijk aantal niet te voorziene en niet te controleren factoren, zodat behoedzaamheid geboden was. De onverwacht hoge opkomst, zodat de vergaderruimte in gebouw Lenteleven in Zeist bijna te klein was, en de positieve stemming die tijdens de vergadering heerste, zorgden in ieder geval voor een goed begin.
De ledenvergadering was voorafgegaan door een bijeenkomst voor genodigden in Gouda op 17 oktober 2012, met de veelzeggende titel: ‘Indien er een toekomst is voor de NVAZ, hoe ziet die er uit?’ Het was een informeel gesprek tussen het bestuur van de NVAZ en een aantal stakeholders. De aanleiding waren ontwikkelingen die noopten tot evaluatie, bezinning en het formuleren van een ander perspectief voor de NVAZ, zowel qua inhoud als qua vorm.

‘Biografische’ uitdagingen

De uitkomsten werden verwerkt in de notitie ‘De NVAZ in perspectief’ van 26 november 2012, dat diende als basismateriaal voor deze ledenvergadering. De opsteller ervan, voorzitter Bert Vroon, beschreef de ontwikkelingen van de NVAZ in de jaren 2007-2012. Hij somde de ‘biografische’ uitdagingen op, waarin deze organisatie zich sinds 1 juli 2007, de oprichting van de NVAZ door een interim-bestuur, voortdurend bevindt. De aanvang werd getekend door een te hoog ambitieniveau dat tot de juiste proporties moest worden teruggebracht. De NVAZ was organisatorisch te zwaar opgetuigd en werd afgeslankt. De Ledenraad werd opgeheven.
Het werkveld was ondertussen aan grote veranderingen onderhevig. Lidinstelling Christophorus kwam in financieel zwaar weer, werd onderdeel van De Amerpoort. De Ita Wegman Stichting ging om dezelfde redenen naar de Lievegoed Zorggroep. Het Rudolf Steiner Verpleeghuis werd onderdeel van de Raphaëlstichting. De Lievegoed Zorggroep balanceerde vervolgens op de rand van de financiële afgrond. De Bellisgroep ging op in de Zonnehuizen; ook uit financiële noodzaak. De Zonnehuizen gingen failliet. LSG-Rentray en DeSeizoenen namen de Zonnehuizen via de curator over. Gevolg was ook dat NVAZ-bestuursleden verdwenen met het verdwijnen van hun organisatie of positie. Een slagvaardig en beleidsrijk team was zo nauwelijks op te bouwen.

Stand NVAZ eind 2012
Hoe was de stand bij de NVAZ op dat moment, december 2012? Na drie jaar saneren was de NVAZ op 1 januari 2012 financieel (weer) gezond. Maar met de teloorgang van Zonnehuizen Kind en Jeugd verdween ook weer ongeveer een derde van de contributieopbrengsten in 2012. Een beleidsarme noodbegroting van de NVAZ betekende daardoor het enig haalbare. Met LSG-Rentray en DeSeizoenen werden sinds kort gesprekken gevoerd over een mogelijk lidmaatschap.
Het bestuur van de NVAZ was uitgedund van zes naar vier bestuurders met derhalve twee vacatures. De institutionele zorgaanbieders brachten circa 80% van de contributie op, maar stonden zelf ook onder druk. De betrokkenheid van leden bij de NVAZ was beperkt. De NVAZ werd wel gewild maar niet echt gedragen.
Ontmoeting via congressen, onderwijs en onderzoek werden door het veld zelf en niet door de NVAZ georganiseerd. Daarmee was het profiel van de NVAZ minder zichtbaar. Voorbeelden hiervan waren en zijn de Stichting Herfstcongres, de Medische Sectie met haar voorjaarsconferentie, het Edith Maryon College (EMC) voor mbo-opleidingen, vroeger onderdeel van het Heilpedagogisch Verbond (HPV) maar apart gezet toen de NVAZ ontstond. Ook de HBO-opleiding van de beroepsverenigingen heeft in de Academie voor Antroposofische Gezondheidszorg een zelfstandige positie. Voor onderzoek is de NVAZ nauwelijks meer dan ‘incassobureau’. Het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg in Leiden, medegefinancierd door de NVAZ, is zichtbaarder dan de NVAZ zelf. De NVAZ werkte met een uitgedunde ‘noodbegroting’ voor 2012 en zal dat ook voor 2013 moeten doen. Personeel was tot een minimum teruggebracht, het secretariaat kent alleen twee voltijdsbanen. Door (langdurige) ziekte van de verenigingssecretaris was het secretariaat verder uitgedund.

Functies van de NVAZ
Dat is allemaal weinig florissant. Maar toch zag de voorzitter een gemengd, maar zeker niet negatief beeld. De NVAZ vervult nog steeds een aantal zeer wezenlijke functies. Zij is voor de eerstelijn een verbindende faciliterende en vertegenwoordigende schakel en vervult als zodanig een belangrijke rol. De NVAZ heeft een ‘beschermende functie’ naar het veld als geheel, zoals wanneer een van de leden, bijvoorbeeld een beroepsvereniging, onder vuur komt te liggen (denk aan incidenten). In deze zin verschaft de NVAZ legitimatie, vooral aan de therapeuten.
– Hoewel ogenschijnlijk weinig zichtbaar, is de NVAZ wel zó gepositioneerd dat zij de breedte van het veld kan overzien en verbindingen maken, naar binnen en naar buiten. Nog los van de ‘verwijsfunctie’ waarin de NVAZ een zichtbaar loket is. Die verbindingen zijn zichtbaar naar het Lectoraat, de Leerstoel, het EMC, de Academie in oprichting, internationaal, de zorgverzekeraars, ministeries enzovoort.
– De NVAZ bewerkstelligt, rechtstreeks of indirect, ontmoeting. Dat houdt ook in wisselwerking in het licht van wat antroposofische identiteit is, zoals uitwisseling van ‘best practices’ en andere uitdagingen. De NVAZ zou uniek kunnen zijn in de ontmoeting van de eerste-, tweede- en derdelijnszorg. De opdeling in sectoren heeft dat onbedoeld beperkt.
– Verder is er de coördinatie van onderzoekthema’s: de NVAZ is vertegenwoordigd in de projectbegeleidingsgroep van het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden en in het curatorium van de Lievegoed leerstoel aan de Vrije Universiteit. Daarin kan de NVAZ mede de onderzoeksthema’s (onderzoeksprogramma) bepalen. Dat wordt voorbereid binnen de NVAZ, waartoe er een werkgroep onderzoek is ingericht.
– Er is een regiefunctie voor onderwijs: de Academie, waarin de opleidingen van de beroepsgroepen momenteel worden ondergebracht, werd mede mogelijk gemaakt door de NVAZ. Er is de internationale functie, ook al hebben de beroepsgroepen eigen zelfstandige internationale vertegenwoordigingen. In de ‘werkgroep zorgverzekeringen’ wordt de relatie van het werkveld met de zorgverzekeraars door de NVAZ gecoördineerd.
– Tot slot zijn te noemen de Zorggids (verwijsfunctie), de website en De Digitale Verbreding. De NVAZ heeft altijd wel een rol gespeeld in het afficheren van de antroposofische zorg, maar door geldgebrek is dat helaas nog niet zo tot zijn recht gekomen als we zouden willen. De potentie is er echter wel degelijk.

Wat te doen?
Er zijn voldoende uitdagingen voor de antroposofische zorg; een vitaal samenwerkingsverband daarbinnen blijft essentieel en is helemaal van deze tijd. De NVAZ vervult, hoe onzichtbaar helaas soms ook, een aantal relevante functies. Die werden in het stakeholdersgesprek op 17 oktober door niemand betwist. Ook DeSeizoenen en LSG-Rentray zien functies voor een samenwerkingsverband weggelegd. De betrokkenheid bij de NVAZ is echter beperkt; de contributiekracht kwetsbaar en sommige regiefuncties, als deze er al zijn, diffuus. Dit betreft onderzoek, onderwijs, de internationale representatie en externe PR. Dit alles maakt intern een evaluatie nodig, maar ook gesprekken met relevante omringende collega-instellingen, zoals EMC, de Academie in oprichting en het Lectoraat.
Nu ook gesprekken met De Seizoenen en LSG-Rentray worden opgestart over een (mogelijke) aansluiting van hen bij de NVAZ, ligt het voor de hand beide zoektochten te integreren. Hierbij gaat het om het herijken van de doelstelling van de NVAZ. Inclusief missie, visie, strategie en vorm van de NVAZ, waaronder voorzitterschap, bestuur en sectorberaden.
De inschakeling van een procesbegeleider lijkt zinvol. Deze inventariseert de wensen over taken en inrichting van de NVAZ bij alle stakeholders: instellingen, potentiële NVAZ-leden, sectorberaden, bestuur en secretariaat. De procesbegeleider is afkomstig uit de antroposofische zorg of beweging, maar is ‘onafhankelijk’. Dat wil zeggen: geen belanghebbende. Vóór de zomer van 2013 moet het hele proces afgerond zijn, anders duurt het te lang. Het bestuur vroeg de Algemene Ledenvergadering in te stemmen met deze aanpak en dat deed zij. Waarmee een belangrijk nieuw perspectief voor de NVAZ was gegeven.
Naast dit belangrijke agendapunt waren er ook twee inhoudelijke bijdragen. De eerste werd gegeven door Phlipp Jan Flach, directeur van DeSeizoenen, die zijn ervaringen van de afgelopen twaalf maanden schetste. Het waren zijn eerste indrukken van de ervaringen opgedaan met de antroposofische zorg binnen De Seizoenen, als opvolger van De Zonnehuizen. De tweede bijdrage werd geleverd door Ron Dunselman, voormalig voorzitter van de Antroposofische Vereniging en voormalig opnamecoördinator en beleidsmedewerker van Arta Verslavingszorg, die sprak over de ‘schaduwzijde van de wil’.
We hopen een volgende keer over de inhoud van deze bijdragen meer te kunnen berichten. Houd daarom De Digitale Verbreding in de gaten!
(Overigens kunt op de website van de NVAZ onder ‘Actueel’ lezen dat het World Economic Forum uit Davos algemeen directeur Phlipp Jan Flach van DeSeizoenen heeft uitgeroepen tot Young Global Leader.)

Michel Gastkemper

woensdag 16 december 2009

Column: ‘De in het verleden behaalde resultaten en de toekomst...’ door Huib van den Doel

.
Bekend is de wettelijk verplichte waarschuwing bij het aanbieden van financiële producten: “De in het verleden behaalde resultaten zijn geen garantie voor de toekomst”. Dit geldt ook het werk van de antroposofische koepels die begonnen zijn als “Federatie Antroposofische Gezondheidszorg” en die nu voortgezet worden als “Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders”. Voor beide koepels heb ik gewerkt: bij de FAG als voorzitter en bij de NVAZ als krantenman. Mijn reguliere werkzaamheden voor de laatste koepel lopen ten eind op 1 januari a.s., en dit is mijn ultieme column die ik bij het door mij verzamelde, gesystematiseerde en becommentarieerde nieuws placht te voegen. Meer een toegift.

Ik begon voor de Antroposofen te werken in 1977, toen er door de Vrije scholen een congres werd georganiseerd over de vrijheid van onderwijs, en men behoefte aan een externe keynote-speaker. Op aanbeveling van Wouter de Gans en Arnold Henny (die mij goed kenden als directeur van éen van de Landelijke Pedagogische Centra) werd ik dat. Het congres was ook voor mij een daverend succes. Bij die gelegenheid noemde Bernard Lievegoed mij “mijn zoon”, en dat ben ik sindsdien gebleven. Interessant was ook dat zich onder mijn gehoor ook een Kamerlid bevond, ene Neelie (Smit-)Kroes, die mij prees als een “verademing” en zich dankbaar toonde met de getoonzette presentatie van de vrijheid. Zoiets was welkom in een tijd dat de minister Van Kemenade bezig was met een staaltje van staatspedagogiek.

Later, toen de VVD’er Pais op het punt stond minister van onderwijs te worden en een staatssecretaris van CDA-huize nodig had, werd ik daarvoor gevraagd op aanbeveling van Neeli Kroes en Nel Ginjaar-Maas. Ik ben het niet geworden doordat mijn lieve echtgenote mij voor deze ramp heeft behoed. Maar het vrijheidsideaal is bij me gebleven. Na het onderwijs kwam de gezondheidszorg bij de Nationale ZiekenhuisRaad en later bij ‘s Heeren Loo. Al die tijde ben ik onderdeel geweest van hét bewijs voor de effectiviteit van de antroposofische geneeswijze: mijn eeneiige tweelingbroer, geheel allopathisch behandeld, kreeg een dubbel herseninfarct en is nu zwaar gehandicapt, terwijl ik met exact dezelfde erfelijke aanleg de zegeningen heb mogen ontvangen via wijlen internist Diederik Houwert, die ik toen mijn “lijfarts” noemde. Na mijn VUT werd ik gevraagd voor het voorzitterschap van de FAG en voor de Raad van Toezicht van wat toen begon als de Bernard Lievegoed Kliniek. De FAG had net een geslaagd congres achter de rug dat handelde over therapievrijheid; bij de LievegoedKliniek was men tè vrij waardoor men dreigde het lot van de Zeylmanskliniek te volgen, wat verhinderd moest worden. Beide initiatieven leken erg op wat men in beleidstermen “een kruiwagen met kikkers” noemt. Toen kwam er ook nog in de gezondheidszorg een serie bewindslieden, die, naar het voorbeeld van “staatspedagogiek” een nieuwe vorm van staatsgezondheidszorg wilden bedrijven. Net doen alsof je niets kan helpen en of alle zware pieten ver buiten het ministerie en het parlement zijn gezeteld, en intussen de touwtjes steeds strakker aanhalen.

Dat werd een steeds grotere ramp voor de complementaire zorg. Aanvankelijk hadden de antroposofische zorgvoorzieningen het voordeel dat veel ambtenaren op WVC (later VWS) en ook inspecteurs kickten op het antroposofische zorgconcept. In de tijd, dat ik nog in de reguliere zorg werkzaam was, sleepte ik al heel wat beleidsmakers mee op werkbezoek naar Scorlewald, om te laten zien en voelen wat ideale zorg eigenlijk inhoudt. In mijn laatste werkverband bij ’s Heeren Loo probeerde ik zelfs bepaalde antroposofische-zorgprincipes, in de praktijk in te voeren. Het concern gedoogde dat, omdat een aantal denk- en werkvormen in de heilpedagogie een productief zorgmodel vormden voor verstandelijk gehandicapten dat een visie laat zien over de zin van het gehandicapt zijn en de wederkerigheid tussen medewerker en cliënt.

Maar ineens kwam er een nieuwe CDA-minister voor volksgezondheid: Ab Klink. Deze man is zeer intelligent en had al gauw door dat je alleen maar de baas kunt worden van die gigantische tak van zorg, als je jezelf omschoolt tot epidemioloog. Zo iemand heeft het natuurlijk niet alleen over vaccinaties (al erg genoeg) maar meet het geld binnen de collectieve middelen naar de maat van het rendement, dat wil zeggen: de nationale en globale winst en verlies van gezondheid, uitgedrukt in levensverwachting. Ik had al eens – ver voordat ik bij de antroposofen kwam werken – uitgerekend dat slechts éen kwart (met een beetje creatief boekhouden de helft) van het bestede geld aan gezondheidszorg leidt tot daadwerkelijke gezondheidswinst. Ik ga die som nu niet over doen, en volsta ermee te zeggen dat de rest van geld wordt besteed aan de manier waarop dokters, instellingen en cliënten met gezondheidszorg willen omgaan. Ik houd er nog steeds lezingen over. Geld verdelen in de zorg is dan een kwestie van keuze hoe je met die cultuur wilt omgaan.

Nu kom ik weer terug bij Neelie Kroes en haar voorlaatste portefeuille “mededinging”. Immers, er moet vrijheid van mededinging zijn in de zorg. Als er een pot met geld te verdelen valt moet niet overheid (de Volksvertegenwoordiging en de Bewindslieden) de keuze gaan bepalen volgens éen eenzijdige manier van denken. Als er schaarste van middelen is, geldt die voor alle “soorten keuzes”, die ik met Hugo Verbrugh graag “paradigma’s in de zorg” noem. Het FAG-congres in 2005 heeft aangetoond dat de antroposofische zorg in verschillende paradigma’s kan scoren, ook gemeten in epidemiologische begrippen. Als het gaat om “QALY’S”(Quality Adjusted Life Years, iets waar epidemiologen gek op zijn) scoort de antroposofie het best, zo werd door middel van onderzoek aangetoond!

In mijn laatste FAG-jaar heb ik voorgesteld om de inzet van de antroposofische zorg weer terug te brengen tot de eis van therapievrijheid, en vervolgens Mw. Neelie Kroes te vragen de Nederlandse overheid tot de orde te roepen als deze probeert een aantal paradigma’s op het gebeid van de complementaire zorg de nek om te draaien – of ernstig tegen te werken. Ik ben daarvoor zelfs een keer afgereisd naar Brussel om dit met ambtenaren daar te bespreken, die er wel oor naar hadden.

Maar ik liep al te veel naar mijn FAG-einde om dit idee handen en voeten te kunnen geven. Dit hing ook samen met de neiging van de meeste FAG-leden om naar hun eigen vrijheid te kijken en hun “good practise”. Je had soms het gevoel tegen de ‘kaai’ te vechten. Het denken vanuit een “zero-optie” (beginnen met niets en dan bedenken wat je nodig hebt) was een te moeilijke opgave op dat moment.

Maar wel wil ik kwijt, dat het succes bij het van tafel vegen van de BTW-optie voor de complementaire zorg, mogelijk is doordat enkelen achter de schermen de CDA-fractie hebben bewerkt met het voor deze fractie bekende thema van de vrijheid van onderwijs, en, in analogie daarmee, de vrijheid van het zorgparadigma. De eerlijkheid gebiedt daarbij te vermelden dat staatssecretaris De Jager het idee van de BTW-heffing waarschijnlijk altijd een beetje dwaas heeft gevonden, maar dit, vermoed ik, moest uitvoeren om het extra overheidsinkomen, dat door de gewraakte maatregel zou gegenereerd worden, te toucheren. Maar…hiermee heb ik willen aangeven, dat de enige manier voor onze zorg om te overleven, het hartstochtelijk beroep op therapievrijheid is, vrijheid van het eigen paradigma. Voor het geval dat te zeer in de knel komt, geef ik de huidige en toekomstige nieuwe beleidsmakers van de NVaZ de raad, nog eens te kijken naar het beroep op de vrije mededinging, met als bewaker de opvolger van Kroes, de Spanjaard Joaquin Almunia. De in het verleden behaalde, en mogelijk te behalen resultaten, vormen geen garantie voor de toekomst. Maar door het beleid aan te vechten op grond van vrijheid van Paradigma-keuze, ligt er wellicht voor ons iets goeds in het verschiet. God zegene die greep!

Initiatief Behandelcentrum (Polikliniek) voor Integratieve Geneeskunde


Het initiatief om tot een polikliniek voor integratieve geneeskunde te komen is voortgekomen uit gesprekken van het bestuur van de Lievegoed Zorggroep met Karel Jan Tusenius. Max Rutgers van Rozenburg werd in 2008 door Hanno Niemeijer gevraagd om op basis van het eerder opgestelde businessplan leiding te geven aan het proces van totstandkoming. Eind november 2009 berichtte bestuurder Max Rutgers over de vorderingen.

Het zou een zelfstandige polikliniek moeten worden en andere zorgaanbieders of belanghebbenden zouden uitdrukkelijk worden uitgenodigd tezijnertijd financieel deel te nemen in de instelling. Sinds 2008 is de financiering van de initiële fase met royale hulp van een viertal fondsen rondgekomen, is kort daarna (maart 2009) de “Stichting Behandelcentrum voor Integratieve Geneeskunde opgericht” en werd in juli 2009 conform de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) “toelating” van WVS verkregen.

Behandelprogramma’s, zorgverzekeraars en de pilot

Medio juli 2009 had zich de dragende groep artsen* definitief gevormd, een essentieel moment voor de fase waarin het initiatief toen verkeerde. Deze groep van vier heeft in de zomermaanden op voortvarende wijze en in goed overleg met een drietal collega-artsen** voor de gekozen doelgroepen behandelprogramma’s ontwikkeld. Dus: voor patiënten met 1) chronische buikklachten, 2) patiënten met chronische klachten aan het bewegingsapparaat en, in een latere fase, ook voor 3) kankerpatiënten. De behandelprogramma’s zijn vervolgens doorgerekend in de begrotingen van de beoogde pilot en voor de aansluitende situatie wanneer het behandelcentrum – na positieve uitkomsten van de pilot – definitief zal zijn opgericht.

In de afgelopen maanden is het, zoals te verwachten viel, lastig gebleken om de plannen d.m.v. de DBC-standaards van de zorgverzekeraars gefinancierd te krijgen. Dit speelt temeer waar wij vanzelfsprekend nog niet op concrete behandelingsresultaten kunnen bogen. Omdat in dit taaie proces nu toch schot lijkt te komen wordt momenteel nog steeds gerekend met een start van de pilot per 1 mei 2010.

Samenwerking

Zonder samenwerking en actieve hulp van “derden” is het oprichten van een instelling die complementaire vormen van zorg aanbiedt lastig. Bij initiatiefnemer Lievegoed Zorggroep bestaat de mogelijkheid gebruik te maken van bestaande ruimtes en van de goede relatie die met de zorgverzekeraar is opgebouwd. Daarnaast wordt – met behoud van eigen identiteit en aanbod – momenteel ook de samenwerking onderzocht met een bestaand gezondheidscentrum in de regio. Als uit dit onderzoek blijkt dat de twee visies en missies goed op elkaar aansluiten, de behandelingen “logistiek” gunstig te combineren zijn en elkaar goed aanvullen, en er in zakelijk opzicht een win-win-situatie ontstaat, dan geeft dit een push in de goede richting. Dan komt de laatste fase voor de start in zicht: de praktische uitwerking, het bekendmaken van de plannen en het in contact treden met “de markt”.

* Internist Karel Jan Tusenius, reumatoloog Johan Ehrlich, de consultatief artsen Corinne Merkens en René Slot. De laatste is directeur van de Praktijk voor Antroposofische, Complementaire en Preventieve geneeskunde te Deventer.

** De drie andere artsen zijn Eef Jansen, antroposofisch arts-acupuncturist, Marieke Krans, arts, en Louise Roosch, psychiater. Beide laatsten zijn werkzaam bij de Lievegoed Zorggroep.’

maandag 30 maart 2009

Antroposofische (en Complementaire) Zorg

Artsen uitgedokterd handelden juist.

Zeist, 26 maart 2009. - De tuchtraad van de KNMG heeft een klacht van reguliere collega’s tegen twee artsen die meewerkten aan het programma ‘Uitgedokterd’ niet ontvankelijk verklaard.

Met deze uitspraak krijgt de Vereniging tegen de Kwakzalverij voor de tweede keer nul op rekest. Eerder had ook de raad voor de Journalistiek hun klacht afgewezen.

In het programma Uitgedokterd’ werden patiënten gevolgd die advies vroegen aan artsen die ook gebruik maken van complementaire geneeswijzen, nadat zij door de reguliere geneeskunde niet verder geholpen konden worden.

De aangeklaagde antroposofische huisarts was verbaasd over de aanklacht. Hij volgt al jaren de richtlijnen van zijn artsenvereniging de NVAA en onderschrijft de richtlijn die de KNMG vorig jaar uitbracht voor artsen die ook ‘niet reguliere geneeswijzen’ toepassen. Antroposofische artsen voldoen ruimschoots aan deze richtlijnen: zij nemen een zorgvuldige anamnese af, doen gericht lichamelijk onderzoek en stellen eerst een medische diagnose. Daarna wordt in overleg met de patiënt een behandelplan opgesteld. Hierin kunnen zowel reguliere als aanvullende therapieën en ondersteunende medicatie met natuurgeneesmiddelen worden ingezet. Zij werken daarmee altijd vanuit de WGBO met ‘informed consent’.

Uit diverse onderzoeken in Nederland en Duitsland blijkt dat antroposofische huisartsen hierdoor goedkoper werken dan regulier werkende artsen.

Voor meer informatie:
Mevr. M. Winkler, huisarts, voorzitter NVAA
06 54640722
Drs. A. Vroon voorzitter NVAZ

Lievegoed Zorggroep in de schijnwerper

De Volkskrant heeft met zijn artikel “Nooit meer een kopstoot” (7/3) paginabreed aandacht besteed aan een genezingsgeschiedenis in de LZG (Arta-poot, De Witte Hul). “Vandaag het slot: vaarwel kliniek, dag alcohol”. De hoofdpersoon (Ro, 49 jaar) werkt met zijn vriendin Barbara mee aan een boek met de titel “Kopstoot”.


Behandelcentrum (Polikliniek) voor Integratieve Geneeskunde komt dichterbij

Al enige jaren worden voorbereiding getroffen voor een Behandelcentrum voor Integratieve Geneeskunde, als vervolg op d teloor gegane Zeylmanskliniek.

Er is een beoogde start van een pilotproject per 1 september a.s. Projectcoördinator is Max Rutgers van Rozenburg. Financiëel wordt er van verscheidene zijden bijgedragen, o.a. van de Lievegoed ZorgGroep.






World-Health-Organisation-definitie van “gezondheid” op de helling?

Lector Erik Baars heeft op een Integrative-Medicine-congres in Berlijn een andere definitie van ‘gezondheid” bepleit.

De uit 1946 stammende tekst luidt: “the state of complete physical, mental and social well-being”. Hij bepleitte meer nadruk op processen vóor handhaving van “heelheid” en “evenwicht” op alle niveaus, overigens op goede wetenschappelijke gronden.

Noot van de redactie: gooi de oude schoenen van de WHO niet weg, want daarin ligt de sleutel voor de gelijkstelling van complementaire geneeswijzen. Zonder deze kunnen mensen zich dood-ongelukkig voelen.

Olmenes behaalt HKZ-certificaat

Vol trots meldde Olmenes, sociaal-therapeutische woon- en werkgemeenschap voor volwassenen met een verstandelijke beperking, begin maart zich te mogen scharen in de rij van gecertificeerde instellingen binnen de gehandicaptenzorg.

Na anderhalf jaar van voorbereiding is het HKZ-ISO 9001-certificaat bemachtigd. Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg is positief over de ontwikkeling van de kwaliteit van Olmenes.

Dit jaar viert Olmenes haar 15-jarig bestaan.
De afgelopen jaren is door de combinatie van wonen en werken in een hechte gemeenschap op een prachtige locatie een bijzondere positie verworven in het aanbod van zorg voor mensen met een ontwikkelingsproblematiek.

Door uitbreiding zal Olmenes volgend jaar 28 nieuwe bewoners kunnen opnemen.

Stervensbegeleiding, een wederzijds proces

Eén deze dagen is een nieuw boek verschenen van Renée Zeylmans: "Stervensbegeleidng een wederzijds proces".

Als in een caleidoscoop laat dit boek een veelkleurig beeld zien van stervensbegeleiding als een wederzijds proces. De lezer vindt hier het resultaat van vele visies op dit proces, belicht vanuit verschillende disciplines.

Dit boek is de vrucht van een "levenswerk": de begeleiding van stevenden, rouwenden en gestorvenen.

Het is geschreven voor professionals en vrijwilligers in de palliatieve zorg en voor iedereen die te maken heeft met het begeleiden van stervenden.

ISBN: 978 90 6238 859 2

Voor meer informatie: http://www.reneezeylmans.nl/ / http://www.christophoor.nl/
 
Site Meter