Posts tonen met het label Hogeschool Leiden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hogeschool Leiden. Alle posts tonen

donderdag 28 maart 2013

De NVAZ in perspectief

De ledenvergadering op 11 december 2012

Na al hetgeen zich in de voorafgaande twaalf maanden had afgespeeld (zie ook ‘Recapitulatie en bezinning bij de NVAZ. De ledenvergaderingen in november 2011 en mei 2012’), vond eind 2012 een Algemene Ledenvergadering plaats waarin een nieuw perspectief voor de NVAZ gevonden moest zien te worden. Voorzichtig werden stappen gezet in een grotendeels nieuwe situatie, en, naar het zich liet aanzien, niet zonder dat er terechte hoop mocht worden gekoesterd. Toch was er nog een behoorlijk aantal niet te voorziene en niet te controleren factoren, zodat behoedzaamheid geboden was. De onverwacht hoge opkomst, zodat de vergaderruimte in gebouw Lenteleven in Zeist bijna te klein was, en de positieve stemming die tijdens de vergadering heerste, zorgden in ieder geval voor een goed begin.
De ledenvergadering was voorafgegaan door een bijeenkomst voor genodigden in Gouda op 17 oktober 2012, met de veelzeggende titel: ‘Indien er een toekomst is voor de NVAZ, hoe ziet die er uit?’ Het was een informeel gesprek tussen het bestuur van de NVAZ en een aantal stakeholders. De aanleiding waren ontwikkelingen die noopten tot evaluatie, bezinning en het formuleren van een ander perspectief voor de NVAZ, zowel qua inhoud als qua vorm.

‘Biografische’ uitdagingen

De uitkomsten werden verwerkt in de notitie ‘De NVAZ in perspectief’ van 26 november 2012, dat diende als basismateriaal voor deze ledenvergadering. De opsteller ervan, voorzitter Bert Vroon, beschreef de ontwikkelingen van de NVAZ in de jaren 2007-2012. Hij somde de ‘biografische’ uitdagingen op, waarin deze organisatie zich sinds 1 juli 2007, de oprichting van de NVAZ door een interim-bestuur, voortdurend bevindt. De aanvang werd getekend door een te hoog ambitieniveau dat tot de juiste proporties moest worden teruggebracht. De NVAZ was organisatorisch te zwaar opgetuigd en werd afgeslankt. De Ledenraad werd opgeheven.
Het werkveld was ondertussen aan grote veranderingen onderhevig. Lidinstelling Christophorus kwam in financieel zwaar weer, werd onderdeel van De Amerpoort. De Ita Wegman Stichting ging om dezelfde redenen naar de Lievegoed Zorggroep. Het Rudolf Steiner Verpleeghuis werd onderdeel van de Raphaëlstichting. De Lievegoed Zorggroep balanceerde vervolgens op de rand van de financiële afgrond. De Bellisgroep ging op in de Zonnehuizen; ook uit financiële noodzaak. De Zonnehuizen gingen failliet. LSG-Rentray en DeSeizoenen namen de Zonnehuizen via de curator over. Gevolg was ook dat NVAZ-bestuursleden verdwenen met het verdwijnen van hun organisatie of positie. Een slagvaardig en beleidsrijk team was zo nauwelijks op te bouwen.

Stand NVAZ eind 2012
Hoe was de stand bij de NVAZ op dat moment, december 2012? Na drie jaar saneren was de NVAZ op 1 januari 2012 financieel (weer) gezond. Maar met de teloorgang van Zonnehuizen Kind en Jeugd verdween ook weer ongeveer een derde van de contributieopbrengsten in 2012. Een beleidsarme noodbegroting van de NVAZ betekende daardoor het enig haalbare. Met LSG-Rentray en DeSeizoenen werden sinds kort gesprekken gevoerd over een mogelijk lidmaatschap.
Het bestuur van de NVAZ was uitgedund van zes naar vier bestuurders met derhalve twee vacatures. De institutionele zorgaanbieders brachten circa 80% van de contributie op, maar stonden zelf ook onder druk. De betrokkenheid van leden bij de NVAZ was beperkt. De NVAZ werd wel gewild maar niet echt gedragen.
Ontmoeting via congressen, onderwijs en onderzoek werden door het veld zelf en niet door de NVAZ georganiseerd. Daarmee was het profiel van de NVAZ minder zichtbaar. Voorbeelden hiervan waren en zijn de Stichting Herfstcongres, de Medische Sectie met haar voorjaarsconferentie, het Edith Maryon College (EMC) voor mbo-opleidingen, vroeger onderdeel van het Heilpedagogisch Verbond (HPV) maar apart gezet toen de NVAZ ontstond. Ook de HBO-opleiding van de beroepsverenigingen heeft in de Academie voor Antroposofische Gezondheidszorg een zelfstandige positie. Voor onderzoek is de NVAZ nauwelijks meer dan ‘incassobureau’. Het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg in Leiden, medegefinancierd door de NVAZ, is zichtbaarder dan de NVAZ zelf. De NVAZ werkte met een uitgedunde ‘noodbegroting’ voor 2012 en zal dat ook voor 2013 moeten doen. Personeel was tot een minimum teruggebracht, het secretariaat kent alleen twee voltijdsbanen. Door (langdurige) ziekte van de verenigingssecretaris was het secretariaat verder uitgedund.

Functies van de NVAZ
Dat is allemaal weinig florissant. Maar toch zag de voorzitter een gemengd, maar zeker niet negatief beeld. De NVAZ vervult nog steeds een aantal zeer wezenlijke functies. Zij is voor de eerstelijn een verbindende faciliterende en vertegenwoordigende schakel en vervult als zodanig een belangrijke rol. De NVAZ heeft een ‘beschermende functie’ naar het veld als geheel, zoals wanneer een van de leden, bijvoorbeeld een beroepsvereniging, onder vuur komt te liggen (denk aan incidenten). In deze zin verschaft de NVAZ legitimatie, vooral aan de therapeuten.
– Hoewel ogenschijnlijk weinig zichtbaar, is de NVAZ wel zó gepositioneerd dat zij de breedte van het veld kan overzien en verbindingen maken, naar binnen en naar buiten. Nog los van de ‘verwijsfunctie’ waarin de NVAZ een zichtbaar loket is. Die verbindingen zijn zichtbaar naar het Lectoraat, de Leerstoel, het EMC, de Academie in oprichting, internationaal, de zorgverzekeraars, ministeries enzovoort.
– De NVAZ bewerkstelligt, rechtstreeks of indirect, ontmoeting. Dat houdt ook in wisselwerking in het licht van wat antroposofische identiteit is, zoals uitwisseling van ‘best practices’ en andere uitdagingen. De NVAZ zou uniek kunnen zijn in de ontmoeting van de eerste-, tweede- en derdelijnszorg. De opdeling in sectoren heeft dat onbedoeld beperkt.
– Verder is er de coördinatie van onderzoekthema’s: de NVAZ is vertegenwoordigd in de projectbegeleidingsgroep van het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden en in het curatorium van de Lievegoed leerstoel aan de Vrije Universiteit. Daarin kan de NVAZ mede de onderzoeksthema’s (onderzoeksprogramma) bepalen. Dat wordt voorbereid binnen de NVAZ, waartoe er een werkgroep onderzoek is ingericht.
– Er is een regiefunctie voor onderwijs: de Academie, waarin de opleidingen van de beroepsgroepen momenteel worden ondergebracht, werd mede mogelijk gemaakt door de NVAZ. Er is de internationale functie, ook al hebben de beroepsgroepen eigen zelfstandige internationale vertegenwoordigingen. In de ‘werkgroep zorgverzekeringen’ wordt de relatie van het werkveld met de zorgverzekeraars door de NVAZ gecoördineerd.
– Tot slot zijn te noemen de Zorggids (verwijsfunctie), de website en De Digitale Verbreding. De NVAZ heeft altijd wel een rol gespeeld in het afficheren van de antroposofische zorg, maar door geldgebrek is dat helaas nog niet zo tot zijn recht gekomen als we zouden willen. De potentie is er echter wel degelijk.

Wat te doen?
Er zijn voldoende uitdagingen voor de antroposofische zorg; een vitaal samenwerkingsverband daarbinnen blijft essentieel en is helemaal van deze tijd. De NVAZ vervult, hoe onzichtbaar helaas soms ook, een aantal relevante functies. Die werden in het stakeholdersgesprek op 17 oktober door niemand betwist. Ook DeSeizoenen en LSG-Rentray zien functies voor een samenwerkingsverband weggelegd. De betrokkenheid bij de NVAZ is echter beperkt; de contributiekracht kwetsbaar en sommige regiefuncties, als deze er al zijn, diffuus. Dit betreft onderzoek, onderwijs, de internationale representatie en externe PR. Dit alles maakt intern een evaluatie nodig, maar ook gesprekken met relevante omringende collega-instellingen, zoals EMC, de Academie in oprichting en het Lectoraat.
Nu ook gesprekken met De Seizoenen en LSG-Rentray worden opgestart over een (mogelijke) aansluiting van hen bij de NVAZ, ligt het voor de hand beide zoektochten te integreren. Hierbij gaat het om het herijken van de doelstelling van de NVAZ. Inclusief missie, visie, strategie en vorm van de NVAZ, waaronder voorzitterschap, bestuur en sectorberaden.
De inschakeling van een procesbegeleider lijkt zinvol. Deze inventariseert de wensen over taken en inrichting van de NVAZ bij alle stakeholders: instellingen, potentiële NVAZ-leden, sectorberaden, bestuur en secretariaat. De procesbegeleider is afkomstig uit de antroposofische zorg of beweging, maar is ‘onafhankelijk’. Dat wil zeggen: geen belanghebbende. Vóór de zomer van 2013 moet het hele proces afgerond zijn, anders duurt het te lang. Het bestuur vroeg de Algemene Ledenvergadering in te stemmen met deze aanpak en dat deed zij. Waarmee een belangrijk nieuw perspectief voor de NVAZ was gegeven.
Naast dit belangrijke agendapunt waren er ook twee inhoudelijke bijdragen. De eerste werd gegeven door Phlipp Jan Flach, directeur van DeSeizoenen, die zijn ervaringen van de afgelopen twaalf maanden schetste. Het waren zijn eerste indrukken van de ervaringen opgedaan met de antroposofische zorg binnen De Seizoenen, als opvolger van De Zonnehuizen. De tweede bijdrage werd geleverd door Ron Dunselman, voormalig voorzitter van de Antroposofische Vereniging en voormalig opnamecoördinator en beleidsmedewerker van Arta Verslavingszorg, die sprak over de ‘schaduwzijde van de wil’.
We hopen een volgende keer over de inhoud van deze bijdragen meer te kunnen berichten. Houd daarom De Digitale Verbreding in de gaten!
(Overigens kunt op de website van de NVAZ onder ‘Actueel’ lezen dat het World Economic Forum uit Davos algemeen directeur Phlipp Jan Flach van DeSeizoenen heeft uitgeroepen tot Young Global Leader.)

Michel Gastkemper

woensdag 26 oktober 2011

‘Eigen regie versterken’


Praktijkonderzoek in de Antroposofische Gezondheidszorg 2011
Symposium lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg
Hogeschool Leiden, 9 december 2011, 12.45-18.00 uur

Op 9 december organiseert het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg het jaarlijkse symposium voor relaties, studenten, docenten en overige geïnteresseerden.

Praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg

In de eerste helft van dit symposium presenteert het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg haar werkzaamheden van de afgelopen periode (2010-2011) en krijgt u een vooruitblik op de komende periode (2012 en verder). Naast deze presentaties zijn er ook enkele presentaties van gasten. De tweede helft van het symposium staat in het teken van de ‘eigen regie’ in de zorg, en heeft de vorm van een werkconferentie.

Op weg naar eigen regie van patiënten en zorgverleners

De gezondheidszorg verandert in rap tempo, de positie van de cliënt/patiënt t.o.v. de zorgprofessional verandert. We zien een inhoudelijke verschuiving naar zorgvernieuwing gericht op versterken van de eigen regie van patiënten. Eigen voorkeuren van cliënten/patiënten worden steeds belangrijker. Ook om de kosten beheersbaar te houden, wordt een steeds groter appel gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt/patiënt.

Dit wordt versterkt door de voorgenomen bezuinigingen van het kabinet waardoor er in de komende jaren veel in de gezondheidszorg zal veranderen. PGB’s verdwijnen, basispakketten verschralen en de verantwoordelijkheid voor de zorg verschuift richting gemeenten en zorgverzekeraars. Gemeenten en zorgverzekeraars hebben een grote kennisachterstand om de vraag naar het professioneel ondersteunen van eigen regie in te vullen. Zorgverleners zullen door de komende ontwikkelen hun zorgpraktijk en rol moeten veranderen. Zij moeten steeds meer vraaggestuurde zorg op maat leveren, terwijl zij hier veelal niet op voorbereid zijn. Wat is die nieuwe rol precies? En hoe kunnen zorgverleners daar het beste voor geschoold worden? Welke kennis is nodig? Welke competenties hebben zij nodig? Welke instrumenten zijn nodig?

Wat is de bijdrage van de AG aan deze ontwikkelingen? Hoe kan de AG kansen creëren en benutten? Hoe kunnen AG veld en lectoraat AG (samen met andere stakeholders) optimaal samenwerken om aan te sluiten bij deze ontwikkelingen en bijdragen en kansen mogelijk te maken? Hoe kunnen we bv. binnen het Cluster Zorg van Hogeschool Leiden en/of met reguliere partners samenwerken? Uw actieve bijdrage wordt gevraagd tijdens de verkenningen van dit gebied!

Aanmelden

Informatie over de sprekers en het programma kunt u vinden op de website. Daar vindt u ook het aanmeldformulier.

Erik Baars
Lector Antroposofische Gezondheidszorg
Hogeschool Leiden

Oktobernieuwsbrief lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg


Op 4 oktober verscheen de tiende Nieuwsbrief van het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg, met daarin veel wetenswaardig nieuws. Een greep:

‘Stand van zaken RAAK-project “In Verbinding”

In het project “In Verbinding” worden, in samenwerking met zorgverleners in de antroposofische zorg, zorgprogramma's ontwikkeld voor de eerste lijn en een manier om de uitvoering van zo’n zorgprogramma te monitoren. De stand van zaken eind augustus. Lees verder

Promotietrajecten

Het lectoraat heeft enkele promotietrajecten in voorbereiding, om de “verwetenschappelijking” van de AG een stevige impuls te geven. Voor de volgende promotietrajecten zijn de onderzoeksplannen gereed: Methodisch gebruik van kleur in de Kunstzinnige therapie, Documentatiemethoden van de kunstzinnige therapie en Patiëntcompetentie. Lees verder

International Research Newsletter

Het lectoraat heeft het initiatief genomen om een internationale Nieuwsbrief over internationaal onderzoek in de Antroposofische Gezondheidzorg en gerelateerde onderwerpen te maken. Lees verder

Verdediging proefschrift Erik Baars

Op vrijdag 18 november om 13.30 uur zal Erik Baars zijn proefschrift “Evidence-based curative health promotion. A systems biology-orientated treatment of seasonal allergic rhinitis with Citrus/Cydonia comp.” verdedigen. Lees verder

Overig kort nieuws

Nieuwe publicaties
Afronding 1ste fase onderzoek euritmietherapie en hooikoorts
Afronding 1ste fase onderzoek uitwendige therapieën
ZonMW en CAM onderzoek
NCCAM strategisch beleidsplan
– Het lectoraat AG is nu ook op Twitter te volgen.
Internationale onderzoeksgroep antroposofische therapieën
Het gezondheidsconcept is wetenschappelijk in beweging

Agenda

7-9 oktober: 3 mondelinge en 4 posterpresentaties op het 4de European Congress for Integrative Medicine (ECIM) 2011 te Berlijn
29 oktober: lezing Erik Baars symposium AViN afdeling Leiden
3 november: lezing Erik Baars FVB Studiedag Vaktherapie in Zicht
18 november: verdediging proefschrift Erik Baars, Wageningen Universiteit
1-2 december: Joop Hoekman (voorzitter symposium “Onderzoek in de gehandicaptenzorg”) en Erik Baars (lezing) Congres Focus op Onderzoek VGZ (kennisplein gehandicaptenzorg/ ZonMw)
9 december: symposium lectoraat AG
8-10 maart 2012: Internationale wetenschappelijke conferentie Antroposofische Gezondheidszorg in Berlijn’

Documenteren van kunstzinnige therapie


Op de website van het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden is het volgende bericht over ‘Documentatiemethoden van de Kunstzinnige Therapie’ geplaatst:

‘Binnen de ontwikkeling van Evidence Based Medicine wordt ook van de kunstzinnige therapie verwacht dat zij de therapeutische processen op kwaliteit, veiligheid, en (kosten)effecten monitort. Om het bestaansrecht van de kunstzinnige therapie te behouden en te verbreden is het nodig om zowel therapie-effecten (“dat het werkt”) als therapie-rationale (“hoe het werkt”) voor te leggen aan diverse stakeholders.

Onder de stakeholders (verzekeraars, zorgmanagers, collega’s, cliënten, beleidmakers, etc.) heerst nog veel onbekendheid met kunstzinnige therapie. Verdere professionalisering van de kunstzinnige therapie wordt ondersteund door het kunnen aanleveren van de juiste informatie aan elke stakeholder.

Voor het aantonen van de effectiviteit is het nodig om zoveel mogelijk gegevens (data) te verzamelen van de gegeven therapieën. Dit kan onder meer door middel van het gestructureerd documenteren van cases.

Kunstzinnig therapeuten houden in meer of mindere mate een dossier bij per cliënt. Het is echter onduidelijk of dit op een uniforme wijze gebeurt, of dit gebeurt volgens een getoetste methode en of met de vastgelegde informatie alle verschillende stakeholders op de juiste manier bediend worden. Gebaseerd op oriënterend onderzoek, o.a. in Duitsland uitgevoerd (Sinapius, 2007), wordt momenteel aangenomen dat dit alles niet voldoende van toepassing is.

Onderzoek naar verschillende documentatiemethoden

Na afstemming met de NVKToag [de Nederlandse Vereniging voor Kunstzinnige Therapie op antroposofische grondslag, red.], is bij het lectoraat, in samenwerking met Ottersberg Hochschule en de Alanus Hochschule, een project gestart waarin onderzoek wordt gedaan naar de documentatiemethoden die in de kunstzinnige therapie gebruikt worden.

Met documentatiemethoden wordt bedoeld: de manier waarop de therapeut verschillende aspecten van de cliënt en de therapie bijhoudt. Dossiervorming en casusbeschrijving zijn andere verwante benamingen.

Een deel van het onderzoek richt zich op het in kaart brengen van wat er al is aan documentatiemethoden en wat er gebruikt wordt: door kunstzinnig therapeuten in Nederland, in het buitenland en door aanverwante beroepen zoals de vaktherapie.

Het andere deel van het onderzoek richt zich op de zogenaamde stakeholders: de partijen die belang hebben bij documentatie van de therapie. Dat zijn bijvoorbeeld collega-therapeuten, verwijzende artsen, verzekeraars, beleidsmakers, patiënten en KT docenten- en studenten. Aan deze partijen wordt gevraagd welke informatie over de therapie zij nodig hebben en in welke vorm.

De eerste stappen van dit onderzoek zijn inmiddels gezet: door middel van een online-enquête onder de leden van de NVKToag is onderzocht wat kunstzinnig therapeuten documenteren, hoe ze dat doen, voor wie ze dat doen en met welke doelen.

De enquête is inmiddels afgerond en de resultaten worden momenteel verwerkt. Ruim 75 kunstzinnig therapeuten hebben deelnomen en een aantal therapeuten hebben zelfs hun eigen formulieren – die zij gebruiken voor therapiedocumentatie – opgestuurd naar de onderzoeker, wat een goede bijdrage aan het onderzoek zal leveren.

De uitkomsten van dit onderzoek vormen uitgangspunten voor een promotietraject rondom dit thema.’

woensdag 25 mei 2011

Nieuws van het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg


Positieve externe evaluatie lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg

Op 10 februari 2011 vond een externe evaluatie van het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden plaats. Een onafhankelijke evaluatiecommissie sprak met diverse betrokkenen bij het lectoraat. Deze evaluatie heeft een positief resultaat opgeleverd. Leden van het College van Bestuur, het management van Hogeschool Leiden, stakeholders van het lectoraat, docenten, kenniskring, beleidsadviesgroep, directeur Cluster Zorg en de lector waren gesprekspartner van de evaluatiecommissie. Deze commissie was aangesteld door het College van Bestuur van Hogeschool Leiden.

De samenvatting van de bevindingen van de commissie kunt u lezen aan de hand van een zevental evaluatievragen. Het gehele evaluatierapport is te downloaden op de website van de VKO (Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek).

Bron: http://www.hsleiden.nl/lectoraten/antroposofische-gezondheidszorg/evaluatie-ag-positief


RAAK project ‘In Verbinding’ toegekend en van start

De Stichting Innovatie Alliantie (SIA) kent jaarlijks projectgelden toe aan projecten die de kenniscirculatie tussen regionale partijen bevorderen, in het bijzonder tussen kennisinstellingen als hogescholen, het MKB en publieke instellingen. Half december 2010 werd bekend dat voor 2011-2012 aan een projectvoorstel van het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg financiën zijn toegekend.

In het project ‘In Verbinding’ worden in samenwerking met zorgverleners in de antroposofische zorg vier zorgprogramma’s ontwikkeld, evenals een manier om de uitvoering van zo’n zorgprogramma te monitoren. Het gaat om zorgprogramma’s voor de aanpak in de eerste lijn van depressie, hechtingsstoornissen, hooikoorts en kanker. De samenwerkingspartners in dit project zijn: vier Therapeutica, de NVAZ als bundeling van beroepsgroepen en Hogeschool Leiden, die als penvoerder optreedt.

Het doel van het project is om vernieuwende, op antroposofie gebaseerde behandelmethodes voor de eerstelijnsgezondheidszorg te ontwikkelen. Maar ook om een kennisnetwerk op te bouwen tussen onderzoekers, docenten en studenten van Hogeschool Leiden, professionals en stakeholders die zich bezighouden met zorgverlening op antroposofische grondslag.

Meegewerkt wordt door Antroposofisch Therapeuticum Leiden, Therapeuticum Aurum in Zoetermeer, Therapeuticum Calendula in Gouda en Therapeuticum Haarlem.

Bron: http://www.hsleiden.nl/lectoraten/antroposofische-gezondheidszorg/project-raak-van-start


Ontwikkeling Zorgprogramma Depressieve klachten

Het opzetten van het antroposofische zorgprogramma depressieve klachten is in volle gang. Allereerst is er contact met verschillende huisartsen geweest, die tijdens interviews vertelden welke zorg patiënten met depressieve klachten in een antroposofisch therapeuticum krijgen. Helder werd dat de NHG zorgstandaard ‘depressie’ de basis vormt voor het handelen van een antroposofisch huisarts en dat daarnaast aanvullende therapievormen ingezet worden. Vooral antroposofische medicatie, inwrijvingen en wikkels, euritmie, kunstzinnige therapie beeldend en muziek, fysiotherapie en psychosociale zorg werden genoemd.

De interviews die in samenwerking met het Werkveldteam GGZ van Hogeschool Leiden met kunstzinnig therapeuten zijn gevoerd, hebben geresulteerd in een lijst behandeldoelen en, per behandeldoel, een overzicht van behandelroutes. Op soortgelijke wijze zijn gesprekken met euritmisten gaande en zullen binnenkort gesprekken met diëtisten, verpleegkundigen, euritmietherapeuten, fysiotherapeuten, kunstzinnige muziektherapeuten en eerstelijnspsychologen volgen. Bedoeling is om tot de vaststelling van behandeldoelen te komen om zo de link tussen huisarts en therapeut te verhelderen. De meer inhoudelijke beschrijving van de behandelroutes, die tot het behandeldoel kunnen leiden, zijn vooral voor de verschillende beroepsgroepen interessant. Parallel aan deze expertinterviews wordt er in de werkgroep ‘depressie’, bestaande uit alle medewerkers van het Therapeuticum Haarlem, naar samenhang van het gehele zorgprogramma depressie gekeken. Ten slotte wordt, in samenwerking met het Therapeuticum Haarlem, gestart met het bijhouden van gegevens van patiënten met depressieve klachten om het concept zorgprogramma depressie te toetsen aan de praktijk: is de geleverde zorg effectief (minder klachten en kosten)? En meer inhoudelijk: welke zorg wordt er aan welke patiënt geleverd en met welke reden?

De fasering van het RAAK-project

Fase 1 (jan-juli 2011): conceptzorgprogramma’s maken en ontwerpregistratiesysteem.

In deze fase worden door alle partijen (onderzoekers, artsen, therapeuten en verpleegkundigen, docenten en studenten, adviseurs) optimale zorgprogramma’s ontwikkeld waarin de antroposofische diagnostiek en therapieën voor patienten met depressieve klachten, hechtingsstoornissen, hooikoorts, kanker en zo goed mogelijk tot hun recht komen. Daarnaast wordt een registratiesysteem bruikbaar voor alle vier zorgprogramma’s ontwikkeld waarin patiënten, artsen en paramedici hun gegevens kunnen registreren voor onderzoeksdoeleinden.

Fase 2 (augustus 2011-augustus 2012): toetsen concept-zorgprogramma’s en ontwerp-registratiesysteem.

In deze fase worden de zorgprogramma’s en het registratiesysteem in de praktijk geïmplementeerd in de zorgpraktijken. Op basis hiervan kan onder meer in kaart gebracht volgens welke zorgpaden patiënten behandeld worden en met welke effecten.

Fase 3 (september-december 2012): evaluatie en implementatie.

Na een jaar van praktijkonderzoek wordt de balans opgemaakt en zullen we de zorgprogramma’s en het registratiesysteem evalueren. Daar waar nodig worden ze aangepast, zodat ze in een verbeterde eindversie verder geïmplementeerd kunnen worden in de zorgpraktijk.

Bron: Nieuwsbrief In Verbinding mei 2011, zie http://www.hsleiden.nl/lectoraten/antroposofische-gezondheidszorg/nieuwsbrieven


Nieuwe medewerkers lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg

Op 1 maart heeft het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg afscheid genomen van Drs. Annerose Kunenborg, die sinds enkele jaren als freelance arts-onderzoeker aan het lectoraat was verbonden. Sinds 1 maart en 1 mei versterken Drs. Esther Kuipers en Dr. Joop Hoekman het lectoraat als respectievelijk arts-onderzoeker en associate lector Antroposofische Gezondheidszorg.

Bron: http://www.hsleiden.nl/lectoraten/antroposofische-gezondheidszorg/nieuwe-medewerkers


Project CQI Antroposofische Gezondheidszorg

Vorig jaar is het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg van start gegaan met de steekproeven ten behoeve van het CQI-onderzoek. Aan de hand van een nieuw ontwikkelde CQI-vragenlijst worden klantervaringen in de antroposofische gezondheidszorg in kaart worden gebracht. Helaas hebben deze steekproeven te weinig respons opgeleverd. Daarom is in maart in de meeste deelnemende huisartsenpraktijken gestart met aanvullende steekproeven.

De teller staat nu op iets meer dan 1800 ingevulde vragenlijsten, dus nog een kleine 200 te gaan! Ook doet een nieuwe praktijk mee, te weten therapeuticum Mercuur in Eindhoven. Eind april verwacht het lectoraat voldoende respons te hebben voor de analyse en rapportage. Eind juni wordt het onderzoeksrapport verwacht. Na goedkeuring door het Centrum Klantervaring Zorg zal de vragenlijst dan ter beschikking komen.

Bron: http://www.hsleiden.nl/lectoraten/antroposofische-gezondheidszorg/project-cqi


Project ‘ROM’-GGZ

Stichting Urtica-De Vijfsprong, een therapeutische werk- en leefgemeenschap te Vorden, neemt deel aan de ‘Routine Outcome Monitoring’-pilot van GGNet.

Routine Outcome Monitoring (ROM) is een methode om de resultaten van behandeling in de GGZ inzichtelijk te maken. Hierbij wordt systematisch de psychische gesteldheid van cliënten voor en na de behandeling gemeten. Het was echter nog niet mogelijk om de specifieke antroposofische aspecten van zorg te meten.

Het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg heeft hiervoor, in opdracht van Stichting Urtica, een aanvullende vragenlijst ontwikkeld. De vragenlijst is gebaseerd op inbreng van experts (behandelaren en zorgcoördinatoren van Stichting Urtica - De Vijfsprong en de Lievegoed Zorggroep) en baseert zich daarnaast op bestaande vragenlijsten, zoals de CQI-AG. De vragenlijst is inmiddels kleinschalig in de praktijk getest op bruikbaarheid. Momenteel wordt de vragenlijst overgedragen aan GGNet, die deze zal opnemen in de ROM-programmatuur.

Bron: http://www.hsleiden.nl/lectoraten/antroposofische-gezondheidszorg/project-rom-ggz

Opleidingen en interdisciplinaire nascholingen


Opleidings- en scholingsaanbod van het Edith Maryon College

Het Edith Maryon College (EMC) is voortvarend bezig op opleidingsgebied. Activiteiten zijn er op diverse locaties.

Op locatie Zeist begon in januari een nieuwe groep van twintig mensen aan de driejarige BBL-opleiding maatschappelijk zorg, MZ niveau 4. Ook is hier met twaalf studenten een niveau 2 opleiding (Helpende Zorg en Welzijn) voor gastouders. Dit is een verkorte opleiding (zes maanden in plaats van twee jaar). Hiermee komt het aantal van studenten in de initiële opleidingen op 187 te staan; een aantal dat nog niet eerder bereikt was!

Op het gebied van bij- en nascholing zijn er diverse trajecten. Op locatie Orion te Rotterdam, een Oriëntatiecursus antroposofische zorg en hulpverlening van negen dagdelen. De cursus richt zich op nieuwe of zich nog oriënterende medewerkers, ouders en belangstellenden.

Op locatie Zeist is door Merlijn Trouw, bestuurder OlmenEs, en Michiel ter Horst, voorzitter Iona Stichting, een tweedaagse training Theory U gegeven.

Het scholingsprogramma voor meerdere groepen van de Ita Wegman Divisie van de Lievegoed Zorggroep vindt plaats op locatie Zeist. Naast een werkbijeenkomst met de managers is er voor persoonlijk begeleiders een training geweest met het thema ‘Omgaan met moeilijk verstaanbaar gedrag’. Daarnaast zijn er twee trainingstrajecten ‘Van mensbeeld naar methodiek’ gestart.

Bron: http://www.maryoncollege.nl/nieuwsbrief/edithie_nr7.htm


Interdisciplinaire nascholing: Als een feniks uit de as, herstellen en voorkomen van burn-out

Nascholing voor artsen, psychotherapeuten, biografische coaches, verpleegkundigen, kunstzinnig therapeuten beeldend en muziek, leerkrachten en andere disciplines in gezondheidszorg, welzijn en pedagogie. Meer informatie over Als een feniks uit de as.

Data, tijd en plaats: vrijdagen 9 en 30 september 2011, 09.30-16.30 uur in Hogeschool Leiden. Inschrijven vóór 1 augustus 2011, via het inschrijfformulier

Docenten: Annejet Rumke, arts en schrijver van het boek over dit thema en Victoria Smits van Ooyen kunstzinnig therapeut beeldend.

Kosten: € 275,- inclusief koffie/thee, lunch en materiaal.

Maximum aantal deelnemers: 25.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de managementondersteuning van het cluster Zorg: 071 5188700 of: nascholing.ag-kt@hsleiden.nl

Bron: http://www.hsleiden.nl/posthbo-kt/feniks-uit-de-as


Helende beelden, zien met het hart, werken uit inzicht

Interdisciplinaire nascholing over het werken met beelden, storytelling en andere methodieken die gebruikt kunnen worden bij beeldende en muziektherapie, bij counseling, biografiegesprekken, in spel- en psychotherapie en in de pedagogie. Meer informatie over Helende beelden.

Data, tijd en plaats: vrijdagen 16 en 30 september 2011, 09.30-16.30 uur in Driebergen-Zeist.

Inschrijven vóór 16 augustus 2011 via het inschrijfformulier

Docenten: Annejet Rumke, arts/psychotherapeut, Natalie Peters, kunstzinnig therapeut beeldend en Nan van Leeuwen, muziektherapeut.

Kosten voor twee dagen: € 285,- inclusief koffie/thee, lunch en materiaal.

Maximum aantal deelnemers: 30.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de managementondersteuning van het cluster Zorg: 071 5188700 of: nascholing.ag-kt@hsleiden.nl

Bron: http://www.hsleiden.nl/posthbo-kt/helende-beelden


Start basisopleiding antroposofisch arts september 2011

De Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen (NVAA) verzorgt de Opleiding Antroposofische Geneeskunde voor artsen en tandartsen. De gehele opleiding bestaat uit de Basisopleiding, de Voortgezette Opleiding en de Praktijkopleiding. De opleidingsduur bedraagt minimaal drie jaar in deeltijd. In september 2011 start de basisopleiding van deze opleiding tot antroposofisch arts.

Antroposofische geneeskunde is een aanvulling op de reguliere geneeskunde. De opleiding heeft als doel de cursist uitgebreid te laten kennismaken en oefenen met het antroposofische mensbeeld. Daarnaast leert de cursist de vele verschillende antroposofische therapieën kennen, zowel medicamenteuze als niet-medicamenteuze, zoals kunstzinnige therapie, bewegingstherapie en dergelijke.

Het zoeken naar een grotere samenhang tussen processen in de mens, en tussen de mens en zijn omgeving en de natuur krijgen hierbij veel aandacht. En wel op een manier die net zo gedegen, zorgvuldig en voorstelbaar is als de gangbare universitaire studie, en die tegelijkertijd recht doet aan hoofd èn hart.

De cursus is zo opgezet dat de deelnemer de cursus (in principe) kan combineren met een lopende praktijk.

Het certificaat ‘Antroposofisch arts’ kan verkregen worden door degene die de gehele opleiding met succes doorlopen heeft, geregistreerd is als arts of tandarts en lid is van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen.

Bron: http://www.nvaa.nl/arts_certificering.htm

vrijdag 11 februari 2011

Symposium dat staat als een huis


Symposium ‘Gezondheid bevorderen’ in Leiden – 12 november 2010

Een bijzonder rijke dag was het derde symposium van het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden op vrijdag 12 november 2010 over ‘Gezondheid bevorderen’ (zie ook ‘Een terugblik’). Nu zijn we niets anders gewend – we worden in Leiden elke keer echt verwend – maar deze keer had het symposium echt een meerwaarde. Niet zozeer doordat het in de nieuwe aula, niet meer bij de ingang, maar aan de achterzijde van het gebouw, werd gehouden, of doordat er tussendoor steeds een verrassende opmaat gezamenlijk door vader Adriaan Bekman op bassaxofoon en dochter Michaela Bekman met euritmie werd verzorgd. Hoewel dat ook al kleine pareltjes waren! Misschien waren het de internationale sprekers: Bengt Lindström uit Finland, Max Moser uit Oostenrijk en Annette Weisskircher uit Duitsland. Maar ook de inbreng van Peter Kooreman en Erik Baars zelf mocht er zijn. De eerste vier genoemden zijn allemaal professor, Erik Baars doctorandus (het complete programma vindt u hier). Hoe het ook zij, dit symposium stond als een huis.

Bengt Lindström, die je bijna wel een hoogleraar Salutogenese kunt noemen, gaf een overzicht van al zijn weten op dit gebied. En dat was veel. Zo ging het over de capaciteit om hulpbronnen van gezondheid aan te boren en te gebruiken. Daar zijn we niet op gericht, alleen op het wegwerken van ziekte. Hij noemde het een levenshouding: vind je eigen bronnen, op verschillende niveaus, beginnend met je eigen gevoel. Ook schetste hij de vijf hoofdproblemen: roken, gebrek aan beweging, ongezond eten, alcohol en mentale problemen. Hij is mede-auteur van het nog te verschijnen boek The Hitchhiker’s Guide to Salutogenesis.

Max Moser, van de Universiteit van Graz, bestudeert de ritmen in de biologie: chronobiologie. Hij had een buitengewoon interessant verhaal. Anders dan Lindström, die vooral achter zijn laptop zat om zijn Powerpointpresentatie maar goed over het voetlicht te krijgen, maakte hij direct contact met de zaal. Probleem hier was weer de verstaanbaarheid: als een Duitstalige in het Engels begint te spreken, moet je dubbel je oren spitsen. Het mooie was dat Moser met zulke concrete voorbeelden kwam. Na een algemeen verhaal over ritmen en het belang van slaap, kwam hij op onderzoek waaruit bleek dat vrouwen die in ploegendienst werken een grotere kans op borstkanker hebben. En nog sterker was zijn onderzoek naar euritmietraining, compleet met koperstaven, voor bouwvakkers om ongelukken te verminderen. Dat werkte bijzonder goed, wat vooral na twee maanden bleek uit de kwaliteit van hun slaap. De ongevallen namen evenredig af: van vijf tot zelfs nul procent. Het onderzoek werd uitgebreid naar 85 bouwbedrijven: 50% minder ziektes, 25% minder ongevallen. De conclusie van Moser: chronobiologie is net zo belangrijk als fysieke en psychische gezondheid. Het tijdsorganisme van de mens is van grote (en misschien wel beslissende) invloed.

Erik Baars ging in zijn bijdrage op dit thema door: je moet veel dynamischer gaan denken, niet alleen in termen van óf ziek óf gezond, maar in ritmen, in de tijd. Je lichaam is een organisme dat zich constant volledig vernieuwt. Hij kwam uit op het stimuleren van de zelfregulering, op drie niveaus: fysiek, psychosociaal, betekenisgevend. En ook hij kon hierbij concrete voorbeelden leveren. De behandeling van ontsteking en koorts bijvoorbeeld; bij ziektebestrijding worden gewoonlijk koortswerende en andere antimiddelen gebruikt. Maar onderzoek naar koorts en kanker en koorts en allergie leert dat koorts een vorm van zelfregulatie is. De antroposofische bijdrage is dan weinig koortswerende middelen te gebruiken, maar wel goede begeleiding te bieden. Ook haalde hij het voorbeeld van hooikoorts aan, en misteltherapie. Dus de focus op zelfregulatie, maar dit zal nog wel verder moeten worden uitgewerkt.

Vervolgens was de beurt aan gezondheidseconoom Peter Kooreman, die samen met Erik Baars in juni 2010 een verkennend onderzoek publiceerde naar antroposofische behandelingen (zie ‘Antroposofische zorg goedkoper’). Hij voelde zich als econoom een beetje een vreemde eend in de bijt, tussen al deze gezondheidszorgmensen. Maar met zijn vraag ‘is antroposofische gezondheidszorg kosteneffectief?’ leek hij mij hier juist perfect op zijn plaats. Hij stelde dat hierbij goed regulier wetenschappelijk onderzoek hard nodig is. Maar dan moeten de kosten en baten wel in samenhang worden bezien, met een brede biografische blik daarop. Hiervoor zijn adequate gegevens nodig, en de grootste zorgvuldigheid bij de statistische analyse. Een voorbeeld van hoe het niet moet, was voor hem het nieuws in dagblad Trouw van 14 februari 1992, waarbij uit gegevens van ziekenfonds Spaarneland werd geconcludeerd: de kosten van antroposofische gezondheidszorg liggen lager. Die conclusie had op basis van de beschikbare gegevens nooit getrokken mogen worden.

Kooreman gaf een illustratief voorbeeld van met welke gegevens je idealiter allemaal rekening zou moeten houden bij de samenhang tussen kosten en baten. Maar in de praktijk zijn die heel lastig te verkrijgen, toonde hij aan bij zijn eigen onderzoek en bij een recente Zwitserse studie (zie ook ‘Zwitserse studie kosteneffectiviteit complementaire behandelwijzen’).

Een bijzonder probleem stipte Kooreman hierbij nog even aan: wat behelst antroposofie eigenlijk? Hij is verbonden aan de Universiteit van Tilburg, die bij bovengenoemd onderzoek grote welwillendheid toonde. Maar als je verder wilt, moet wel duidelijk zijn waarover het gaat. Iedereen weet wat acupunctuur en homeopathie is, heeft daar een idee bij. Maar dat is niet zo bij wat antroposofie is. Die horde moet nog worden genomen en zou het in gang zetten van groot onderzoek zeer vergemakkelijken.

De laatste lezing was voor rekening van professor Annette Weisskircher, zij sprak over ‘Gesundheitsförderung in der Eurythmietherapie’. Zij is verbonden aan de Alanus Hochschule für Kunst und Gesellschaft, waar sinds 2003 erkenning voor deze studierichting bestaat. Sinds 2007 is er zelfs een Master euritmie. Er bestaan bij de euritmiestudie vier richtingen: Bühneneurythmie, Eurythmie in sozialen Arbeitsfeldern, Eurythmiepädagogik en Eurythmietherapie.

Weisskircher vertelde over haar onderzoek naar hooikoortsbehandeling met euritmietherapie. Ik kon me echter niet aan de indruk onttrekken dat deze studierichting, in ieder het geval het onderzoek ernaar, nog in de kinderschoenen staat. Dan hebben we in Nederland in de afgelopen jaren toch al heel wat stappen meer gemaakt! Waarbij concreet gezocht wordt naar een optimale uitwisseling tussen theorie en praktijk. Nu is euritmie wel een moeilijk onderzoeksgebied, lastig om concreet te maken. Hier werd bovendien nog zo uitgegaan van de bewijsvoering voor wat Steiner bijna honderd jaar geleden bij een bepaalde gelegenheid te berde heeft gebracht. Niet verkeerd, maar daarmee begeef je je wel in een moeilijke positie. Maar zoals Duitsers eigen is, wordt er heel grondig en intensief aan gewerkt, dus wie weet wat er nog uitkomt!

Michel Gastkemper

dinsdag 2 november 2010

Nascholingscursus ‘Kunst In Contact met Kinderen’

.

Voor kunstzinnig therapeuten beeldend, psychologen, orthopedagogen c.q. gedragsdeskundigen: ‘Kunst in contact met kinderen’.

‘KICK’ is een kunstzinnige sociale vaardigheidscursus voor jongeren in de leeftijd van 10-14 jaar, om met kunstzinnige beeldende middelen, de sociale redzaamheid, de sociale weerbaarheid en de sociale competenties te bevorderen. Meer informatie over Kunst in contact met kinderen.

Data en tijd: woensdagen 5 en 19 januari, en 2 en 16 februari 2011 van 10.00 tot 16.00 uur, inschrijven vóór 15 december 2010 kan door middel van het inschrijfformulier.

Plaats: Hogeschool Leiden, Zernikedreef 11, 2333 CK Leiden.

Docenten: Drs. Thea Giesen, gz-psycholoog en Marijke de Mare, Kunstzinning therapeut beeldend.

Kosten: €475 inclusief koffie/thee, lunch en handboek.

Contactpersoon: Alice Kurpershoek 071-5188 710, e-mail kurpershoek.a@hsleiden.nl

.

Aankondiging symposium, congres en minor

.

Op de website van de NVAZ zijn op de pagina met de Agenda de volgende twee aankondigingen te vinden.

– vrijdag 12 november: Symposium ‘Preventief en curatief gezondheid bevorderen’. Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg, Hogeschool Leiden

– vrijdag en zaterdag 26 en 27 november: Herfstcongres 2010 ‘Slapen & Waken – Harmonie & Verstoring’. Visie en behandeling in de verschillende therapieën op antroposofische grondslag


Minor antroposofische gezondheidszorg voor studenten in het HBO (3e en 4e jaars) en WO in hun bachelorfase (3e jaars)

Voor meer informatie over overige opleidingen op gebied van antroposofische gezondheidszorg kunt u terecht op de overzichtspagina op de website van de NVAZ.


donderdag 17 juni 2010

Minor antroposofische gezondheidszorg


Voor studenten die graag kennis wil maken met antroposofische gezichtspunten op gezondheid en ziekte, is er deze minor. De antroposofische gezondheidszorg is een vorm van integratieve zorg en hulpverlening. De minor biedt de mogelijkheid om al tijdens je studie (bachelor) deze kijk op gezondheid en ziekte kennis te leren kennen en zo je blik te verruimen.

Doelgroep
De minor is bedoeld voor studenten in het HBO (3e en 4e jaars) en WO in hun bachelorfase (3e jaars) in gezondheidszorgberoepen.

Doelen
Blikveld verruimen door de scholing van je waarneming met behulp van de goetheanistische fenomenologie. Levendiger denken vergroten van oordeelsvermogen. Kennis maken met de antroposofische mensvisie en toepassingen ten aanzien van gezondheid en ziekte.

Inhouden
Verschillende didactische werkvormen worden toegepast. Naast mondelinge overdracht en oefeningen worden er kunstzinnige werkvormen gegeven om deze andere kijk op mens en gezondheid en ziekte te ervaren.

Praktisch
– Aantal EC: 15
– Studiebelasting: 420 uur
– Locatie: Hogeschool Leiden
– Moduleleiding: Truida de Raaf, GZ-psycholoog

Klik hier voor uitgebreide informatie over de minor ‘Een andere kijk op gezondheid en ziekte’.

Voor meer informatie over overige opleidingen op gebied van antroposofische gezondheidszorg kunt u terecht op de overzichtspagina op de website van de NVAZ.

dinsdag 2 maart 2010

Interdisciplinaire Nascholing ‘Depressie’, 22 april


Interdisciplinaire Nascholing ‘Depressie’, Hogeschool Leiden, 22 april

Deze nascholing richt zich op professionals in de gezondheidszorg (huisartsen, psychiaters, avg-artsen, psychotherapeuten, eerstelijns psychologen, orthopedagogen, kunstzinnige therapeuten/vaktherapeuten, diëtisten en verpleegkundigen).

Aanleiding

In 2020 zal depressie, volgens de World Health Organization, de meest voorkomende aandoening zijn in de wereld. De diagnose depressie wordt steeds vaker gesteld. Volgens Trudie Dehue is er sprake van een ‘depressie-epidemie’. Ten dele hangt dit samen met het oprekken van het begrip depressiviteit. Normale somberheid krijgt een medisch etiket. De farmaceutische industrie speelt hier op in door bij ‘sub’-depressiviteit het gebruik van antidepressiva te propageren. Door tijdgebrek geplaagde huisartsen kiezen massaal SSRI’s die weinig bijwerkingen zouden hebben, voor te schrijven voor sociale ellende. Dat deze middelen niet ongevaarlijk kunnen zijn, werd kortgeleden door het tv-programma ‘Radar’ uit de doeken gedaan. De bijsluiter van deze middelen vermeldt niet dat onverwachte agressie of suïcidaliteit door gebruik van SSRI’s kan worden uitgelokt.

Depressie blijkt een veel chronischer beloop te hebben dan vroeger werd aangenomen. Na twee depressieve episodes te hebben doorgemaakt, is de kans op recidief depressie gestegen tot 75%! Herstel blijkt lang niet altijd restloos te zijn.

Tot slot leidt de wijze van diagnostiek door middel van de classificatie van de DSM-IV-TR tot onhelderheid. De diagnose depressie zou volgens deze classificatie meer dan 200 variaties omvatten. Onderzoek naar ontstaan en behandeling van depressie gaan mank aan de veelvormigheid van de diagnose.

Inhoud

In deze nascholing wordt onderzocht in hoeverre het vierledig mensbeeld (Ik-astraallichaam-etherlichaam-fysiek lichaam) in de antroposofische geneeskunst bijdraagt tot een specifiekere en individuelere diagnose van depressie. De symptomen en de ontwikkeling van de patiënt worden met elkaar in relatie gebracht. Aan de hand van actueel onderzoek wordt dit vierledig mensbeeld verbonden met vier groepen van risicofactoren op het ontstaan van depressie. Tegenover deze vier groepen risicofactoren staan vier organisatieprincipes van zelfgenezing, die uitgangspunt voor een op het individu afgestemde behandeling vormen. Multimethodische behandelplannen ontwikkeld vanuit deze visie maken het gebruik van SSRI’s grotendeels overbodig en leiden tot een betere kwaliteit van leven van de depressieve patiënt. In de nascholing wordt stilgestaan bij de reguliere en antroposofische behandelmethoden die momenteel gangbaar zijn. Er is gelegenheid eigen casuïstiek in te brengen. Het doel van de nascholing is de diagnostiek en behandeling van depressie te actualiseren en optimaliseren.

Docenten

Medewerking wordt verleend door Esther Vis, muziektherapeut en docent aan Hogeschool Leiden. Zij zal vanuit de muziektherapie de genoemde vier systeemniveaus karakteriseren ten aanzien van diagnose en behandeling. Marko van Gerven, psychiater, werkt aan een Bolk’s Companion over depressie en zal het algemene deel verzorgen. Een syllabus wordt uitgereikt waarin de belangrijkste achtergronden en behandel overzichten zijn samengebracht.

Plaats: Hogeschool Leiden, Zernikedreef 11, 2333 CK Leiden
Datum en tijd: donderdag 22 april 2010 van 14.00 tot 21.00 uur
Kosten: € 130 inclusief koffie/thee en avondmaaltijd en syllabus
Inschrijven: vóór 1 april via de website www.hsleiden.nl/posthbo-kt/aanbodnascholing
Informatie: Alice Kurpershoek, (071) 51 88 710 of e-mail: kurpershoek.a@hsleiden.nl
Docenten: Drs. Marko van Gerven, psychiater, met een bijdrage van Esther Vis, muziektherapeut

Interdisciplinaire nascholing ‘De verstoorde verbinding’, najaar 2010


Interdisciplinaire nascholing ‘De verstoorde verbinding’, Hogeschool Leiden, najaar 2010

Over hechtingsproblematiek bij kinderen en volwassenen

Vorig jaar heeft over dit thema twee keer een interdisciplinaire nascholing plaats gevonden. Vanwege grote belangstelling bieden we dit jaar nogmaals een cursus over dit thema aan.

Het thema hechten is een basaal thema, het gaat over de verbinding die mensen aangaan met anderen. Hechten is ook een veilige behuizing vinden in je eigen lichaam, goed in je vel komen te zitten. Het fundament voor dit tweevoudige proces van hechten wordt gelegd in de eerste drie levensjaren. Op dit fundament wordt in het leven verder gebouwd, een eerste hechtingsstijl heeft zich ontwikkeld. Gedurende het hele leven speelt hechten en onthechten een rol, zoals bij ziekte en ouderdom, bij een scheiding, bij leven en dood. Door de bril van hechting kun je naar ontwikkelingsproblematiek kijken, dat is verhelderend en geeft handvatten voor de aanpak.

De kinderen en volwassenen met een reactieve hechtingsstoornis stellen hun opvoeders en begeleiders voor een moeilijke opgave. Veel gedragsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking, ook in de volwassenenzorg, blijken te berusten op hechtingsstoornissen.

Het bieden van basisveiligheid en voldoende uitdaging helpt het fundament voor een veilige hechting en zelfvertrouwen te leggen. In deze cursus willen we ons verdiepen in dit thema en inspiratie opdoen om kinderen en volwassenen te helpen de verstoorde verbinding met het eigen lichaam en de wereld zoveel als mogelijk is te herstellen. We willen in beeld brengen welke uitdagingen dat aan ons als begeleiders en therapeuten stelt.

Werkwijze

In de ochtenden staat het interdisciplinaire deel van het programma centraal met bijdragen uit verschillende vakgebieden en een gezamenlijke verdieping met behulp van kunsten. In de middagen volgt een uitwerking naar het eigen vakgebied in werkgroepen met behulp van casuïstiek. In de tweede helft van de middag sluiten we gezamenlijk af met een bijdrage.

Plaats: Hogeschool Leiden, Zernikedreef 11, 2333 CK Leiden
Data en tijd: vrijdagen 24 september en 8 oktober 2010 van 9.30-17.30 uur
Kosten: € 275 inclusief lunch, koffie en thee en syllabus
Inschrijven: vóór 7 september 2010 via het inschrijfformulier op de website http://www.hsleiden.nllposthbo-kt/aanbodnascholing
Informatie: Alice Kurpershoek, (071) 51 88 710 of e-mail: kurpershoek.a@hsleiden.nl

Docenten
Erik Beemster, systeemtherapeut
Leony Coppens, klinisch psycholoog/gz-psycholoog
Odulf Damen, muziektherapeut
Marko van Gerven, psychiater
Martin Niemeijer, arts verstandelijk gehandicapten en KJP
Truida de Raaf, orthopedagoog/gz-psycholoog
Sil Wallis beeldend kunstzinnig therapeut

Nascholingscursus ‘Kunst In Contact met Kinderen’ voor kunstzinnig therapeuten beeldend


Nascholingscursus ‘Kunst In Contact met Kinderen’ (KICK) voor kunstzinnig therapeuten beeldend, najaar 2010

De KICK-cursus is een groepsbehandeling voor jongeren in de leeftijd van 10-14 jaar. Met kunstzinnige therapeutische middelen wordt de sociale potentie een impuls gegeven ter verbetering van de sociale redzaamheid, sociale weerbaarheid en de sociale competenties.

Veel kinderen zijn onzeker, faalangstig en hebben een gering gevoel van eigenwaarde en reageren hierop zowel met internaliserende als met externaliserende problemen.

Internaliserende problemen uiten zich in introvert gedrag, angst, piekeren, somatische klachten en teruggetrokken gedrag, Externaliserende problemen verwijzen naar problemen met de buitenwereld en manifesteren zich als ongehoorzaam, agressief en impulsief gedrag. Beide type kinderen hebben moeite met de zelfregulatie ten aanzien van het denken, voelen en handelen.

Uitgangspunt van de cursus is het holistisch ervaringsieren, waarbij de hele mens wordt aangesproken.

Je moet eerst iets doen, om in beweging, tot beleving en reflectie te komen. Door de kunstzinnige ervaring ontstaat er een onmiddellijke gevoelsverbinding en worden de scheppende krachten van de kinderen aangesproken, waarop vervolgens gereflecteerd kan worden. In deze werkwijze gaat het om het vinden van een harmonisch evenwicht tussen de weg naar binnen, inleven, en de weg naar buiten, uitleven. De weg naar binnen zorgt voor een veilige verankering in jezelf. Opgebouwde vaardigheden in het kunstzinnig werken geven het vertrouwen om vanuit de eigen kern sociaal redzaam en weerbaar de wereld tegemoet te treden. Dan is er ruimte voor ontwikkeling.

Niet de klacht staat centraal in deze cursus maar de eigen gezondmakende kracht. De kinderen worden met behulp van kunstzinnige ervaringen gestimuleerd om vanuit een positief gevoel van eigenwaarde situaties te begrijpen, daar zelf invloed op uit te oefenen en er betekenis aan te geven. Het kunstzinnig werken in groepsverband geeft zowel ruimte aan de individuele ontwikkeling met betrekking tot de zelfwaarneming, de zelfbeleving en de zelfsturing, als aan de sociale ontwikkeling gericht op het waarnemen, inleven en afstemmen op anderen.

Nascholing ‘Kunst In Contact’

De nascholing bestaat uit drie bijeenkomsten van 10.00-16.00 uur, waarin zowel de theorie als de praktijk van de KICK-cursus voor jongeren wordt overgedragen.

In de bijeenkomsten wordt uitgegaan van de methodiek van de cursus, zoals deze is gegeven voor leerlingen in het Speciaal Onderwijs, uitgaande van 10 bijeenkomsten, exclusief de ouder­informatiebijeenkomst, een kinder-introductiebijeenkomst en een evaluatiebijeenkomst met de individuele kinderen en hun ouder(s).

Het werken met beelden in verhalen en kunstzinnig opdrachten staat in de nascholing centraal, maar ook wordt aandacht gegeven aan het organiseren, introduceren en evalueren van een eigen cursus. Van de deelnemers aan deze nascholing wordt namelijk verwacht dat zij een vertaalslag maken naar het ontwikkelen van een eigen cursusinhoud aangepast aan de eigen doelgroep. De inhoud en methodiek van de cursus laat zich ook vertalen naar jongeren met een verstandelijke beperking.

Supervisie en onderzoek

Voor geïnteresseerden die zelf na het volgen van de cursus een kunstzinnige sociale vaardigheidscursus gaan uitvoeren, bestaat de mogelijkheid om groepssupervisie te volgen en aan effectonderzoek mee te doen.

Data: vrijdag 3, 17 september en 1 oktober 2010
Tijd: 10.00-16.00 uur
Plaats: Hogeschool Leiden, Zernikedreef 11, 2333 CK Leiden
Docenten: Drs. Thea. Giesen, gz-psycholoog en Marijke de Mare, kunstzinnig therapeut beeldend
Kosten: € 335 inclusief koffie, thee en lunch
Inschrijven: vóór 1 augustus 2010 via de website www.hsleiden.nl/posthbo-kt/aanbodnascholing
Informatie: Alice Kurpershoek, (071) 51 88 710 of e-mail: kurpershoek.a@hsleiden.nl
Literatuur: Werkboek ‘Kunst in Contact’, verkrijgbaar op de eerste cursusdag.

Nascholing ‘Binnenste buiten... en andersom’ voor kunstzinnig therapeuten beeldend


Nascholing ‘Binnenste buiten... en andersom’ voor kunstzinnig therapeuten beeldend, Hogeschool Leiden, najaar 2010

Expressieve technieken: beelden op de weg naar binnen

Deze cursus is bedoeld om het gaan van een eigen weg naar binnen mogelijk te maken door middel van expressief werken. We werken met houtskool en acrylverf. Vertrekkend vanuit oer-bewegingen wordt ruimte gemaakt voor het gaan van een individueel proces. Het doel is authenticiteit, en contact maken met de innerlijke beeldenwereld die zichtbaar wordt in het werk. Omdat mensen op verschillende niveaus naast elkaar kunnen werken, is deze cursus ook geschikt als verdiepingscursus voor mensen die al nascholingscursussen expressieve technieken hebben gevolgd.

Cursusinhoud

Soms kun je als kunstzinnig therapeut de gewaarwording hebben dat de oefeningen die je aanbiedt minder werkzaam zijn dan je had gehoopt; en een van de redenen hiervoor kan zijn dat de cliënt te ‘vol’ zit met emoties, zodat hij eigenlijk niet voldoende kan profiteren van wat wordt aangereikt. Soms moet er eerst iets ‘uit’ voordat er weer echt iets ‘in’ kan. Anders gezegd: soms kan expressief werken de weg vrijmaken voor de voornamelijk impressieve werkzaamheid van de klassieke kunstzinnig therapeutische materialen, technieken en oefeningen.

Expressief werken biedt de cliënt de gelegenheid om gestalte te geven aan wat hem innerlijk bezighoudt, en de thema's te doorleven die hierin tot uitdrukking komen. Hierdoor kan de problematiek die (mede) tot zijn hulpvraag heeft geleid, worden geactualiseerd. En de beweging (bewogenheid) die hierdoor ontstaat, kan een noodzakelijke voorwaarde zijn om verandering mogelijk te maken.

Als de beweging eenmaal is ontstaan, dan blijkt de cliënt zelf vaak de weg te kennen die tot verandering of transformatie leidt. Dit doet denken aan de loop van een waterstroom; als de bron eenmaal is vrijgemaakt, dan vindt het water zijn weg zelf. Vooral als de therapeut de cliënt in dit proces voldoende steun en vertrouwen geeft.

Wij vinden het zinvol als je als kunstzinnig therapeut expressieve oefeningen kunt inzetten naast de meer impressief gerichte oefeningen, op het moment dat dit dienstbaar is aan de weg die de cliënt te gaan heeft. Juist omdat het onze ervaring is dat een combinatie van impressief en expressief gerichte oefeningen vaak goed aansluit bij wat cliënten vandaag de dag vragen, willen we met deze cursus bijdragen aan het realiseren van deze mogelijkheid.

Doelgroep en doelen

In deze cursus kunnen kunstzinnig therapeuten beeldend de werking van expressieve technieken aan den lijven ervaren.
Dit dient een tweeledig doel:
– Persoonlijke ontwikkeling. Het vrij maken van de innerlijke beeldtaal, en het kunnen doorleven van de thema’s die hierin gestalte aannemen.
– Het leren kennen van de kwaliteiten en werkingen van de diverse soorten oefeningen en de indicaties/contra-indicaties voor expressieve technieken als (deel van) een kunstzinnig therapeutisch behandeltraject. Hierbij hoort ook het kunnen plaatsen van deze technieken binnen het kader van de kunstzinnige therapie en het antroposofische mens- en wereldbeeld dat hieraan ten grondslag ligt.

Inhoud en werkwijze

Elke bijeenkomst vormen bewegingsoefeningen en grote bewegingsstudies in houtskool de voorbereiding op het schilderen. Er wordt in het begin veel met ogen dicht gewerkt, en met twee handen tegelijk.

Aanvankelijk wordt bij het tekenen en schilderen gewerkt vanuit oerbewegingen zoals rond, recht, lemniscaat spiraal enz. Deze oerbewegingen hebben elk verschillende kwaliteiten, en actualiseren verschillende aspecten van de menselijke binnenwereld. Deze oerbewegingen worden gaandeweg drager van persoonlijke beelden, en de bijbehorende ervaringswereld. Hieruit ontstaan themaopdrachten waarin iedere deelnemer in groeiende vrijheid zijn innerlijke beelden ‘door laat stromen’ in zijn werk.

Naast de nabesprekingen van de lessen en de twee dagdelen inhoudelijke overdracht/uitwisseling zijn er één of twee werkbesprekingen. Cursisten selecteren zelf het werk dat ze willen bespreken. Er wordt hierbij gekeken naar werkwijze, beeldkwaliteit en wat er spreekt uit de diverse werken.

Deelnamebewijs

Er wordt een bewijs van deelname uitgereikt. Degenen die expressieve technieken daadwerkelijk willen gaan inzetten in hun werk, dienen hiervoor een certificaat te halen door deze cursus af te sluiten met een werkstuk dat wordt beoordeeld. Dit in verband met de verantwoordelijkheid, deze sterk werkzame expressieve technieken voldoende verantwoord toe te kunnen passen. Dit werkstuk bevat een reeks beeldend werk, en beroepsspecifieke verwerkingsopdrachten.

Ter voorbereiding wordt de deelnemers aangeraden om de hoofdstukken 1 en 3 (deel I) en hoofdstuk 6 (deel 11) te lezen uit het boek: Aardschok/Bliksemflits. Twintigste eeuwse schilderkunst – een verkenning van grensgebieden (1999) Zeist, Indigo. Auteur Wil Uitgeest.

Verder De spirituele bronnen van de kunst (1993) Zeist, Vrij Geestesleven. Auteur: Rudolf Steiner. Hierbij gaat het in dit verband met name om het onderscheid impressionisme/expressionisme dat Steiner in dit boek maakt.

Plaats: Hogeschool Leiden, Zernikedreef 11, 2333 CK Leiden
Data en tijd: vrijdagen 10 en 24 september, 8 en 22 oktober, 5 november, van 9.30 tot 16.30 uur
Kosten: € 525 inclusief koffie/thee en lunch
Inschrijven: vóór 22 augustus via de website www.hsleiden.nl/posthbo-kt/aanbodnascholing
Informatie: Alice Kurpershoek, (071) 51 88 710 of e-mail: kurpershoek.a@hsleiden.nl
Docenten: Mw Marthe van Wilpe. Kunstenaar en freelance docent tekenen en schilderen. Gespecialiseerd in expressieve technieken. Marthe geeft de kunstzinnige lessen.
Mw. Drs. Wil Uitgeest. Kunstzinnig therapeut, docente aan de Hogeschool Leiden en auteur. WiI verzorgt twee dagdelen inhoudelijke overdracht en uitwisseling.

Nascholing voor kunstzinnig therapeuten ‘Vruchten van het leven’


Nascholing voor kunstzinnig therapeuten ‘Vruchten van het leven’, Hogeschool Leiden, november 2010

Op veler verzoek wordt voor de 3e keer een cursus over de kunstzinnige reminiscentiemethode ‘De vruchten van het leven’ aangeboden.

Doelgroep

Kunstzinnig therapeuten die (willen gaan) werken met ouderen in verpleeghuiszorg, verzorgingscentra en dagopvang.

Cursusinhoud

Naast een levensfasespecifieke, methodische inleiding wordt er met een aantal thema’s uit ‘De vruchten van het leven’ kunstzinnig gewerkt in de ateliers.

Inhoud en werkwijze

Het eigen levensverhaal is een onvervangbare en oneindige bron voor ieder van ons. Voor veel ouderen is het van onschatbare waarde om hun eigen levensverhaal te kunnen vertellen. Het individueel en in klein groepsverband actief en thematisch terugblikken op en kunstzinnig verbeelden van belangrijke en dierbare momenten uit de eigen levensloop (reminiseeren) blijkt voor veel oudere ouderen een positieve werking te hebben en krachtig bij te dragen aan het geestelijk welbevinden. Daarnaast ondersteunt en bekrachtigt het programma ‘De vruchten van het leven’ de beleving van de eigen individualiteit en van zingeving aan het eigen geleefde leven. De kunstzinnige verbeelding biedt voorts het de oudere mens een beschutte ruimte om non-verbaal een meegedragen levensverdriet alsnog tot verwerking te brengen.

Gezamenlijk onderzoek door het Trimbos Instituut en Katholieke Universiteit Nijmegen naar de effecten van reminiscentie in combinatie met creatieve verbeelding (Op zoek naar zin: 2003) toont significante afname van bijvoorbeeld depressieve klachten.

In de cursus worden thematische en kunstzinnige instrumenten aangereikt voor een speelse en fijnzinnige methode van reminisceren.

Dit methodisch basismateriaal is in nauwe samenwerking met kunstzinnig therapeuten uit de ouderenzorg ontwikkeld en afgestemd op diverse bewonersdoelgroepen in zorg- en verpleeginstellingen centra voor dagopvang.

Cursusleiding

Jacqueline Stoop, docent, vakgroepcoördinator Therapeutische Methodiek en projectleider van het werkveldteam Ouderenzorg van de opleiding Kunstzinnige Therapie van Hogeschool Leiden. Tevens volgde zij bij het Trimbos Instituut de begeleiderstraining levensverhalenmethodiek ‘Op zoek naar zin’.

Plaats: Hogeschool Leiden, Zernikedreef 11, 2333 CK Leiden
Data en tijd: vrijdagen 5 en 12 november 2010 van 9.30 - 17.30 uur
Kosten: € 275 inclusief lunch, koffie en thee en een reader
Inschrijven: vóór 15 oktober 2010 via de website http://www.hsleiden.nl/posthbo-kt/aanbodnascholing
Informatie: Alice Kurpershoek, (071) 51 88 710 of e-mail kurpershoek.a@hsleiden.nl
Docenten: Jacqueline Stoop en een kunstzinnig therapeut
Studiebelasting: 24 uur, waarvan 16 uur contacttijd en 8 uur zelfstudie

vrijdag 13 november 2009

Symposium 2009 Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg: professionele individugeoriënteerde gezondheidszorg

.
Zoals in de vorige Digitale Verbreding al aangekondigd, houdt het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg te Leiden op 18 december zijn jaarlijkse symposium. Het begint om 9.00 uur en duurt tot 17.30 uur. Dit symposium 2009 heeft als titel ‘Op weg naar een professionele individugeoriënteerde gezondheidszorg! Welke vaardigheden en innovaties moeten ontwikkeld worden? Praktijkonderzoek in de Antroposofische Gezondheidszorg 2009’.

Het staat dit jaar het in het teken van de opkomst van individugeoriënteerde gezondheidszorg en het praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg. Professionals geven lezingen en er worden verschillende workshops gegeven waar u aan kunt deelnemen.

Meer informatie en het programma is hier te vinden. Men dient zich wel voor dit symposium aan te melden. Dit kan tot 30 november via lectoraat.ag@hsleiden.nl. Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar, dus wees er snel bij. U ontvangt een bevestiging van uw inschrijving per e-mail.

Welke vaardigheden en innovaties moeten ontwikkeld worden? Praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg 2009

.
Over de inhoud van het symposium heeft het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg de volgende tekst geschreven:
Welke vaardigheden en innovaties moeten ontwikkeld worden? Praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg 2009

In de wisselwerking tussen de patiënt (klantvraag), de behandelaar (zorgaanbieder), en de maatschappelijke partijen (overheid, zorgverzekeraars, etcetera) ontwikkelt zich de inhoud en vorm van de gezondheidszorg. Eén van de actuele ontwikkelingen die naar verwachting in toenemende mate de inhoud en vorm van de gezondheidszorg fundamenteel beïnvloedt en nog verder zal gaan beïnvloeden is de opkomst van de individugeoriënteerde zorg. En dat betreft alle beroepsgroepen en organisaties in de gezondheidszorg.

Zo is al enkele jaren geleden binnen het overheidsbeleid de overgang van aanbodgestuurde naar vraaggestuurde zorg ingezet. De cliënten koepel NPCF heeft recent een ‘zeven-rechten plan’* opgesteld, waarbinnen onder meer het recht op keuzevrijheid van therapieën opgeëist wordt. Inmiddels is het kabinet akkoord gegaan met de nieuwe Wet Cliënt en Kwaliteit, waarmee de patiënt een sterkere positie ten opzichte van de zorgaanbieder krijgt. In de praktijk neemt de patiënt in toenemende mate de rol op zich van de competente patiënt die zelf wil sturen in zijn begeleidings- of therapieproces. Hij gebruikt hierbij de hulpverlening actief als deel van zijn oplossingsstrategie. De hulpverlener levert een bijdrage op maat aan dit proces van de patiënt.

De reactie van de zorgaanbieders op deze oriëntatie op de individuele patiënt zien we onder meer in het toenemende gebruik van termen als mensgerichte zorg (Stichting Planetree Nederland), ‘hostmanship’ (dienstverlening vanuit het perspectief van de klant), en ‘magneetziekenhuizen’ (onder meer: zorg die afgestemd is op de unieke behoeften van de cliënt) binnen het beleid van zorginstellingen.

Tenslotte zien we ook dat er in de wetenschap steeds meer aandacht voor het thema is. In The Lancet werd recent een reeks publicaties gewijd aan de vraag hoe de resultaten van groepsgericht onderzoek toegepast kunnen worden voor het individu. De term ‘Personalized Medicine’ levert al 148.000.000 hits op Google op. Binnen deze benadering wordt gestreefd naar een individualisering van therapieën op basis van genotypische en fenotypische informatie, om al doende tot een hogere effectiviteit van verschillende behandelingen te komen. En in Duitsland zien wij, na de ontwikkeling van richtlijnen en protocollen in het kader van Evidence Based Medicine, de ‘Individualmedizin’ als volgende stap in de ontwikkeling van de gezondheidszorg optreden.

Vanuit diverse wetenschapsgebieden als bijvoorbeeld de systeembiologie, waarin de complexiteit van bijvoorbeeld het menselijke organisme centraal wordt gesteld, wordt gezocht naar individugeoriënteerde diagnostiek en behandeling, in gevallen waar de groepsgerichte aanpak tekort schiet. In het psychotherapieonderzoek wordt internationaal veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van monitoringsinstrumenten voor het monitoren van ‘individual patient progress’. Zorgverzekeraars hanteren toenemend formules waarin de klantwaardering voor zorgaanbod centraal staat.

In dit symposium staan drie vragen centraal:
1. Welke professionele vaardigheden moeten hedendaagse en toekomstige gezondheidszorgwerkers en welke gezondheidszorginnovaties moeten zorgaanbieders en zorgverzekeraars ontwikkelen om professioneel, dat wil zeggen methodisch, effectief en met kwaliteit, (ook) individugeoriënteerd te kunnen behandelen en begeleiden?
2. Wat is de bijdrage van de antroposofische gezondheidszorg aan de ontwikkeling van een professionele individugeoriënteerde gezondheidszorg?
3. Wat is de stand van zaken in het praktijkonderzoek in de antroposofische gezondheidszorg in Nederland?

* (1) Recht op bereikbare en beschikbare zorg, (2) recht op keuze en keuze-informatie, (3) het recht op kwaliteit en veiligheid, (4) het recht op informatie, toestemming, dossiervorming en privacy, (5) het recht op afstemming tussen zorgverleners, (6) het recht op een effectieve laagdrempelige klacht- en geschillenbeslechting, en (7) het recht op medezeggenschap en goed bestuur.
 
Site Meter