Posts tonen met het label NVAZ. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NVAZ. Alle posts tonen

vrijdag 7 juni 2013

Verbinding als hoofdkenmerk van antroposofische zorg

Verslag Algemene Ledenvergadering NVAZ op 25 april 2013
De Algemene Ledenvergadering op 25 april ging voort op het pad dat eerder op 11 december 2012 was ingeslagen (zie ook ‘De NVAZ in perspectief’), dat wil zeggen, het aangaan van de ‘biografische uitdagingen’ van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders. Er waren eigenlijk maar twee programma-onderdelen: een inleiding door Ed Taylor van Urtica/de Vijfsprong, en een tussenverslag van Jan Huisman over zijn onderzoek naar de toekomst van de NVAZ. Maar eerst dienden natuurlijk de cijfers over 2012 de nodige aandacht te krijgen. Dat gebeurde kort en beknopt. Het jaar 2012 begon enkele dagen nadat het faillissement van Zonnehuizen werd uitgesproken en dat sloeg bij de NVAZ een gat in de begroting. Aan het eind van het jaar bleek met vereende inspanningen binnen de NVAZ het verlies tot een aanvaardbaar bedrag teruggebracht te zijn. De begroting voor 2013 is weer sluitend. Met dank werden deze bestuurlijke inspanningen begroet en aanvaard door de wederom goed bezochte vergadering op de vaste locatie in Zeist.
Ed Taylor kon heet van de naald berichten over een kersvers rapport van het ministerie over kostenbeheersing in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Welke gevolgen zouden deze veranderingen hebben voor zijn instelling De Vijfsprong? Dat was nog niet helemaal te overzien, maar makkelijker zou het in ieder geval niet worden. Wonen, werk en zorg zouden gescheiden moeten worden, terwijl die juist zo’n integraal en succesvol onderdeel van het aanbod vormen. Gelukkig had De Vijfsprong recent mogelijkheden kunnen creëren om hieraan tegemoet te komen, in ieder geval voor een deel. Als belangrijk pluspunt noemde Ed Taylor ook het contact binnen een netwerk van ondernemers gericht op sociaal en duurzaam ondernemerschap, evenals het uitbesteden van een deel van het administratieve werk aan een regulier GGZ-netwerk. ‘Verbinding’ noemde hij een hoofdkarakteristiek van de antroposofische zorg, zowel in het kleine als in het grote, waaraan dus ook op deze manier gewerkt werd. Het verwateren en daarmee gevaar lopen van de antroposofische identiteit door deze ontwikkelingen kon volgens Ed Taylor voorkomen worden door de verbinding sterker en bewuster aan te gaan met de omgeving. Niet alleen de verbinding met de aarde, de planten, de dieren en de sociale omgeving, maar ook met jezelf en de spirituele werkelijkheid.
Na de pauze was het de beurt aan Jan Huisman om verslag te doen van zijn onderzoek naar de NVAZ. Hij had de afgelopen maanden veel mensen gesproken over hun visie op de toekomst van de NVAZ en daar ook al schriftelijk in een tussenrapport over bericht. In plaats hiervan verslag te doen, vroeg hij de aanwezigen om het eigen denkbeeld te formuleren over hoe de NVAZ er over tien jaar uit zou moeten zien, en vooral hoe je daar dan zou moeten komen. En dit niet alleen verbaal onder woorden te brengen, maar ook visueel op papier in een tekening zichtbaar te maken. Men ging in kleine groepjes aan het werk en keerde een half uur later enthousiast terug met verschillende visies en denkbeelden, die echter niet vreselijk veel uiteenliepen. Hieruit bleek geen pessimistische stemming, maar integendeel juist een stevige wil om de uitdaging aan te gaan. Jan Huisman mocht in zijn handen knijpen, want dit was waarschijnlijk datgene waar het hem om begonnen was. De hier opgedane bevindingen kon hij nu mooi meenemen in zijn eindversie.
Een nieuwe Algemene Ledenvergadering vindt plaats op 12 juni, waar Jan Huisman zijn definitieve rapport zal aanbieden. Dan gaat het erom spannen wat de nieuwe toekomst van de NVAZ wordt.
Michel Gastkemper

zondag 28 april 2013

NVAZ-voorzitter geridderd


Op vrijdag 26 april werd de voorzitter van de NVAZ, Bert Vroon, koninklijk onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De Stentor berichtte vanuit Ommen:
‘Bert Vroon (65) uit Dalmsholte kreeg de hoogste onderscheiding door burgemeester Marc-Jan Ahne opgespeld.’
Tot de verdiensten van Vroon behoren onder meer: voorzitter College van Kerkrentmeesters, voorzitter Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders, lid van de Wetenschappelijke Adviesraad van St. Philadelphia Zorg, bestuurslid Stichting Studiecentrum Kraaybeekerhof te Driebergen, voorzitter College van Bestuur Christelijke Hogeschool Nederland te Leeuwarden, lid van de Raad van Commissarissen Corporatie Delta Wonen in Zwolle, voorzitter van het Prof. Dr. Bernard Lievegoedfonds, lid van de adviescommissie Marga Klompé fonds, bestuurslid christelijk-sociale Stichting Socires voor een verantwoordelijke samenleving, beoordelaar en auditor van excellentieprogramma’s in het Hoger Onderwijs (het zgn. Siriusprogramma).
De Stentor vermeldt verder:
‘Vroon was ook verbonden aan onder meer het CDA als Lid van het Dagelijks Bestuur in de functie van Partijpenningmeester en Partijsecretaris a.i., en aan de besturen van diverse musea.’

Op dezelfde vrijdag 26 april werd in Zeist ook Bernard Heldt geridderd. Dit wordt gemeld door ‘De Nieuwsbode Zeist’ in ‘Lintjesregen in Zeist’. Burgemeester Koos Janssen memoreerde niet alleen zijn werkzaamheden als algemeen secretaris van het Heilpedagogisch Verbond en daarna als directeur van het Edith Maryon College (tot zijn pensionering vijf maanden geleden), alsmede opleidingsinitiatieven in het antroposofische zorgveld in Nederland, Suriname en België, maar ook zijn werk voor ECCE en ELIANT. Hij vergat niet te vermelden dat Bernard Heldt jarenlang actief is voor de zorg voor verstandelijk gehandicapten in Suriname, waarmee vooral Matoekoe werd bedoeld.


De Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen (NVAA) heeft op 26 april eveneens twee leden als Ridder opgenomen zien worden in de Orde van Oranje-Nassau: George Maissan en Bob Witsenburg, beiden gepensioneerd huisartsen. De NVAA laat dit weten op haar website.
George Maissan kreeg de ridderorde opgespeld vanwege zijn pioniersfunctie als huisarts in Gouda en zijn bijdrage aan diverse scholings- en verenigingsactiviteiten. Bob Witsenburg werd gelauwerd voor zijn werk als tropenarts in Ghana, zijn jarenlange werk als huisarts in Haarlem, zijn werk binnen de vereniging NVAA en zijn jarenlange inzet voor een vademecum antroposofische geneesmiddelen. Daarnaast werd hij geëerd voor zijn vrijwilligerswerk bij de Kruispost in Amsterdam en zijn inzet voor het heilpedagogische instituut Scorlewald.
De NVAA is trots op het feit dat het werk van haar leden zo gewaardeerd wordt. Eerder werden Guus van der Bie, Karel Freeve (beiden huisarts) en Steven Matthijsen (psychiater) al geëerd.

donderdag 28 maart 2013

De NVAZ in perspectief

De ledenvergadering op 11 december 2012

Na al hetgeen zich in de voorafgaande twaalf maanden had afgespeeld (zie ook ‘Recapitulatie en bezinning bij de NVAZ. De ledenvergaderingen in november 2011 en mei 2012’), vond eind 2012 een Algemene Ledenvergadering plaats waarin een nieuw perspectief voor de NVAZ gevonden moest zien te worden. Voorzichtig werden stappen gezet in een grotendeels nieuwe situatie, en, naar het zich liet aanzien, niet zonder dat er terechte hoop mocht worden gekoesterd. Toch was er nog een behoorlijk aantal niet te voorziene en niet te controleren factoren, zodat behoedzaamheid geboden was. De onverwacht hoge opkomst, zodat de vergaderruimte in gebouw Lenteleven in Zeist bijna te klein was, en de positieve stemming die tijdens de vergadering heerste, zorgden in ieder geval voor een goed begin.
De ledenvergadering was voorafgegaan door een bijeenkomst voor genodigden in Gouda op 17 oktober 2012, met de veelzeggende titel: ‘Indien er een toekomst is voor de NVAZ, hoe ziet die er uit?’ Het was een informeel gesprek tussen het bestuur van de NVAZ en een aantal stakeholders. De aanleiding waren ontwikkelingen die noopten tot evaluatie, bezinning en het formuleren van een ander perspectief voor de NVAZ, zowel qua inhoud als qua vorm.

‘Biografische’ uitdagingen

De uitkomsten werden verwerkt in de notitie ‘De NVAZ in perspectief’ van 26 november 2012, dat diende als basismateriaal voor deze ledenvergadering. De opsteller ervan, voorzitter Bert Vroon, beschreef de ontwikkelingen van de NVAZ in de jaren 2007-2012. Hij somde de ‘biografische’ uitdagingen op, waarin deze organisatie zich sinds 1 juli 2007, de oprichting van de NVAZ door een interim-bestuur, voortdurend bevindt. De aanvang werd getekend door een te hoog ambitieniveau dat tot de juiste proporties moest worden teruggebracht. De NVAZ was organisatorisch te zwaar opgetuigd en werd afgeslankt. De Ledenraad werd opgeheven.
Het werkveld was ondertussen aan grote veranderingen onderhevig. Lidinstelling Christophorus kwam in financieel zwaar weer, werd onderdeel van De Amerpoort. De Ita Wegman Stichting ging om dezelfde redenen naar de Lievegoed Zorggroep. Het Rudolf Steiner Verpleeghuis werd onderdeel van de Raphaëlstichting. De Lievegoed Zorggroep balanceerde vervolgens op de rand van de financiële afgrond. De Bellisgroep ging op in de Zonnehuizen; ook uit financiële noodzaak. De Zonnehuizen gingen failliet. LSG-Rentray en DeSeizoenen namen de Zonnehuizen via de curator over. Gevolg was ook dat NVAZ-bestuursleden verdwenen met het verdwijnen van hun organisatie of positie. Een slagvaardig en beleidsrijk team was zo nauwelijks op te bouwen.

Stand NVAZ eind 2012
Hoe was de stand bij de NVAZ op dat moment, december 2012? Na drie jaar saneren was de NVAZ op 1 januari 2012 financieel (weer) gezond. Maar met de teloorgang van Zonnehuizen Kind en Jeugd verdween ook weer ongeveer een derde van de contributieopbrengsten in 2012. Een beleidsarme noodbegroting van de NVAZ betekende daardoor het enig haalbare. Met LSG-Rentray en DeSeizoenen werden sinds kort gesprekken gevoerd over een mogelijk lidmaatschap.
Het bestuur van de NVAZ was uitgedund van zes naar vier bestuurders met derhalve twee vacatures. De institutionele zorgaanbieders brachten circa 80% van de contributie op, maar stonden zelf ook onder druk. De betrokkenheid van leden bij de NVAZ was beperkt. De NVAZ werd wel gewild maar niet echt gedragen.
Ontmoeting via congressen, onderwijs en onderzoek werden door het veld zelf en niet door de NVAZ georganiseerd. Daarmee was het profiel van de NVAZ minder zichtbaar. Voorbeelden hiervan waren en zijn de Stichting Herfstcongres, de Medische Sectie met haar voorjaarsconferentie, het Edith Maryon College (EMC) voor mbo-opleidingen, vroeger onderdeel van het Heilpedagogisch Verbond (HPV) maar apart gezet toen de NVAZ ontstond. Ook de HBO-opleiding van de beroepsverenigingen heeft in de Academie voor Antroposofische Gezondheidszorg een zelfstandige positie. Voor onderzoek is de NVAZ nauwelijks meer dan ‘incassobureau’. Het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg in Leiden, medegefinancierd door de NVAZ, is zichtbaarder dan de NVAZ zelf. De NVAZ werkte met een uitgedunde ‘noodbegroting’ voor 2012 en zal dat ook voor 2013 moeten doen. Personeel was tot een minimum teruggebracht, het secretariaat kent alleen twee voltijdsbanen. Door (langdurige) ziekte van de verenigingssecretaris was het secretariaat verder uitgedund.

Functies van de NVAZ
Dat is allemaal weinig florissant. Maar toch zag de voorzitter een gemengd, maar zeker niet negatief beeld. De NVAZ vervult nog steeds een aantal zeer wezenlijke functies. Zij is voor de eerstelijn een verbindende faciliterende en vertegenwoordigende schakel en vervult als zodanig een belangrijke rol. De NVAZ heeft een ‘beschermende functie’ naar het veld als geheel, zoals wanneer een van de leden, bijvoorbeeld een beroepsvereniging, onder vuur komt te liggen (denk aan incidenten). In deze zin verschaft de NVAZ legitimatie, vooral aan de therapeuten.
– Hoewel ogenschijnlijk weinig zichtbaar, is de NVAZ wel zó gepositioneerd dat zij de breedte van het veld kan overzien en verbindingen maken, naar binnen en naar buiten. Nog los van de ‘verwijsfunctie’ waarin de NVAZ een zichtbaar loket is. Die verbindingen zijn zichtbaar naar het Lectoraat, de Leerstoel, het EMC, de Academie in oprichting, internationaal, de zorgverzekeraars, ministeries enzovoort.
– De NVAZ bewerkstelligt, rechtstreeks of indirect, ontmoeting. Dat houdt ook in wisselwerking in het licht van wat antroposofische identiteit is, zoals uitwisseling van ‘best practices’ en andere uitdagingen. De NVAZ zou uniek kunnen zijn in de ontmoeting van de eerste-, tweede- en derdelijnszorg. De opdeling in sectoren heeft dat onbedoeld beperkt.
– Verder is er de coördinatie van onderzoekthema’s: de NVAZ is vertegenwoordigd in de projectbegeleidingsgroep van het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden en in het curatorium van de Lievegoed leerstoel aan de Vrije Universiteit. Daarin kan de NVAZ mede de onderzoeksthema’s (onderzoeksprogramma) bepalen. Dat wordt voorbereid binnen de NVAZ, waartoe er een werkgroep onderzoek is ingericht.
– Er is een regiefunctie voor onderwijs: de Academie, waarin de opleidingen van de beroepsgroepen momenteel worden ondergebracht, werd mede mogelijk gemaakt door de NVAZ. Er is de internationale functie, ook al hebben de beroepsgroepen eigen zelfstandige internationale vertegenwoordigingen. In de ‘werkgroep zorgverzekeringen’ wordt de relatie van het werkveld met de zorgverzekeraars door de NVAZ gecoördineerd.
– Tot slot zijn te noemen de Zorggids (verwijsfunctie), de website en De Digitale Verbreding. De NVAZ heeft altijd wel een rol gespeeld in het afficheren van de antroposofische zorg, maar door geldgebrek is dat helaas nog niet zo tot zijn recht gekomen als we zouden willen. De potentie is er echter wel degelijk.

Wat te doen?
Er zijn voldoende uitdagingen voor de antroposofische zorg; een vitaal samenwerkingsverband daarbinnen blijft essentieel en is helemaal van deze tijd. De NVAZ vervult, hoe onzichtbaar helaas soms ook, een aantal relevante functies. Die werden in het stakeholdersgesprek op 17 oktober door niemand betwist. Ook DeSeizoenen en LSG-Rentray zien functies voor een samenwerkingsverband weggelegd. De betrokkenheid bij de NVAZ is echter beperkt; de contributiekracht kwetsbaar en sommige regiefuncties, als deze er al zijn, diffuus. Dit betreft onderzoek, onderwijs, de internationale representatie en externe PR. Dit alles maakt intern een evaluatie nodig, maar ook gesprekken met relevante omringende collega-instellingen, zoals EMC, de Academie in oprichting en het Lectoraat.
Nu ook gesprekken met De Seizoenen en LSG-Rentray worden opgestart over een (mogelijke) aansluiting van hen bij de NVAZ, ligt het voor de hand beide zoektochten te integreren. Hierbij gaat het om het herijken van de doelstelling van de NVAZ. Inclusief missie, visie, strategie en vorm van de NVAZ, waaronder voorzitterschap, bestuur en sectorberaden.
De inschakeling van een procesbegeleider lijkt zinvol. Deze inventariseert de wensen over taken en inrichting van de NVAZ bij alle stakeholders: instellingen, potentiële NVAZ-leden, sectorberaden, bestuur en secretariaat. De procesbegeleider is afkomstig uit de antroposofische zorg of beweging, maar is ‘onafhankelijk’. Dat wil zeggen: geen belanghebbende. Vóór de zomer van 2013 moet het hele proces afgerond zijn, anders duurt het te lang. Het bestuur vroeg de Algemene Ledenvergadering in te stemmen met deze aanpak en dat deed zij. Waarmee een belangrijk nieuw perspectief voor de NVAZ was gegeven.
Naast dit belangrijke agendapunt waren er ook twee inhoudelijke bijdragen. De eerste werd gegeven door Phlipp Jan Flach, directeur van DeSeizoenen, die zijn ervaringen van de afgelopen twaalf maanden schetste. Het waren zijn eerste indrukken van de ervaringen opgedaan met de antroposofische zorg binnen De Seizoenen, als opvolger van De Zonnehuizen. De tweede bijdrage werd geleverd door Ron Dunselman, voormalig voorzitter van de Antroposofische Vereniging en voormalig opnamecoördinator en beleidsmedewerker van Arta Verslavingszorg, die sprak over de ‘schaduwzijde van de wil’.
We hopen een volgende keer over de inhoud van deze bijdragen meer te kunnen berichten. Houd daarom De Digitale Verbreding in de gaten!
(Overigens kunt op de website van de NVAZ onder ‘Actueel’ lezen dat het World Economic Forum uit Davos algemeen directeur Phlipp Jan Flach van DeSeizoenen heeft uitgeroepen tot Young Global Leader.)

Michel Gastkemper

Recapitulatie en bezinning bij de NVAZ

De ledenvergaderingen in november 2011 en mei 2012

Het wordt tijd De Digitale Verbreding nieuw leven in te blazen. Een goede aanleiding is er ook: de aanstaande Algemene Ledenvergadering op 25 april. De laatste keer dat u hier De Digitale Verbreding kon lezen, was in oktober 2011. Meteen de maand erop werd een Algemene Ledenvergadering gehouden. Aan het eind van dezelfde maand schudde een van de grootste lidinstellingen van de NVAZ, de Zonnehuizen, op zijn grondvesten: er moest surséance van betaling worden aangevraagd. Vervolgens in december 2011 failliet verklaard, in januari 2012 overgenomen door LSG-Rentray en de Groep Winter. Die gebeurtenis liet ook de NVAZ niet onberoerd.

Kwaliteit
Wat is er in de tussentijd allemaal gebeurd bij de NVAZ? In mei 2012 werd een Algemene Ledenvergadering gehouden, waarvan hier, net als die in november 2011, nog geen verslag is gedaan. Daarom roepen we deze twee kort even in herinnering. 17 november 2011 was de succesvolle eerste eendaagse Herfstconferentie van de NVAZ, met als thema: ‘Michaël als tijdgeest’. Zo’n honderd deelnemers kwamen hier op af en deelden onder leiding van Raoul Grouls enthousiast hun ervaringen.
Aansluitend werd ’s avonds de Algemene Ledenvergadering gehouden, met als speciale gast prof.dr. Hans Reinders, houder van de Bernard Lievegoed leerstoel in Amsterdam, die vertelde over de door hem ontwikkelde methode van ‘Beelden van kwaliteit’ (zie ook http://beeldenvankwaliteit.nl/, bijvoorbeeld ‘Leerervaringen binnen Rozemarijn’), waarvoor brede belangstelling bestaat. Niet alleen bij antroposofische instellingen, maar ook reguliere; verder hebben ook zorgverzekeraars en de overheid veel belangstelling getoond voor deze kwalitatieve methode.
Tijdens de vergadering werd gemeld dat in het kader van het project ‘Opleidingen in verbinding’, waarvan de coördinatie bij de NVAZ lag, men volop bezig was met de ontwikkeling van een basismodule Antroposofische Gezondheidszorg. En ook werd verteld hoe ver het stond met de ontwikkeling van de vernieuwde website. Heuglijk te noemen was het feit dat het gelukt was in drie jaar tijd de contributie met een derde te verminderen. Zorgen waren er ook, gezien de destijds al gedeeltelijk bekende, weinig rooskleurige financiële situatie bij stichting Zonnehuizen. Gevreesd werd voor de gevolgen voor de NVAZ als zij niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen.

Persbericht
De volgende Algemene Ledenvergadering op 16 mei 2012 stond in het teken van bezinning en recapitulatie. Voorzitter Bert Vroon moest constateren dat de NVAZ een bescheiden organisatie met een beperkt secretariaat is en niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor het management van en het toezicht op zijn lidinstellingen. Om die reden had de NVAZ op 9 december 2011 ook een persbericht uitgegeven met de volgende inhoud:
‘Met grote bezorgdheid volgt het bestuur van de NVAZ de ontwikkelingen bij stichting Zonnehuizen, de grootste lidinstelling van de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders. Tot onze grote spijt moeten ook wij vaststellen dat de situatie zeer ernstig is. Momenteel opereert een bewindvoerder en zelfs een faillissement kan niet worden uitgesloten. In relatief korte tijd is stichting Zonnehuizen in financieel zwaar weer verzeild geraakt: voor zover ook wij hebben kunnen vaststellen moet dit helaas worden toegeschreven aan inadequaat toezicht op een bedrijf en management dat niet ‘in control’ bleek.
Wij betreuren de situatie die ontstaan is zeer voor de betrokken cliënten en hun families, zo ook voor het personeel dat zich zoveel jaren professioneel heeft ingezet. Stichting Zonnehuizen is de oudste antroposofische zorgaanbieder en kan terugzien op een rijke traditie. Wij hopen oprecht dat een doorstart van deze prachtige organisatie in welke vorm dan ook mogelijk blijft met behoud van de zo inspirerende antroposofische identiteit. Uit het land bereiken ons veel bezorgde vragen. Wij kunnen die geheel begrijpen.
Allereerst moet geconstateerd worden dat de zorg bij stichting Zonnehuizen niet ter discussie staat. De inspectie heeft slechts in een uitzonderingssituatie een maatregel genomen. De cliëntenzorg gaat onverminderd en gekwalificeerd verder. De kwaliteit en professionaliteit van de andere antroposofische zorgaanbieders in Nederland staat evenmin ter discussie. Integendeel: inspectie en zorgkantoren zijn zeer tevreden over de zorg zoals geleverd door de zorgaanbieders uit het antroposofische veld. Volgens onze informatie zijn de andere antroposofische zorginstellingen financieel gezond en is er geen sprake van verscherpt toezicht door de inspecties.
De NVAZ is een samenwerkingsverband van de antroposofische zorg, waarbij de institutionele zorgaanbieders, de beroepsverenigingen en de therapeutica zijn aangesloten. In die zin bewaken wij kwaliteit en professionaliteit van de zorg onder onze leden maar kunnen wij geen verantwoording nemen voor het door individuele leden gevoerde beleid.
Wij hopen oprecht voor alle betrokkenen dat voor stichting Zonnehuizen, haar cliënten en personeel een inspirerende toekomst geboden kan worden.’

Uitdaging
Verder kon de voorzitter melden dat uit de jaarrekening 2011 van de NVAZ bleek dat het jaar 2011 was afgesloten met een positief eigen vermogen van € 140.966. Maar niettemin concludeerde het bestuur tot slot in haar jaarverslag:
‘Het Bestuur kijkt met gemengde gevoelens terug op 2011. Voor wat betreft de NVAZ kan van een zeer constructief en vruchtbaar jaar worden gesproken, zowel inhoudelijk als financieel. We vermeldden dat in ons jaarverslag.
De teloorgang van stichting Zonnehuizen echter stelt ons opnieuw voor een uitdaging waarvan de consequenties niet geheel te overzien zijn. Desalniettemin zien we het jaar 2012 met vertrouwen tegemoet. Immers de vitaliteit van de Antroposofische Gezondheidszorg is buitengewoon en – meer dan ooit – maatschappelijk relevant. In dat beeld zal ook deze zorg nieuwe perspectieven weten te vinden.’
Om deze vitaliteit te onderstrepen was de lector Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden, Erik Baars, als gast aanwezig. Hij was op 18 november 2011 aan Wageningen Universiteit gepromoveerd tot doctor in de geneeskunde met het proefschrift ‘Evidence-based Curative Health Promotion’. Hij hield een presentatie van de voortgang en de veelbelovende toekomstplannen van het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg (zie ook http://www.hsleiden.nl/lectoraten/Antroposofische-gezondheidszorg/).
De meest recente Algemene Ledenvergadering was op 11 december 2012. Een verslag hiervan kunt u lezen in ‘De NVAZ in perspectief’.

Michel Gastkemper

woensdag 26 oktober 2011

NVAZ Herfstconferentie ‘Michaël als Tijdgeest’ op 17 november 2011


De NVAZ organiseert voor medewerkers in de antroposofische zorg een dag met antroposofische inspiratie, ontmoeting en verdieping.

Michaël en de huidige tijd

Volgens Rudolf Steiner is de aartsengel Michaël sinds 1879 onze tijdgeest. Hij zag de ontwikkeling van een ‘michaëlisch geestesleven’ als wezenlijke stap in de ontwikkeling van de hele mensheid. Het laatste jaar voor zijn dood schreef Steiner bijna wekelijks teksten over de werking van Michaël.

Wanneer de impuls van Michaël voor onze tijd zo belangrijk is als Steiner zegt, dan is het zinvol dieper op dit thema in te gaan. Hoe moeten wij ons de werking van Michaël voorstellen? Heeft iets dergelijks nog wel betekenis voor ‘moderne mensen’ anno 2011? Zijn wij in staat die werking te beleven en zinvol te benutten in ons dagelijkse leven en werken?

De uitdaging van Michaël

Michael is niet geïnteresseerd in het verleden, hij is op de toekomst gericht en wordt werkzaam zodra wij in actie komen. Wie kent niet het moment, waarop hij voor de beslissing staat om een sprong in het diepe te nemen? Het moment waarop hij moet handelen, zonder precies te kunnen weten wat de uitkomst zal zijn?

Onze huidige tijd wordt steeds turbulenter, we kunnen steeds minder vertrouwen op een planning en er wordt meer en meer van ons gevraagd om wakker in het moment te staan en eenvoudigweg te doen wat de situatie van ons vraagt.

Het vraagt moed op deze manier in actie te komen. Michael spreekt tot onze wil en daagt uit om stappen te ondernemen, zelfs als we nog niet precies weten waar die toe leiden.

Michaël in perspectief

Tijdens de herfstconferentie worden de deelnemers uitgenodigd het thema vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken. De ochtend wordt geopend door de voorzitter van de NVAZ, A. Vroon en de organisator van de dag, R. Grouls. Hierna volgt een kunstzinnige opening en een lezing die een toegankelijke inleiding rondom het thema geeft. Na de lezing zijn er workshops vanuit diverse perspectieven, die allemaal het thema van de dag verder verkennen vanuit hun eigen perspectief.

In de middag zal er een interactief programma zijn, waarbij de deelnemers met elkaar zullen verkennen hoe zij de inzichten uit de ochtend kunnen benutten in hun dagelijkse leven en werken. J.S. Reinders zal afsluitend een reflectie geven op de dag zelf, waarna de dag wordt afgerond met een gezamenlijke maaltijd.

De doelstelling is dat de deelnemers aan het einde van de dag naar huis gaan met inzicht, gevoel en handvaten rondom het thema. Of, met de woorden van Steiner: denken dat tot imaginatie, voelen dat tot inspiratie en willen dat tot intuïtie is omgevormd.

Aansluitend wordt u uitgenodigd voor de ALV van de NVAZ, aanvang 19.00 uur.

Programma 17 november 2011
9.00 kunstzinnige opening, lezing over het thema
10.00 workshops
12.30 lunch
14.00 interactief ‘world cafe’
16.00 reflectie door J.S. Reinders
17.00 gezamenlijke maaltijd en afsluiting dag

Workshops 10.00-12.30 uur
1 P. Blomaard, bestuurder
2 F. Kamps, arts
3 M. Driesens, priester Christengemeenschap
4 S. van Beuzekom, dramatherapeut
5 M. ter Horst, voorzitter Iona Stichting
6 A. van Vliet, muziektherapeut
7 J. Pylyser, spraaktherapeut
8 GZ-psycholoog

Adres

Stichting Zonnehuizen
Locatie Stenia, Rafaëlzaal
Utrechtseweg 86
Zeist

Informatie, bijdrage, aanmelding

Voor informatie kunt u emailen of bellen met de NVAZ: info@nvaz.nl of 030-6945544. Voor aanmelding kunt u een aanmeldingsformulier downloaden op www.nvaz.nl.

De bijdrage voor leden van de instellingen, beroepsverenigingen en therapeutica van de NVAZ bedraagt € 50,- p.p., inclusief koffie, thee, lunch en avondmaaltijd. Voor overige aanmeldingen bedraagt de bijdrage € 80,- p.p.

Accreditatie

Accreditatie wordt aangevraagd.


In het tijdperk dat nu aanbreekt is het nodig dat de mensheid zich op een wereld richt, die als geestelijke wereld direct aan de als fysiek beleefde wereld grenst en waarin te vinden is wat hier beschreven is als Michaëls wezen en Michaëls opdracht.

R. Steiner, Kerngedachten van de antroposofie


Het is Michaëls taak de mens op de weg van de wil weer daarheen te leiden waar hij vandaan is gekomen, toen hij met zijn aardse bewustzijn van het beleven van het bovenzinnelijke naar het beleven van het zintuiglijke afdaalde.

R. Steiner, Kerngedachten van de antroposofie

woensdag 25 mei 2011

Nieuw elan bij de NVAZ


Was het op 23 november 2010 nog ‘NVAZ in herstel’ (waarvan in de vorige De Digitale Verbreding op 11 februari verslag werd gedaan), kan voor de Algemene Ledenvergadering op 5 april eerder het adagium ‘Nieuw elan bij de NVAZ’ gelden. Dit keer te gast op Kraaybeekerhof, in nog kleinere kring dan de vorige keer, wat uiteraard tot de nodige bezorgdheid aanleiding gaf – maar voor het elan vormde dit geen belemmering. Het hing zeker met de nieuwe bestuurssamenstelling samen: nieuwe bestuursleden die de zaken fris bekijken en behandelen willen.

Eerst diende echter de stand van zaken van de NVAZ in 2010 doorgenomen te worden. Het bleek dat het vooruitzicht van eind 2010 was bewaarheid: het financiële verlies was intussen omgebogen in winst, waarna ook het eigen vermogen van negatieve naar positieve cijfers kon worden omgezet. De omvorming betrof tevens verlaging van de contributie. De voorzitter herhaalde weer wat hij ook de vorige keer had verteld: dit alles was slechts mogelijk geweest door het royale gebaar van de Zonnehuizen om de NVAZ te hulp te schieten en haar diensten aan te bieden. Hij betreurde zeer dat de Zonnehuizen momenteel zelf in zwaar weer verkeren.

Van opgeruimd karakter was het tweede deel van de avond. Hier namen de nieuwe bestuursleden het voortouw. Mieke van de Goorbergh, Pim Blomaard en Age van der Veer (Frans Broekhuizen had zich deze vergadering moeten verontschuldigen) hadden samen met de zittende twee bestuursleden Madeleen Winkler en voorzitter Bert Vroon een tweetal inhoudelijke bestuurssessies gehad, om zich weer op de toekomst te kunnen richten en op waar het de NVAZ eigenlijk om begonnen is. Ze wilden hier niet zomaar over vertellen, maar nog veel liever van de aanwezige leden horen waar de NVAZ gezien hun noden eigenlijk voor is. Daartoe werd de ledenvergadering ingericht in vier kleine gespreksgroepjes die thematisch waren samengesteld.

Pim Blomaard had eerder het beeld geschetst van de NVAZ als ‘open huis’ met een groot portaal en veel ramen. Een aantal serres bood een open blik op de omgeving. Ook een kleine dakafdeling bovenin had veel ramen; hier was plaats voor onderzoek. Geen grote eigen afdeling, maar wat er in het veld gebeurde wel gelieerd aan de NVAZ. Een ontmoetingsplaats die plaats biedt aan onderzoek, kwaliteit en expertise die niet alleen de antroposofische zorg ten dienste zouden moet staan, maar de hele gezondheidszorg.

Het thema dat Age van der Veer inbracht was netwerken. Het eerste en belangrijkste netwerk voor hem was de NVAZ zelf. Die zou een goed functionerende infrastructuur hiervoor moeten faciliteren. Bij de Lievegoed Zorggroep had hij de ervaring opgedaan dat tientallen locaties tot losse, geïsoleerde vestigingen kunnen leiden die ieder op zich zeer kwetsbaar zijn. De NVAZ vertoont een soortgelijk beeld, terwijl allen elkaar juist heel hard nodig hebben. Eerst zal er aan de behoefte van de leden moeten worden voldaan; de NVAZ moet hun een meerwaarde bieden. Die kan liggen in een website, in informatie over eigen projecten en mogelijke verwijzers.

Madeleen Winkler bekommerde zich om de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de antroposofische zorg. Hoe doe je dat, hoe bewerkstellig je die? Niet alleen lokaal en regionaal, maar ook landelijk en zelfs Europees. Gewoon feitelijke gegevens, met aantallen en adressen, daarnaast tevens kwaliteitsbeschrijvingen die niet alleen zorgvragers, maar ook verzekeraars en de politiek een duidelijk verhaal vertellen. De toegankelijkheid van informatie verdient verbetering.

Mieke van de Goorbergh ten slotte wierp zich op de opleiding: waar is behoefte aan in de opleiding en wat heb je te bieden? Zij kon daarbij terugvallen op het recent in gang gezette project ‘Opleiding in verbinding’.

De hamvraag voor alle aanwezigen was wat als het belangrijkste voor de komende twee jaar werd gezien. Met daar meteen de concrete vraag aan gekoppeld voor de eigen lidinstelling: wat kan jouw organisatie daaraan bijdragen? Van de vier gespreksgroepen werd er een bestemd voor beroepsverenigingen, een voor therapeutica en twee voor instellingen. Dat gaf een bont palet aan concrete mogelijkheden en wensen. Door gespreksleider Madeleen Winkler werd dit palet kunstig teruggebracht tot een drietal (of eigenlijk vier) kernpunten, die ook al aan het begin stonden en in de nieuwe bestuurssamenstelling geformuleerd waren: ‘open space’, modern netwerk en zichtbaarheid. Met als vierde punt opleiding en continuïteit.

Geen slecht resultaat. Vooral niet gezien de stemming, die deze avond fris en hoopvol was. Nu zal dit nieuwe bestuur, uiteraard met behulp van de leden – zoals het niet moe werd te benadrukken – het getoonde nieuwe elan nog moeten waarmaken en concretiseren op een wijze waarbij die leden zullen willen instappen. Maar het begin is gemaakt!

Michel Gastkemper

Vacature Onafhankelijk voorzitter (sectorberaad beroepsverenigingen NVAZ)


De beroepsverenigingen van de NVAZ zijn voor hun maandelijkse vergaderingen op zoek naar een onafhankelijk voorzitter.

De voorzitter (m/v)

– zit de vergaderingen van de sector beroepsverenigingen NVAZ voor en is verantwoordelijk voor het proces van de vergaderingen;
– wordt daarbij ondersteund door een secretaris van het bureau NVAZ.

Van de voorzitter wordt verwacht dat hij:

– onafhankelijk is en geen lid van een van de deelnemende beroepsverenigingen;
– maatschappelijk betrokken is en affiniteit heeft met de antroposofische gezondheidszorg;
– door middel van het geleide vergaderproces er zorg voor draagt dat het sectoroverleg tot afgewogen overwegingen, strategieën en besluiten komt;
– boven de partijen staat.

Vergoeding op basis van onkosten, n.t.b.

Na een jaar voorzitterschap vindt een wederzijdse evaluatie plaats. Afhankelijk van deze evaluatie wordt bezien of contractverlenging dan voor twee jaar kan zijn en vervolgens tweejaarlijks wordt vervolgd op grond van wederzijdse evaluatie. Inhoudelijk zal er een jaarlijkse wederzijdse evaluatie plaats vinden.

Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met mevr. W. Verboom, verenigingssecretaris NVAZ, (030) 69 45 544 of w.verboom@nvaz.nl


Bron afbeelding: http://oogwandeling.blogspot.com/2010/05/tweede-pinksterdag.html

vrijdag 11 februari 2011

Start project Opleidingen in verbinding


Ontwikkeling Academie Antroposofische Gezondheidszorg en Netwerk Hoger onderwijs

Per 1 januari 2011 is het project Opleidingen in verbinding van start gegaan. Dit is een samenwerkingsverband van het Opleidingenoverleg van de medische sectie van de Antroposofische Vereniging in Nederland (Opleidingenoverleg AViN) en de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ).

De aanleiding voor dit project is de al langer gevoelde noodzaak om te komen tot een nadere samenwerking tussen de vele afzonderlijke opleidingen en scholingstrajecten in het veld van de antroposofische gezondheidszorg (AG) in Nederland, en tot een hechte en duurzame inbedding in het reguliere veld van opleiding en scholing.

Deze noodzaak is sinds vele jaren onderwerp van gesprek geweest in het Opleidingenoverleg AViN. Daarnaast heeft de NVAZ in 2010 het thema Opleidingen als beleidsgebied opgenomen in haar meerjarenbeleid, daar opleiding en scholing mede van groot belang is voor de zorgaanbieders.

In de vanuit het Opleidingenoverleg ingerichte Taskforce opleidingen is in september 2010 besloten tot het gezamenlijk inrichten van een project voor de duur van circa één jaar. De Taskforce is met het nemen van het genoemde besluit aan een einde gekomen en opgeheven.

De kernopdracht van het project is om te komen tot een omvattend beleid voor hoger onderwijs in het veld van de antroposofische gezondheidszorg. Nadere doelstellingen zijn:

– Versterken van de verbinding tussen de opleidings- en nascholingstrajecten in het veld van de AG. Oprichten van een samenwerkingsverband in de vorm van een Academie Antroposofische Gezondheidszorg (Academie AG) voor hoger onderwijs;
– Tot ontwikkeling brengen en onderhouden van een netwerk met reguliere instellingen voor hoger onderwijs vanuit het veld van de AG.
Het project heeft de looptijd van in principe één jaar.

Het project wordt aangestuurd door een stuurgroep bestaande uit Truida de Raaf, voorzitter, namens de (medische sectie van de) AViN, Mieke van den Goorbergh, namens het bestuur NVAZ, en Marinus van der Meulen vanuit de NVAZ sector instellingen.

Voor de uitvoering van het project is als projectleider Maarten Michiel Mahler aangesteld voor een dag per week. De middelen hiertoe zijn door de NVAZ beschikbaar gesteld. Daarnaast heeft de AViN middelen toegezegd waaruit de benodigde expertise op gebied van hoger onderwijs zal worden ingehuurd in de persoon van Dick Keijzer.

De stuurgroep denkt in dit traject de volgende resultaten te behalen:
1. Er is een Academie Antroposofische Gezondheidszorg i.o.;
2. Er is een netwerk met reguliere instellingen voor hoger onderwijs vanuit het veld van de AG.
Aan deze resultaten zal ten grondslag liggen:
a. een omvattende beschrijving van de huidige situatie inclusief kansen en bedreigingen;
b. een beschrijving van de gewenste reële situatie inclusief inventarisatie van kansen en risico’s;
c. een Plan van Aanpak voor de implementatie van de gewenste situatie. Waar mogelijk zijn uitwerkingsstappen al gezet;
d. een advies als onderdeel van het plan van aanpak over de gewenste opvolging van het project inclusief een voorstel voor de juridische constructie (rechtsvorm).
Behalve de rapportage aan de opdrachtgevers – het bestuur NVAZ en het Opleidingenoverleg – zullen de direct belanghebbenden door middel van regelmatige berichtgeving, vragenrondes enzovoort nauw bij de beleidsontwikkeling worden betrokken. Deze belanghebbenden zijn de bij de NVAZ aangesloten instellingen, de bij de NVAZ aangesloten beroepsverenigingen, en de zelfstandige opleidingen in het veld van de AG.

Op vrijdag 17 juni 2011 zal van 14.00 tot 17.00 uur in Zeist een conferentie ‘Opleidingen in verbinding’ gehouden worden voor vertegenwoordigers uit het veld van de AG, waarin de tussentijdse resultaten zullen worden gepresenteerd en bespoken. Naast een analyse van de status quo zal in concept de mogelijk gewenste toekomstige situatie worden voorgesteld. Het gesprek zal richtinggevend zijn voor de verdere uitwerking van het project.
Wij willen u vragen indien van toepassing deze datum alvast in uw agenda te reserveren.

Namens de stuurgroep,
Truida de Raaf, voorzitter
Maarten Michiel Mahler, projectleider

Gezondheidsbevordering PAG-breed


Op 19 januari van dit jaar werd er in Driebergen een ‘PAG-breed’ bijeenkomst gehouden, voor iedereen die betrokken is bij een vorm van antroposofische gezondheidszorg. Als thema was gekozen voor ‘Gezondheidsbevordering in de antroposofische gezondheidszorg’, met als onderliggende vragen ‘Hoe is dat nu verweven met de antroposofische zorgpraktijk? Hoe zichtbaar is dit? Is een andere koers gewenst?’

In 2009 was er een eerdere algemene bijeenkomst van het Platform Antroposofische Gezondheidszorg (PAG) met als thema ‘Maatschappelijke zichtbaarheid’. Zie de eerdere bijdragen ‘PAG-bijeenkomst “Maatschappelijke Zichtbaarheid”’ en ‘De antroposofische gezondheidszorg anno 2009’. In het PAG komen vertegenwoordigers bijeen van de zorgaanbieders, de landelijke patiëntenvereniging, het landelijk ouderverbond, de opleidingen, het onderzoek, de geneesmiddelenproducenten, allen die betrokken zijn bij het veld van de antroposofische gezondheidszorg.

In de bijeenkomsten van het PAG het afgelopen jaar werd aandacht besteed aan vraagstukken rond de identiteit en profilering van de antroposofische gezondheidszorg. Profileert zij zich als ‘regulier plus’ of als integratieve of als duurzame gezondheidszorg? Ook de preventieve kant van de zorg is besproken. Het begrip preventie bleek veel verschillende betekenissen te hebben en ook verwarring op te roepen.

Gezondheidsbevordering is een thema dat in de gehele gezondheidszorg veel aandacht heeft. Dit thema werd kort ingeleid door Erik Baars vanuit de onderzoeksresultaten en tevens vanuit patiëntenperspectief. Najaar 2010 vond een bijeenkomst plaats met als titel ‘Impulsen voor een toekomstige gezondheidszorg’, voortgekomen uit een samenwerkingsverband van de Netwerkuniversiteit, Weleda NV en de Iona Stichting. Zie ook ‘Bouwstenen voor een toekomstige gezondheidszorg. Invitational Conference 10 september’. De gecomprimeerde resultaten van deze bijeenkomst zullen verschijnen in de vorm van een manifest. Hierin komen elementen tevoorschijn die voor het thema gezondheidsbevordering van belang zijn. Hans Nijnens bracht deze elementen van het manifest naar voren.

In de Grote Tuinzaal van Antropia was maar een klein en select gezelschap van 25 aanwezigen bijeengekomen, maar dat maakte er de discussie na afloop van de inleidingen niet minder interessant op. PAG-voorzitter Ted van Schie trapte af, waarna Truida de Raaf refereerde aan de vorige PAG-breed met Jeroen Lutters, waarbij het ging over de verschillende huidige generaties. En aan het feit dat je de antroposofische gezondheidszorg niet meer zo kunt presenteren als vijf jaar geleden. Zoals die bijvoorbeeld destijds in een flyer werd getypeerd als ‘aanvulling voor iedereen’. Al gauw trad Erik Baars naar voren, de lector Antroposofische Gezondheidszorg aan Hogeschool Leiden, met een bijdrage die gedeeltelijk zou overlappen met zijn presentatie op de lectoraatsdag in november, zei hij er verontschuldigend bij.

Hij begon met de definiëring van wat gezondheid is, en dat deze verbeterd zou moeten worden. De oude stamt namelijk nog uit 1948; eind 2009 werd hiervoor een internationale bijeenkomst georganiseerd door de Gezondheidsraad en ZonMW. Van oudsher stamt het idee dat ziekte bestreden moet worden.

Maar het kan ook anders. Idealiter staat de gezondheid centraal, met daar omheen zulke elementen als fysieke aanpassing en vitaliteit, ‘resilience’ (weerstandsvermogen), salutogenese (zelfhelend vermogen), ‘role taking’ (eigen verantwoordelijkheid nemen). Vanuit deze blikrichting opgevat is gezondheid dynamische zelfregulatie op drie niveaus, waarbij ook een lerend vermogen is inbegrepen:

Fysieke zelfregulatie: ontsteking, soms met koorts, en ritmen.
Psychosociale zelfregulatie: vaardigheden op emotioneel en sociaal gebied.
Betekenisgeving: zelfregulatie in de biografie, levensdoelen stellen en hulpbronnen aanboren.
Maar is er ook bewijs in de bestaande wetenschappelijke literatuur op deze drie niveaus? Jazeker, zei lector Erik Baars. Hij gaf enkele voorbeelden:
– koorts in relatie tot kanker,
– koorts en ontsteking in relatie tot allergische aandoeningen (ziek worden om later gezond te kunnen zijn, bijvoorbeeld op een zorgboerderij in contact komen met onzuivere stoffen, waardoor later minder antibioticagebruik nodig is),
– Sense of Coherence en gezondheid: sterke relatie aan de psychische kant met kwaliteit van leven, minder ziekte en dood, tot 30% minder bijvoorbeeld bij hart- en vaatziekten en kanker,
– betekenisgeving: evenzo een sterke correlatie met kwaliteit van leven.
Wat betekent dit voor het patiëntenperspectief? Het onderstreept het belang van de competente patiënt, die zoveel mogelijk zelfsturend is, door:
– ziekte als opgave te zien,
– eigen doelen te stellen,
– autonomie te bewaren,
– zich te bezinnen op mogelijkheden
– en actief bronnen hiertoe te benutten.
Wat is de antroposofische bijdrage aan het patiëntenperspectief? Enkele voorbeelden:
– terughoudend beleid inzake koortswerendheid en antibiotica,
– zelfregulerende vaardigheden ontwikkelen voor lichaam, psyche en betekenisgeving,
– veel ervaring met professionele integratie van ziektebestrijding en zelfregulatie.
In de antroposofische zorg is veel kennis en expertise aanwezig op deze gebieden. Deze combinatie van kennis en expertise mag wel uniek worden genoemd. Nu gaat het er om die eigen bijdrage zichtbaar te maken en in te brengen, zowel op conceptueel als professioneel niveau. Dat zal meehelpen aan een duidelijke profilering en positionering.

Vervolgens gaf Hans Nijnens een terugblik op het symposium van 10 september 2010, over bouwstenen voor de toekomst van de gezondheidszorg. Hij bracht drie niveaus van verandering ter tafel: inhoud, organisatie en financiën.

Wat inhoud betreft: voorkeur voor een gezondheidsbevorderende benadering in plaats van een ziektebestrijdende. Maar wel door goed onderzoek te doen naar de bronnen hiervan; academisch onderzoek heeft merendeels een ander accent. In de filosofische hoofdstromingen zijn verschillende wetenschapsbenaderingen te onderkennen. Het gaat om humanisering van de zorg, in plaats van medicalisering van de zorg.

Wat organisatie betreft: de emancipatie van de patiënt is slechts tot de helft gevorderd. Naast rechten hebben patiënten ook plichten. Zoals verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid; die kan een nieuwe solidariteit kweken. Ook de beroepscode zou hieraan moeten worden aangepast.

Wat financiering betreft: het individualiseringsproces en het eigen keuzes maken is een feit. Daarbij zou ook het fors verhogen van de eigen bijdrage horen, en juist minder bijdragen aan de collectiviteit. Nu is het nog zo dat de kwantiteit wordt gefinancierd, in plaats van de kwaliteit. Er kan steeds meer, technisch gesproken. Dat roept de vraag op: wat nog wel en wat niet meer? Dus moeten er echte ethische keuzes gemaakt worden.

Na de pauze barstte de discussie los. Er werden drie stellingen over gezondheidsbevordering ingebracht:

1. zelfregulatie op drie niveaus is al aanwezig in de antroposofische gezondheidszorg,
2. kan nog meer ontwikkeld worden,
3. kan nog meer geprofileerd worden – maar hoe is deze zichtbaar en vindbaar te maken?
De aanwezigen gaven enkele goede voorbeelden: in Noord-Holland gaat men om de tafel zitten als vrijschool, therapeuticum en ambulante GGZ-begeleiding, om te kijken wat men voor elkaar kan betekenen en ook om indien nodig naar elkaar te verwijzen.

De Nederlandse Vereniging van Antroposofische Artsen plaatste tijdens de Pink Ribbon-campagne een kleine advertentie over borstkanker, en verwees voor het uitgebreide verhaal naar de eigen website, waar speciaal meer hierover was te vinden. Heel recent is het voornemen geboren om de vaccinatiebrochure van het Centrum voor Sociale Gezondheidszorg integraal online te zetten.

Hans Nijnens benadrukte het altijd onderbouwen van je beweringen met wetenschappelijk materiaal. Erik Baars onthulde dat er recent subsidie is verkregen voor de ontwikkeling van zorgprogramma’s. Daarmee zal de herkenbaarheid van de eigen zorgverlening, inclusief indicaties, een grote stimulans kunnen krijgen. De subsidie is speciaal voor hogescholen die praktijk en theorie weten samen te brengen. Het lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg heeft op dat gebied heel wat te bieden.

Michel Gastkemper

NVAZ in herstel – ALV op 23 november 2010


NVAZ-voorzitter Bert Vroon zwaaide weer flink met de scepter op de Algemene Ledenvergadering van de NVAZ op 23 november 2010. Hij moest wel, want een krachtige hand was nodig geweest om deze Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders naar rustig vaarwater te loodsen. Ook op deze avond nam hij het heft in handen, wat onder meer leidde tot de instemming van de ledenvergadering met een nieuwe bestuurssamenstelling. Dat betekende het aftreden van oudgedienden Marinus van der Meulen en Roel Munniks, onder grote dankzegging. De stokjes werden overgenomen door een viertal nieuwe bestuursleden: Pim Blomaard (Raad van Bestuur Raphaëlstichting), Frans Broekhuizen (Raad van Bestuur Zonnehuizen), Mieke van den Goorbergh (voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kunstzinnige Therapie op antroposofische grondslag) en Age van der Veer (directeur psychiatrie en verslavingszorg Lievegoed Zorggroep). Zij zullen hun plaats innemen naast voorzitter Bert Vroon en zittend lid Madeleen Winkler.

Een belangrijk agendapunt was ook de vaststelling van de begroting voor 2011. Het was nog november, maar het leek te zijn gelukt om het lopende jaar 2010 met een klein positief bedrag af te gaan sluiten. Een hele prestatie, gezien de tekorten die de NVAZ in het verleden parten speelden. Zo’n gezonde huishouding kan in de toekomst alleen blijven door de begroting flink af te slanken. De contributie voor het komende jaar vroeg echter nog wel een nadere toelichting. Heel mooi was dat die aanzienlijk werd verlaagd, maar dat gold alleen voor de sector institutionele zorgaanbieders, niet voor de therapeutica en beroepsverenigingen. Daar zat echter een duidelijke ratio achter: juist de twee laatste sectoren maken relatief veel gebruik van de diensten van de NVAZ, terwijl de institutionele zorgaanbieders vaak zelf voor een groot deel daar al in voorzien zijn. Hun bijdrages zijn al relatief hoog. De nieuwe contributiesleutel levert een totale daling van 3% op, met voor de instellingen als geheel een daling van 6,5%. Dat de andere twee sectoren soms het gevoel krijgen dubbel te moeten betalen, want het zijn vaak dezelfde mensen die zowel in de therapeutica als in de beroepsverenigingen moeten afdragen, daar is helaas niet veel aan te doen. Relatief blijft het juist voor de sector therapeutica goedkoop en zijn de bijdragen nu gelijkmatiger verdeeld.

Er ontstond een vraag naar aanleiding van de contributie aan internationale organen, die zouden op deze manier mee verlaagd worden; kon men wel onder die reeds lang geleden aangegane verplichtingen uit? Dat was een duidelijk pijnpunt, waarbij ook hier moest gelden: in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Alles wordt opnieuw bekeken, zo ook dit.

Vrolijker gestemd waren de onderwerpen die over beleidsontwikkeling gingen, zoals projectvoorstellen kwaliteit, communicatie en marketing, en coördinatie van onderwijs. Er werd zelfs gesproken over het werken aan bundeling van opleidingen tot een academie voor antroposofische gezondheidszorg. Een goed teken was de geslaagde coördinatie van de voortgang van leerstoel en lectoraat voor vier jaar. Leerstoelhouder Hans Reinders is (gratis!) door iedereen te vragen om over zijn thema’s te spreken.

Het bleek dat zorgverzekeraars graag de NVAZ willen aanspreken voor het hele veld inzake communicatie, kwaliteitscriteria, klachtencommissie, beroepsopleiding therapeuten en nascholing. De NVAZ heeft hier echt een rol te vervullen.

Het tweede deel van de avond was gereserveerd voor een bijdrage van Pim Blomaard over het thema distantie en nabijheid. Hij haakte aan bij wat verpleeghuisarts, filosoof en publicist Bert Keizer en hoogleraar zorgethiek Annelies van Heijst hierover te zeggen hebben. Maar Blomaard maakte het voor de aanwezigen heel concreet, door naar eigen voorbeelden van nabijheid tot in het extreme en karikaturale te vragen. Evenzo met distantie. En daarna dezelfde tweeledige exercitie voor nabijheid en distantie, voor wat betreft het ideale geval. Om vervolgens aan deze twee uitersten een kleine reflectieve beschouwing te wijden, waarbij het zoeken van het midden als een te verkiezen, en voor iedereen begaanbare, weg voorgesteld kon worden.

Zo ging deze Algemene Ledenvergadering van de NVAZ ten einde. Dit was slechts een korte impressie van deze bijeenkomst, het officiële verslag zal binnen afzienbare tijd beschikbaar komen. De volgende ALV is gepland op dinsdag 5 april 2011 van 18.30-21.30 uur; het programma zal ruim op tijd verzonden worden!

Michel Gastkemper

Karma en handicap, gezichtspunten voor de praktijk


NVAZ geeft boekje uit: Karma en handicap, gezichtspunten voor de praktijk

De NVAZ heeft recent een boekje uitgegeven over reïncarnatie en karma, getiteld: Karma en handicap. Gezichtspunten voor de praktijk. De schrijvers zijn Marijke Bijloo († 2010), Pim Blomaard en Roel Munniks. Op de voor- en achterkant en binnenin staan prachtige foto’s van een bewoner van Huize Balthasar op Christophorus (een locatie van Amerpoort), die speciaal voor dit boekje zijn gemaakt.

De schrijvers verkennen – op basis van de denkbeelden van Rudolf Steiner – het veld waarop karma en handicap elkaar raken. De kijkrichtingen die hieruit voortkomen, kunnen helpen om in de concrete situatie, in het concrete leven of werken met mensen met een ontwikkelingsstoornis het gevoel te krijgen dat er zingeving te ontdekken valt. Het gezichtspunt dat het karma een rol speelt in hun leven en ook in het leven van de mensen om hen heen (onder wie ouders, verwanten, mantelzorgers, medewerkers) maakt het mogelijk anders naar dit leven te kijken. Met deze publicatie krijgt het spreken over karmische verbanden wellicht de nodige nuancering en leeft de belangstelling voor het thema opnieuw op. Dit kan behulpzaam zijn voor het begrijpen van en het handelen in de concrete zorgsituatie.

Het boekje is in eerste instantie gericht op medewerkers en verwanten van cliënten in de antroposofische gehandicaptenzorg die enigszins bekend zijn met het antroposofische mensbeeld, maar evengoed een aanbeveling voor medewerkers in andersoortige (antroposofische) zorginstellingen en overige geïnteresseerden. Wilt u het boekje bestellen? Dit kan via www.nvaz.nl of bij het secretariaat NVAZ; de prijs is € 5 exclusief verzendkosten. U kunt uw bestelling doorgeven via (030) 694 5544 of per mail naar info@nvaz.nl met daarin uw naam en adresgegevens plus het aantal exemplaren dat u wilt bestellen.

dinsdag 2 november 2010

ALV op dinsdagavond 23 november

.
De eerstvolgende Algemene Ledenvergadering van de NVAZ zal gehouden worden op dinsdagavond 23 november, 18.30 tot 22.00 uur. De locatie is ‘de Zonnepit’ in gebouw Lenteleven, Utrechtseweg 62 te Zeist. Nadere programmagegevens zullen op korte termijn aan de leden verstuurd worden. Een belangrijk punt op de agenda deze avond is dat nieuwe bestuursleden worden voorgedragen aan de leden.

Een verslag van deze ALV zal waarschijnlijk in de volgende editie gepubliceerd worden.
.

Nieuws vanuit het verenigingssecretariaat NVAZ


Op 29 september hebben wij afscheid genomen van Maarten Michiel Mahler als verenigingssecretaris a.i. Hij is uitvoerig bedankt voor alle noeste arbeid in de afgelopen 12 maanden. In een periode van omvorming heeft hij diverse processen in gang gezet en nieuwe initiatieven vormgegeven. Wij kunnen, als nieuwe verenigingssecretarissen, na een zorgvuldige tijd van overdracht de uitgezette lijnen oppikken en verder uitwerken tot gewenste doelen en resultaten. Op dit moment geven wij graag samen vorm aan de werkzaamheden, maar evengoed is er globaal de volgende taakverdeling op het verenigingssecretariaat:


Willy Verboom
Bureaumanagement NVAZ, aansturing van aanvullende dienstverlening (o.a. secretariaat NVAA en NVKT), werkveld Onderwijs, werkveld Verzekeringen, coördinatie IKBC en PAG.

Linda te Wierike
Aanspreekpunt bestuur NVAZ, werkveld PR/Communicatie, werkveld Kwaliteit, werkveld Onderzoek (o.a. lectoraat/leerstoel), internationale zaken (o.a. Ecce, Konferenz), beleidstaken en financiën.


Inmiddels zijn we gestart met de optimalisering van de serviceverlening aan zowel de beroepsverenigingen, de therapeutica als de instellingen. Dit alles met ondersteuning van Marga Prent (secretaresse sinds augustus 2010) en Wil van Mourik (administratief medewerker). Zo is er al veel werk verricht op gebied van ICT, archivering/digitalisering en algemene administratie van de NVAZ. Daarnaast is de bureauvoering in deze opbouwtijd ook intensief doordat zich in de vernieuwing ook letterlijk nieuwe werkzaamheden aandienen. Wij hebben er plezier in om samen te zoeken naar de meest efficiënte en zinvolle manier om het bureau NVAZ te organiseren.

In de komende periode stellen we een activiteitenplan op waarbij de beleidsdoelstellingen de kapstok zijn. Hierin zullen nieuwe werkgroepen en te organiseren themadagen een belangrijke rol spelen waarbij wij de inbreng en participatie van onze leden essentieel vinden. Daarom verheugen wij ons zeer op de komende ALV op dinsdagavond 23 november. Tijdens deze vergadering zullen ook nieuwe bestuursleden voorgedragen worden aan de leden. Zo ontstaat voor de komende periode de richting voor de NVAZ als branchevereniging Antroposofische Gezondheidszorg.
.

Vervolg onderzoeksactiviteiten van Leerstoel en Lectoraat

.
Afgelopen zomer heeft de NVAZ de werving en coördinatie verzorgd aangaande de voortzetting van zowel de Bernard Lievegoed Leerstoel (Vrije Universiteit Amsterdam) als het Lectoraat Antroposofische Gezondheidszorg (Hogeschool Leiden). De leden en enkele fondsen zijn benaderd (mede met dank aan Merlijn Trouw) en de uitkomst is dat beide onderzoeksprogramma’s een vervolg krijgen. Dit getuigt van een stevig, gezamenlijk draagvlak om onderzoek in het werkveld Antroposofische Gezondheidszorg te bevorderen en ontwikkelen. De activiteiten in de komende jaren zijn nog niet bekend, aangezien de vaststelling van de nieuwe onderzoeksprogramma’s nog niet definitief is. Daarom volgt nu een globale toelichting op de werkzaamheden van Hans Reinders (hoogleraar VU) en Erik Baars (lector HL).

Allereerst een korte reactie op deze continuering. Het lectoraat is zeer verheugd dat Hogeschool Leiden, het beroepsveld van de antroposofische gezondheidszorg en de fondsen het mogelijk gemaakt hebben dat het lectoraat de komende vier jaar een heel goede basis heeft om de werkzaamheden voort te zetten. Dit wordt beschouwd, aldus Baars, als een grote blijk van waardering voor het werk van de afgelopen jaren en als grote blijk van vertrouwen dat de ingezette lijn op een goede wijze voortgezet gaat worden. Ook Reinders noemt de continuering van de Bernard Lievegoed Leerstoel een heuglijk feit. Het laat volgens hem zien dat de leden van de NVAZ de financiële inspanning hebben willen leveren om het werk van de leerstoel voort te zetten waarmee ze aangeven dat ze het werk van de Leerstoel belangrijk vinden. Daarbij is hij zeer tevreden met de resultaten over de afgelopen periode, met name wat (internationale) publicaties en maatschappelijke uitstraling betreft.

Als we terugblikken naar de grootste verdiensten van de afgelopen jaren noemt Reinders dat het werk van de leerstoel goed heeft ingespeeld op een verschuiving in de agenda van de Nederlandse zorgsector. De vraag waar men voor staat en waarin de eigen herkenbaarheid ligt – een vraag die overigens niet alleen antroposofische instellingen bezighield – is nagenoeg verdwenen; in de plaats daarvan wordt de agenda nu gedomineerd door de vraag naar verantwoording van kwaliteit. In de gehandicaptensector heeft de leerstoel een vooraanstaande positie verworven, mede door een andere, niet-kwantificerende inzet die tevens geïnspireerd is door de antroposofische zorgpraktijk. De reacties op het boek De kunst van het zorgen wijzen uit dat dit wordt onderkend. Zo is Baars erg blij met het feit dat het in de afgelopen jaren gelukt is om een duidelijke en professionele positie qua praktijkonderzoek in te nemen in het Nederlands hoger onderwijs op het terrein van antroposofische gezondheidzorg. Met onderzoekers, docenten, studenten en (inter)nationale partners werkt het lectoraat aan de kennisontwikkeling en de circulatie daarvan. Het resultaat is dat enerzijds de antroposofische gezondheidzorg toenemend inzichtelijk en verantwoord wordt en dat anderzijds de zorgpraktijk en de opleidingen met deze kennis verder ondersteund en verbeterd worden. Hiermee is het lectoraat medeactief in het scheppen van de voorwaarden voor acceptatie en integratie van de bijdrage van de antroposofische gezondheidszorg aan de verdere ontwikkeling van de gezondheidszorg.

Dit schept natuurlijk nieuwsgierigheid naar de lijn die uitgezet is voor de volgende periode. Voor het lectoraat worden drie belangrijke pijlers genoemd. Het ontwikkelen van transparante zorgproducten, het monitoren van veiligheid, kwaliteit en (kosten)effectiviteit en tot slot het publiceren over de beroepspraktijk, de wetenschappelijke verantwoording en de innovatie van de opleidingen. Reinders geeft aan dat het voor de hand ligt de ingeslagen weg te willen vervolgen. Voor de leerstoel is het sleutelbegrip bij uitstek 'verbinding', als het hart van elke zorgpraktijk. De betekenis daarvan gaat echter verder dan de zorgpraktijk, want ook maatschappelijke processen die gericht zijn op inclusie en participatie slagen niet zonder dat mensen zich met elkaar verbinden. Ook noemt hij dat voor de ontwikkeling van het beleid nieuwe wegen gezocht moeten worden. De overheersende dwang van bureaucratie laat zich vooral voelen in een geringe aandacht voor intermenselijke verhoudingen. Een ombuiging van beleid vraagt daarom om hernieuwde waardering voor de ethische betekenis van verbinding.

Beide onderzoekers kijken uit naar het vervolg van hun werkzaamheden. Ook geven zij aan dat wederzijde ontmoeting en samenwerking zijn vruchten zal afwerpen voor de zichtbaarheid en ontwikkeling van de antroposofische gezondheidszorg. In een volgende editie van De Digitale Verbreding wordt daarom een gezamenlijk interview gepubliceerd waarin zij toelichting geven op de onderzoeksprogramma’s.
.

Ruimte voor ontwikkeling - 17 juni


Over de betekenis van verbinding in de zorg

Verslag symposium 17 juni 2010, 16.00-21.00 uur

De middag wordt ingeleid door Hans Reinders (Bijzonder Hoogleraar Bernard Lievegoed Leerstoel, VU Amsterdam) die een sleutelrol heeft gespeeld in de organisatie en coördinatie van dit symposium. Hij verduidelijkt als introductie de relatie tussen de ruimte voor ontwikkeling en de inzet van verbinding (een veelvoorkomend thema binnen de antroposofie). Om deze dag een diverse inhoud te geven heeft hij enkele sprekers gevraagd om de volgende stelling leidraad te laten zijn voorhun bijdrage:

‘Als je je als hulpverlener / medewerker verbindt met iemand / de cliënt, kom je dingen te weten die je anders niet te weten komt.’

De sprekers:
– Astrid van Zon, directeur Rozemarijn
– Erik Beemster, directeur Queeste
– Marjanke de Jong, biografie-therapeute
– Karen Wuertz, cultureel antropoloog / onderzoekster
– Lydia Helwig Nazarova, bestuurder


Astrid van Zon, directeur Rozemarijn (Raphaëlstichting)

Vertelt over haar ervaringen als leidinggevende

Het werken met kinderen die verstandelijke beperkingen hebben maakt duidelijk dat dit van invloed is op de mate van verbinding. Met enkele voorbeelden en anekdotes wordt duidelijk hoe lastig het is om met deze kinderen in verbinding te komen. Het vraagt een vergroten van het inzicht in wat iemand nodig heeft. Hoe kun je iets aanreiken dat een ander tot activiteit aanzet, tot betrokkenheid? Het gaat hierbij om het hoe, en niet om het wat. Astrid van Zon draagt twee thema’s aan: het zelf tevoorschijn komen en het inlevend waarnemen.

Het eerste gaat uit van een actieve, stemmingsvolle interesse bij de ander. Verbinding betekent dan in het moment van de zorgpraktijk in interactie komen zodat ontmoeting plaats vindt; een wisselwerking, gestoeld op een actieve aanwezigheid. Hierdoor kan zowel de ander als jijzelf tot verschijning komen en komt er een proces van herkennen en erkennen op gang.

Het tweede beschrijft de moed en het vermogen om op onderzoek uit te gaan, ook bij jezelf. Een ware wisselwerking komt in de eerste plaats tot stand door de wil om je te verbinden met het kind. Dit lukt niet zonder ook naar jezelf kijken. Daarvoor is het inlevend waarnemen een middel, de grote oefening in werkelijk kijken. Wat gebeurt er in jezelf en wat betekent de werk- of zorgrelatie voor jou en de ander?

Dit samen leren brengt een nieuw soort verbinding tot stand; voor alle medewerkers een kunst op zich, ook voor een leidinggevende, aldus Van Zon. Als afsluiter wordt Joseph Beuys aangehaald die spreekt over actieve verbinding als voorwaarde voor het kunstenaarschap waarbij het credo geldt: ‘In ieder mens schuilt een kunstenaar!’


Erik Beemster, directeur Queeste (ambulante psychiatrie, Raphaëlstichting)

Vertelt over het belang van heelheidsontwikkeling en hoe dit vorm kan krijgen.

Voor zijn werk noemt Erik Beemster het beoordelen wat een cliënt nodig heeft een van de essenties. Vaak ligt volgens hem het antwoord op iedere zorgvraag in de queeste besloten. Om te weten welke bestaande kwaliteit er is, gaat hij per definitie uit van mensen en niet van nummers. Zorg is immers nuttig en nodig. Het bewijs hiervoor is volgens hem de hele mens met geest, ziel en lichaam.

Zo ontpopt zich het begrip heelheidsontwikkeling. Hoe kan een mens weer heel worden als er geen sprake is van verbinding? In het werkproces is het hoofddoel om de ander tot innerlijke volkomenheid te laten komen. De invulling en richting van zijn werkproces heeft Erik Beemster o.a. gevonden in verschillende werken van zowel religieus-filosofische als praktisch georiënteerde aard. Hij licht in het bijzonder het begrip ‘Precensing’ toe als mogelijke uitleg of methode voor het (mogen) uitgaan van de geestelijke wereld in het werk. Het uitgangspunt hierbij is dat je met een open geest (imaginatie), een open hart (inspiratie) en een open wil (intuïtie) mogelijk iets af kunt lezen en zo meer te weten kunt komen.

Hij sluit af met een voorbeeld van het inzetten van meditatie voorafgaand aan een werkgesprek waarbij ‘Precensing’ het doel is, zoals in feite bij ieder gesprek. Beemster ervaart dat, als je deze methode werkelijk toepast, het minder noodzakelijk blijkt om van tevoren te bedenken hoe je het gaat doen of wat je gaat zeggen. Je kunt op een andere manier een gesprek ingaan, omdat je uitgaat van de liefde in ieder mens. De kunst is daar dan bij te blijven.


Marjanke de Jong, biografie-therapeute

Vertelt over de vraag van een cliënt met slaapstoornis en stressproblematiek

Een man komt op een therapiebespreking om een behandeltraject te bespreken. Aanleiding is het hebben van slaapproblemen. Het gesprek met de therapeuten verloopt niet makkelijk en op de vraag of hij iets over zijn biografie wil vertellen, gooit hij zijn boekwerk op tafel. Een handeling waarbij iemand in feite zijn leven weggeeft, zonder de vraag te stellen of iemand het wil lezen.

Ondanks dat er bij Marjanke de Jong in de dagen daarna een beeld ontstaat (in haar geval een huis op een zandvlakte zonder ramen en deuren met kleine hond die daar snuffelde), blijft het onduidelijk wat te doen, mede omdat de man ook al heel veel geprobeerd had. Voor haar komt het antwoord op de hulpvraag eigenlijk via een andere patiënt die haar teruggaf: ‘Sinds ik met jou aan de levensloop werk, slaap ik zo goed.’ Het structureel met elkaar werken en per levensfase naar de ontwikkeling kijken, had blijkbaar een effect op de slaap. Hier legt ze een verbinding naar de man en de mogelijkheid dat biografie-therapie een sleutel voor hem zou kunnen zijn.

Kort daarop belt de man uit eigen beweging om een afspraak te maken en ze gaan enthousiast aan het werk. Hij kan tijdens deze sessies niet goed in gesprek komen, maar vertelt wel het hele uur en geeft gemakkelijk antwoord op de vragen. Ook maakt hij schema’s van zijn slaapritmes die telkens met enige schrik worden ontvangen.

Na een half jaar consequent samenwerken vraagt hij of Marjanke deze schema’s nog wil ontvangen. Zij antwoordt dat zij eigenlijk niet begrijpt waarom de man niet slaapt. Hierop geeft hij aan dat het inderdaad al iets beter gaat. Uiteindelijk volgt een moment waarop hij zegt het te weten. Het ontbreekt hem aan eigenwaarde; hij dacht altijd dat hij iets niet goed doet. Nu is er naar hem geluisterd waarbij geen kritiek is gegeven. Hij beseft dat hij het wel goed gedaan heeft en ervaart zichzelf als heel. Als hij nu onrustig in bed ligt, maakt het idee dat er elders een vorm van rust bestaat hem weer rustig. Zo is hij zelf een sociale verbinding aangegaan, na een traject waarin het begrip verbinding hem in alle volheid is aangereikt.


Karen Wuertz, cultureel antropoloog / onderzoekster

Vertelt over haar ervaringen op zowel een reguliere instelling als een antroposofische instelling waar zij onderzoek heeft gedaan.

Dat je ook heel veel kunt leren over verbindingen als dingen niet goed gaan, blijkt op een van de onderzoekslocaties. Waar de eerste plek, een antroposofische instelling, vooral mooie ervaringen oplevert om te noteren, is de tweede plek, een huis waar jong volwassenen wonen met autisme, gevuld met personeel dat aangeeft moeite te hebben met het aangaan van verbindingen. Wel leeft de overtuiging dat fouten er zijn om te herstellen, en daarmee ook verbroken relaties. Het bijzondere is dat de twee plekken werken als elkaars tegenbeeld en daarmee een heel nieuw beeld opleveren.

Voorbeeld 1

We zien Marijke. Ze zit in een rolstoel. Haar begeleidster vraagt haar of ze een stukje wil lopen. Nee, ze heeft geen zin, maakt geen aanstalten. Uiteindelijk gaan ze toch op pad en ze lopen een ronde langs de keuken. Ze heeft de smaak te pakken, mede door de geluiden en de geuren. Onderweg maken ze van alles mee en op de drempel van de keuken hebben ze samen veel plezier. De begeleidster moet behoorlijk tegengewicht geven, een flinke fysieke inspanning. Ook volgt een stap over de drempel. Vanuit het onderweg zijn wordt Marijke geholpen om telkens de volgende stap te zetten.

Voorbeeld 2

Daar staat Ernst, een van de allermoeilijkste cliënten. Hij heeft veel behoefte aan voorspelbaarheid en veiligheid. Soms verliest hij dit totaal en rent hij in zijn kamertje heen en weer, doodsbang. Hij eist van twee begeleidsters om op een stoel te gaan zitten. Driftig gebaart hij dat ze plaats moeten nemen. Ook de begeleidsters zijn bang, waardoor er geen verbinding tot stand komt. Ze gaan uiteindelijk weg, want Ernst moet eerst maar even kalmeren. Hij gaat helemaal uit zijn dak, zet zijn handen tegen de deurpost en zwiepte keihard heen en weer op de drempel, in totale machteloosheid.

Deze twee drempelbeelden introduceren het concept ‘tussenwereld’, een plek van ontmoeting en onderzoek. Voorbeeld 1 schetst een situatie waarin de tussenwereld een zone is om te zoeken naar hoe te ondersteunen. Voorbeeld 2 maakt duidelijk dat Ernst hier in een niemandsland verkeert, alleen in zijn autisme, waarbij hij geen link heeft naar de tussenwereld.

De opdracht op de tweede plek was om verbinding tussen de autistische wereld (cliënten) en de gewone wereld (begeleiders) tot stand te brengen. In het voorbeeld is sprake van separatie, waarbij de tijd ervoor en erna bekeken wordt. De separatie zelf is in het werkproces echter geen onderzoeksonderwerp meer. Niemand heeft oog voor de mens die daar alleen zit, maar ook niet voor de begeleidsters en hun emoties.

Beide situaties maken de functie van de tussenwereld zichtbaar: ruimte creëren voor ontmoeting vanuit ieders eigenheid. Een wederkerig proces waarin zowel de zorgverlener als de cliënt iets komt brengen. Je nodigt de ander uit en gaat tegelijkertijd bij jezelf op zoek waarmee vrijheid in het hele proces gewaarborgd blijft.


Lydia Helwig Nazarova, bestuurder

Vertelt over ontwikkelend besturen en over de betekenis van het faciliteren van verbinden in de zorg.

Taal is in feite het voertuig van de betekenis. Als je nauwkeurig let op woorden als cliënt, product, very intensive care, zorg, flippen, opstarten en dergelijke, dan worden deze met het grootste gemak gebruikt. Vaak is angst hierbij geen onbekende motivator en vanuit angst is het hoe dan ook lastig verbinden. Je verbinden lukt als je innerlijk verbonden bent met jezelf, je eigen geschiedenis, je principes en waarden en je drijfveren. Vanuit dit proces ga je je eigen waarden onderzoeken.

Een bestuurder die zich met de core business van zijn/haar organisatie verbindt, krijgt meer te zien en is daardoor beter in staat de verborgen kwaliteiten en mogelijkheden van de primaire processen te faciliteren en in te schatten welke beweging het geheel in samenhang dient te maken. Stel daarom je organisatie voor als een menselijk lichaam: Waar voel je vitaliteit? Waar voel je pijn?

Vaak is er sprake van veel en onaffe pijn, veel negeren, enzovoort. Gaandeweg ontstonden er voor Lydia Helwig Nazarova tien verbindende principes van een bestuurder:

– Beschouwt het lichaam als organisch geheel
– Luistert en heeft gevoel voor de taal als voertuig van betekenissen
– Registreert en maakt scans
– Gaat op zoek naar gedeelde ervaringen
– Weet gemaakte en ervaren werkelijkheid te verbinden
– Voelt, denkt, wil en deelt (communiceert)
– Weet zich wederkerig afhankelijk
– Heeft het lef om niet te weten, te onderzoeken en vragen te stellen
– Is zich bewust van de rol ten dienste van de core business
– Gaat een relationele en geestelijke verbinding aan met alle stakeholders
– Is voorbeeld en navigator

Met deze principes is er heel wat te bereiken op gebied van het organisatieprincipe, het ontmoeten en een optimale samenwerking.

***

De presentaties leveren steeds dankbare bijdragen uit het publiek, die ook vervolg krijgen aan de verschillende tafels waar onderling ideeën en ervaringen uitgewisseld worden. Hans Reinders kijkt terug op een geslaagde dag en spreekt zijn dankbaarheid uit naar alle aanwezigen. Er is genoeg waardevols om mee te nemen op de zoektocht naar wat verbinding in de zorg nu eigenlijk is en hoe je hiermee omgaat. Hij hoopt dat de deelnemers verbinding zo gaan ervaren dat zij de kracht ervan verder tot ontwikkeling brengen. Tot slot ontvangen de sprekers een persoonlijke attentie van Bert Vroon, voorzitter NVAZ, die de dag besluit met eveneens een hartelijk dankwoord.

Linda te Wierike

.

 
Site Meter